VERLATEN BOLWERKEN
Wij leven in een veranderende wereld. Er is geen gebied te noemen waar nog rust is. Allerlei gebruiken, tradities, structuren en opvattingen worden verlaten. Maatschappelijke instellingen moeten nodig worden vernieuwd, wetten worden gewijzigd. De kille greep van het nihilisme omknelt ons volksleven. Losgeslagen van het Woord van God is ons volk als een schip dat van het anker is losgeslagen'. Het schip is op drift geraakt en stuurloos drijft het op cle golven.
En wij hebben daar mee te maken. Ook wij worden met deze geest geïnfecteerd. Misschien verzetten wij ons innerlijk tegen allerlei dingen, toch gaat het niet buiten ons om. Het komt op ons af op school, op de fabriek, op kantoor, op ons werk en in alle kontakten die wij met anderen hebben. Wij kunnen niet onze ogen sluiten en dan menen dat al deze dingen niet bestaan, om dat wij er niet mee te maken hebben. Het gaat hier om de geestelijke boosheden in de lucht. En die boosheden behoeven wij niet op te zoeken, maar die komen op ons af. Satan gaat rond als een briesende leeuw en zoekt wie hij zal mogen verslinden. De boze is aktief. Hij zoekt.
Het enige wapen in deze strijd van de geesten is het wapentuig uit Efeze 6. Dat is de wapenrusting die altijd nodig is geweest; doch nu zijn deze wapenen meer dan ooit nodig. En bij die wapenrusting behoort een zwaard. Het zwaard des Geestes hetwelk is Gods Woord. En zoals de krijgsman zich oefende in het gebruik van zijn wapenrusting, zo moeten ook wij geoefend worden in het gebruik van het Woord van God. Wil het zwaard gebruikt worden, clan zullen wij dat zwaard moeten kennen. En het gebruik van het zwaard kan nooit in eigen kracht plaats vinden. De apostel heeft er aan toegevoegd: met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in de Geest en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen. Onze bede mag wel zijn: Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast, opdat ik mij niet van Uw paan mag keren.
In deze rubriek zullen wij pogen, om allerlei actualiteiten op kerkelijk en maatschappelijk gebied te toetsen aan onze enige norm: het Woord van God. De apostel Johannes heeft tot een dergelijk toetsen van de geesten opgeroepen: Geliefden, gelooft niet een iegelijke geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. Het zal telkens nodig zijn om vanuit de Schrift en onze belijdenis onze positie te bepalen tegenover de vele gebeurtenissen op kerkelijk en maatschappelijk terrein en ten opzichte van allerlei streven dat openbaar komt, opdat we niet willoos worden meegesleurd.
Hiermee hebben wij tevens al aangegeven, dat de kerken van werkelijk gereformeerde signatuur in ons land weinig of liever helemaal geen invloed meer uitoefenen op het volksleven. Eeuwen lang is Nederland gekenmerkt als een protestants-christelijke natie. Dat wil niet zeggen dat elke Nederlander cle gereformeerde confessie onderschreef. Verre vandaar. Maar het gereformeerde volksdeel had grote invloed en zette het stempel op allerlei maatschappelijke instellingen. Dat is nu helemaal niet meer zo. De werkelijke gereformeerde belijders, die naar deze belijdenis ook willen leven, zijn inmiddels terug gedrongen naar de laatste schansen.
Hier ligt een schuldvraag. Een vraag die we maar niet te snel moeten adresseren aan dit of dat kerkgenootschap. Het is een vraag die ons allen aangaat. Alleen vanuit een persoonlijk schuldbesef en vanuit een persoonlijke schuldaanvaarding zullen we met de situatie waarin we leven voor het aangezicht van de Heere kunnen komen met een waarachtige schuldbelijdenis. Dan ligt er een nameloos grote schuld
ten opzichte van ons volk, dat is overgegeven aan de geest uit de afgrond. Daar ligt de schuld van de kerk. Dat zullen we in gedachten moeten houden, wanneer we kritische noten zullen plaatsen bij de verschillende gebeurtenissen die onze aandacht zullen vragen.
