Meimorgen
De zon had d' ijle nevelen verdreven; de struiken stonden, 't lover uitgespreid, verrukt te zien naar zoveel heerlijkheid. De morgenwind deed nauw de blaadjes beven.
Zo moest de morgen zijn van 't prille leven, toen God uit niets de wereld had bereid, de eerste tikken klonken van de tijd, en over al Zijn werk de Geest ging zweven.
Was dit het teken van het nieuwe Eden, waar alle strijd en moeite zijn doorleden, en alles leeft in één vereeuwigd heden?
O Morgenstond, roep van uw horizon de wereld toe, dat Christus overwon! Die morgen was 't of alles nieuw begon.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juni 1972
Daniel | 24 Pagina's