JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Waar de zee ruist....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waar de zee ruist....

10 minuten leestijd

Wie aan Scheveningen denkt, ziet waarschijnlijk een overvol strand met zonnende badgasten voor zich. Inderdaad is dat het beeld van het strandleven in het zomerseizoen van onze moderne twintigste eeuw. Toch hoeven we niet naar het verre verleden terug te keren, om het strand ook eens door een heel andere bril te zien. Sta bijvoorbeeld eens een uurtje eerder op dan normaal. Vergeet niet van te voren de waterstanden in de krant na te kijken. Het is verstandig het zo uit te kienen, dat je met eb op het strand bent. De hier toch al zo smalle strook zand is dan niet alleen breder, maar de kans op interessante vondsten' is veel groter. Schaf eventueel voetspoorkaart 13 aan, te verkrijgen bij de A.N.W.B. Je kunt dan een keus maken uit een vijftal wandelingen, die je langs de mooiste gedeelten van de duinen voeren. Bovendien is de kans op verdwalen praktisch uitgesloten. Tenslotte: vergeet vooral je fototoestel en een verrekijker niet — ze kunnen je onderweg onschatbare diensten bewijzen.

De frisse zeewind waait ons tegemoet, zodra we onze neus buiten de deur steken. Op dit vroege uur zijn er nog niet zoveel mensen op de been, of liever op hun bromber of een ander stank-en lawaaiverwekkend vehikel geklommen. Des te meer vali het gezang van de vogels op, die hun morgenlied uitjubelen. De ochtendzon verdrijft met haar krachtige stralen de flauwe ochtendnevel. Nog een paar straten en een onafmeet'lijke vlakte strekt zich voor ons uit: wolken, wind en water, begrensd door het lokkende strand aan de voet van een golvend duinlandschap.

We beginnen onze strandwandeling benoorden de promenade. Dus met onze rug naar de pier en Wassenaar in het vizier. We hoeven dan straks niet dezelfde weg te lopen, maar kunnen door de duinen teruggaan. We profiteren er direct al van, dat we rekening hebben' gehouden met c!o getijden. Nu het laag water is, hoeven we tenminste niet met volle schoenen door het mulle zand te baggeren. Een stevig pad van nat zand, geflankeerd door schuimende golven en wuivend helm, ligt voor ons. Een pad bezaaid met alles wat het woe-

lende water hier achter liet. Deze nalatenschap varieert van aangespoelde dodengezelschappen, tot interessante levende dieren toe. Een zoëven door een wat grote golf meegesleurd krabbetje rent op hoge poten terug naar het water; net een grote spin! Iets verderop staat een wulp grappig met z'n pootjes te trappelen. Zo nu en dan pikt hij met zijn kromme snavel een zeepier op. Die wormen zitten hier blijkbaar in groten getale onder het zand. Ze verraden hun aanwezigheid door die gekronkelde zandhoopjes, die doen' denken aan een leeggespoten tube „zandpasta". Die gelei-achtige massa, die je iets verderop ziet liggen, is een kwal. Wie weet niet uit pijnlijke ervaring, dat je zo'n neteldier tijdens het zwemmen maar beter uit de weg kunt gaan! Maar een pas-aangespoelcl exemplaar kun je gerust aanraken. Neem desnoods een stokje en spoel het dier in het water schoon, om het aan alle kanten eens goed te kunnen bekijken. Het is haast niet te geloven, dat deze glibberige plak in het water zo betoverend mooi kan zijn!

Maar er is nog meer! De natuur is rijk en' schoon en geeft geen materiaal dat beter en makkelijker te bewaren is, dan schelpen. Bloemen, die je nu eenmaal eerst moet drogen, verkleuren maar al te vaak; dieren moeten eerst worden opgezet, maar schelpen kun je zo meenemen en tot in lengte van dagen bewaren. Verwoede verzamelaars kunnen zich hier uitleven! Hoe leuk is het, al speurend naar verschillende soorten, plotseling een wat porseleinachtig, torenvormig hoorntje — het wenteltrapje — te ontdekken. Nooit gedacht dat zulke mooie exemplaren ook aan onze Nederlandse kust voor het oprapen liggen! Wie graag een souveniertje van zijn vakantie mee wil nemen, kan hier gratis grabbelen. Zonder al te veel moeite kun je een verzameling schelpen van hetzelfde soort bijelkaar zoeken, om die thuis op een doosje of bloempot te plakken. Misschien valt het je al zoekend op, dat er verschillende schelpen bij zijn, die van een mooi rond gaatje zijn voorzien. Weer een nieuw idee: zoek er zoveel van, dat je er een ketting mee kunt rijgen.