Afgezien van de schuldvraag moeten we de werkelijkheid onder ogen zien. En die werkelijkheid is erger dan we ons voorstellen. Dit eerste artikel noemden we verlaten bolwerken. Bolwerken van het gereformeerd belijden in ons volksleven zijn verlaten. De maand juni die al weer achter ons ligt deed dat zien.
In de eerste plaats was het op 17 juni j.1. precies 80 jaar geleden dat de vereniging tot stand kwam tussen cle Christelijke Gereformeerde Kerk die voortgekomen was uit de Afscheiding van 1834 en de Nederduits Gereformeerde kerk, afkomstig uit de Doleantie. De verenigde kerken aanvaardden de naam: Gereformeerde kerken in Nederland. Zowel Ds. Gispen, synode-praeses van de Christelijke Gereformeerde Kerk, als Dr Abraham Kuiper, synode-praeses van cle Nederduits Gereformeerde Kerk hebben' op die 17e juni 1892 het woord gevoerd.
En wanneer we nu., na 80 jaren, in boeken over de geschiedenis van de kerk in de vorige eeuw lezen, dan doen de woorden die gesproken werden wat opgeblazen aan. Dat kan liggen aan het feit dat wij nu onder heel andere omstandigheden leven; dat kan ook liggen aan het feit, dat we er niet bij geweest zijn. Dat kan. Maar ook toen waren niet alle afgescheidenen', niet te verwarren met de dolerenden, even gelukkig met deze vereniging. In het land was het te merken. Op talrijke plaatsen bleven nog jarenlang ondanks cle vereniging twee kerken naast elkaar voortbestaan: cle A-kerken (afgescheidenen) en B-kerken (Nederduits Gereformeerden). Tv/ee afgescheiden predikanten deden in 1892 een waarschuwend geluid horen. Ds. van Lingen en Ds. Wisse. Zij zijn met de vereniging ook niet meegegaan. Uit deze groep zijn ontstaan de Christelijke Gereformeerde Kerken zoals wij die nu nog kennen.
Hun waarschuwende stem was niet ten onrechte. In de eerste jaren van cle verenigde kerken botsten de van oorsprong afgescheiden predikanten met de leerstellingen van Dr Abr. Kuiper. Met name heeft Prof. Lindeboom zich op de synode van 1905 van de Ger. Kerken krachtig verzet tegen de leerstellingen van Kuiper omtrent de wedergeboorte en de doop. De leer van de veronderstelde wedergeboorte moest namelijk leiden tot de conclusie dat bijv. Paulus tegelijkertijd en wedergeboren en een Godslasteraar was. Het verzet van Prof. Lindeboom baatte weinig. Al verder is men op de ingeslagen weg voortgegaan. En nu na 80 jaren, na een periode die niet langer is dan het leven van een mens, vinden we de Gereformeerde Kerken terug. In de kring van die kerken vond men kennelijk weinig animo om de vereniging van 1892 te herdenken. Het leeft niet meer in de gedachten. De vraag kan terecht worden gesteld, wat er nu overgebleven is van het werkelijk Gereformeerd belijden. De synodes aarzelen om een standpunt in te nemen ten aanzien van Prof. Kuitert c.s. Men is gekomen in de ban van cle nieuwe theologie. Juist vanuit deze kringen is er het streven' om te komen tot samenwerking met de Roomse kerk. En nu weten we wel clat er vele mensen in de Ger. Kerken zijn die het met al deze dingen niet eens zijn. Maar het gaat er nu om hoe het algemene beeld is. En dan moeten we zeggen dat het een verlaten bolwerk is.
Dit is niet van geringe invloed op ons volksleven. De gereformeerde kerken hebben sedert 1892 een groot deel van ons volk onder hun belijdende leden geteld. En niet alleen' dat. Maar zij is ook jarenlang de draagster geweest van de gereformeerde theologie. Dan denken we aan H. Bavinck. Het grote standaardwerk over de Gereformeerde dogmatiek werd onlangs nog opnieuw uitgegeven. Wie cle bijbelverklaring van Ivlatthew Henry wel eens onder ogen heeft gehad weet van cle voorrede die Prof. Bavinck op dit werk schreef. Daar is om nog even bij Bavinck te blijven, een verzameling preken van de beide Erskines door hem verzorgd, waarop hij eveneens een zeer lezenswaardige voorrede geschreven heeft. En wie denkt dan niet aan het standaardwerk van de Korte Verklaring van de Heilige Schrift, clie door gereformeerde theologen werd verzorgd. En zoveel andere werken meer, die tot op vandaag de dag toe door menige predikant worden gebruikt.
Dat deze kerken de gereformeerde theologie dragen, kan niet meer gezegd worden'. Dit is niet tot vreugde. Integendeel. Want daarmee wordt een groot deel van het volk overgegeven aan de ideeën van de moderne theologie, die uit Duitsland en Zwitserland geïmporteerd wordt. En deze ontwikkeling blijft niet binnen de wanden
van de collegezalen. Integendeel, van daaruit vertakt het zich in alle kanalen ons volksleven. En dan denken we aan het onderwijs. van
In 1878 werd een vereniging opgericht, ook onder leiding van Dr. A. Kuiper, die tot doel had te komen tot wetenschappelijk onderwijs op gereformeerde grondslag. Deze vereniging stichtte in 1880 de Vrije Universiteit te Amsterdam. Op 17 juni j.1. vergaderde de nog steeds bestaande vereniging te Utrecht. Bij die gelegenheid heeft Prof. Dr. D. Nauta, emeritus hoogleraar, uiting gegeven aan zijn bezorgdheid, dat de naam van de vereniging niet meer overeenkomt met de werkelijke grondslag. In 1878 betekende gereformeerde grondslag uitgesproken, dat cle beginselen van de vereniging neergelegd waren in de drie formulieren van enigheid. Deze belijdenisgeschriften waren het richtsnoer voor het onderwijs, het wetenschappelijk onderwijs dat gegeven moest worden. Nu is deze grondslag: „het evangelie van Jezus Christus". Deze formulering is naar de huidige gedachten zo ruim dat de meest progressieve moderne theoloog zich daar nog wél bij kan gevoelen. En de praktijk bewijst dit. Men past het Woord van God aan. De wetenschappen geven de toon aan, en de bijbel moet daarbij worden aangepast. Men probeert de leer der Schriften aannemelijk te maken voor het moderne levens-besef. Hier is een' tweede bolwerk verlaten, dat in zijn oorspronkelijke opzet bedoelde het Calvinisme in brede lagen van het volk te doen doordringen. Nu is het omgekeerd. En dat is het derde bolwerk dat wij in de achterliggende maand min of meer officieel verlaten zagen liggen.
De Antirevolutionaire partij, in samenwerking met de C.H.U. en de K.V.P., streeft naar één partij die onder de naam Christen-Democratische Beweging in 1975 met één kandidatenlijst bij de dan te houden Kamerverkiezingen hoopt uit te komen. Als we bedenken dat deze partij, die zijn oorsprong vindt in het midden van de vorige eeuw en waaraan de naam van Groen van Prinsterer verbonden is, thans gaat samenwerken met Rome, dan moet huiver ons bezetten. Voeg daarbij het streven van de K.V.P. om de kiesdrempel zodanig te verhogen dat alleen grote partijen in de kamer zitting zullen hebben, dan is het beeld zowat voltooid. Het laatste restje van gereformeerde traditie wordt op deze wijze uit ons maatschappelijk leven verdreven. Het erfgoed van de Reformatie wordt op deze wijze verkwanseld. Dit is het beeld dat de maand juni ons bood. Ds. Hendriksen, thans zelf predikant van de Geref. Kerk van Denderleeuw, voorheen priester in de Roomse kerk, schrijft ergens:
„Als ik het nieuwbakken enthousiasme van sommige dominees zie voor de horizontale lijn en de verkondigers daarvan en het vriendelijk medelijden met een vertikalist, die in onze tijd durft praten over „bekering", „wedergeboorte" en „bidden" in plaats van over „ontwikkelingshulp" en „vraagtekens zetten" en „geloofwaardig maken van de kerk" dan krijg ik het nare gevoel, dat ik deze collega's als het ware tegenkom: zij op weg naar waar ik vandaan kom. En clan begint het woord „collega" wel een vreemde klank te krijgen."
En dat is het, zij op weg naar waar ik vandaan kom. Hierin ligt een waarschuwing. Ook voor ons. De verlaten bolwerken, die wij in vogelvlucht hebben bekeken, ook in hun oorsprong, zijn bakens. Wij hebben zo zegt men geen tijd meer voor. geschiedenis, omdat wij in een dynamische tijd leven. Wij moeten vooruit. Ook bij het lager en hoger onderwijs wordt voor het geschieden'isvak steeds minder tijd uitgetrokken. Tot een uiterst minimum wordt het onderwijs in geschiedenis teruggedrongen. Dat is ontstellend. Grote delen van ons volk zullen straks niet meer kennen de geschiedenis van ons land. En nog minder de geschiedenis van de kerk. Dan zullen we ook niet meer weten dat we op weg zijn naar waar we vandaan komen. Ontkerstend bewandelen we zogenaamde nieuwe wegen, die echter niet anders zijn dan platgetreden paden uit een ver, ver verleden.
Toch is het bezinnen op de historie en de confrontatie met het heden voluit bijbels. De Heere riep Israël telkens op om terug te zien naar het land waaruit ze verlost waren. En bij de paasmaaltijd vroeg de oudste zoon aan de vader: „Wat hebt ge daar voor een dienst? " De vader moest dan weer verhalen de grote daden Gods met Israël. En de apostel Paulus vat cle geschiedenis van cle woestijnreis samen in 1 Kor. 10: En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelken de einden der eeuwen gekomen zijn. Zo dan die meent te staan zie toe clat hij niet valle.
En wanneer we omzien naar de vorige eeuw en de afloop nu zien dan denken
we aan de woorden van de predikanten van Lingen en Wisse: „De voorgangeren der dolerende kerken hebben dingen geleerd over de wedergeboorte en doop die wij niet als Gereformeerd erkennen." Daar ligt toch wel de kern van de zaak. Alle gevolgen daarvan werken we nu niet verder uit. Genoeg is daarover bekend. Maar de kern is deze dat het werk Gods, het genadewerk Gods in de mens, dat noodzakelijk is tot zaligheid, meer en meer door allerlei formuleringen op de achtergrond werd geschoven. Tenslotte weet men daar niet meer van. De bevinding der heiligen wordt niet meer geleerd en tenslotte alle zaken met betrekking tot de zaligheid algemeen gemaakt.
Het erfgoed van de Reformatie en de Nadere Reformatie is verlaten. Dit erfgoed heeft men' ingeruild voor de wetenschap. Voor de wetenschap moet alles buigen.
Dat we te midden van alle geesten die uitgaan zouden waken. Onze gemeenten werden en worden omschreven als gemeenten die zich oriënteren op het erfgoed der Nadere Reformatie. Dat is best. Maar kennen we dat erfgoed wel. Hier ligt een terrein voor studie. Kerkhistorische studie, om te beseffen de prijs die in ons land voor de Reformatie is betaald. Die prijs is zeer hoog geweest. Een studie ook om te leren dat de mannen van de Nadere Reformatie in hun tijd ons volk vanuit de Schrift opgeroepen hebben tot het „vivere Deo". Het waren mannen die midden in het leven stonden en oog hadden voor de maatschappelijke problemen. Maar niet alleen dat. Lees ook hun preken. Vanuit de Schrift werd het volk onderwezen in de weg der zaligheid. En zij verwezen' terug naar het Woord. Want dat Woord alleen houdt stand; ook in 1972. Dat Woord is het enige baken in een wankelende wereld. Laten we beseffen op de laatste schansen te staan. Maar laten we daar staande biddende bij dat geloof blijven dat ons van de heiligen overgeleverd is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1972
Daniel | 16 Pagina's