Van doosjes en kettinkjes kom je nu misschien bij de vraag: maar hoe komt dat gaatje nu toch zo mooi rond in die schelpjes? Dat is het geheim van moeder natuur. Vroeger vormde die schelp samen' met nog precies zo'n exemplaar het huisje van een weekdier. De lijnen aan de binnenkant

vertellen ons nog, waar de spieren van het dier zaten en waar hij zijn kieuwen als een soort schoorsteentje naar buiten stulpte. Met een beetje geluk vind je nog wel een stel van die „doosjes". Aan de bovenzijde zie je een bruine „slotband" zitten, waardoor de twee schelphelften' aan elkaar verbonden zijn. Zodra er gevaar dreigt, sluit het schelpdier zijn huisje. Tepelhoorn, muiltje en andere rovers zijn echter niet voor één gat te vangen! Ze zuigen zich op de gesloten schelpen vast en raspen met hun tong net zo lang, tot er een gaatje dwars door de kalklaag heen geslepen is. Dan steken ze hun slurf naar binnen, om vervolgens de prooi te verorberen.

Even interessant is het, te weten dat de zeester die je soms bij tientallen kunt zien liggen, een grote jager van kokkels, mossels en oesters is. Met zijn duizenden zuigvoetjes kan hij niet alleen op zijn gemakje wandelen, maar zuigt hij zich ook vast op de dichte schelpen, die hij met zijn vijf stralen omarmt. En dan begint een strijd op leven en dood. De sluitspieren van schelpdieren zijn veel sterker. Her uithoudingsvermogen van de zeester is echter de grootste mossel noodlottig. Als deze zich tenslotte langzaam opent, stulpt de zeester zijn maag over het slachtoffer heen. om het te verslinden.

Wie meer geïnteresseerd is in de levende natuur, dan in deze resten van reeds gestorven dieren, moet beslist eens een kijkje nemen op één van cle strekdammen, die diep in zee steken. Levende mossels zitten in grote „trossen" vastgehecht aan de zwarte bazaltblokken, naast bruine en groene zeeplanten. En heb je er de moeite voor over, ga dan eens in een mui neuzen. Bij het doorwaden van deze op het strand achtergebleven plassen, worden allerlei bodemvissen, zoals botjes en tongetjes, en andere dieren waaronder garnalen, krabben en zelfs levende kwallen, opgejaagd.

We zijn nu bijna bij de laatste strekdam aangekomen. Hier loopt een weg van strand omhoog naar cle duinen. Wie niet tegen een fikse wandeling opziet kan gerust nog een eind verder lopen, om dan het volgende pad, voorbij paal 96 te nemen. Zee en strand kunnen een boeiend schouwspel vormen; de duinen zijn niet minder fascinerend! Klim maar eens op één van

de hoge uitzichtduinen. Met een klein beetje fantasie waan je je in Schotland of Lapland. Als je je tenminste even voor kunt stellen dat dit duin een hoge berg is en die grillige waterpartijen in de duinkommen grote meren in diepe dalen. Die meertjes horen niet tot het oorspronkelijke duinlandschap. Door het hoge waterverbruik van de grote steden, daalde het zoetwaterpeil in de duinen zo ver, dat toevoer van Lekwater noodzakelijk werd. In de laagste duinpannen vormden zich hierdoor deze schilderachtige meertjes, die het aanzien van de duinen in grote mate verrijken. Zoals je al dadelijk ziet zijn ze weelderig begroeid met riet, struikjes en boompjes. Neem er gerust de kijker maar eens bij. Misschien kun je dan wel één van de vele vogelsoorten ontdekken, die gelokt door deze begroeiing hun domicilie hier gevestigd hebben. Prachtige vogels zijn erbij, zoals mantelmeeuwen, meerkoeten, wilde eenden, scholeksters, kievieten, fuuten, zee-en' bergeenden. Het is beslist de moeite waard van ons hoge uitzichtspunt af te dalen, en de op de kaart (voetspoor 13) aangegeven Waterdel-wandeling te maken, (paaltjes met blauwe kop). We krijgen de meren dan ook van dichtbij te zien. O ja, van te voren nog één raad: blijf op het pad en maak als het even kan niet te veel leven. De kans op verrassende ontdekkingen wordt daardoor groter!

Een niet onbekend lied „bejubelt" de natuurbescherming in onze duinen op ongeveer de volgende manier:

Waar de blanke top der duinen Afgezet met prikkeldraad Waar na elke kilometer Een bord „Verboden Toegang" staat..... (enz.)

Ondanks alle afrasteringen, die overigens voor 't vernielzuchtig publiek niet overbodig zijn, hebben de duinen toch een bijzondere charme, waarvan vooral wandelend verkeer kan genieten! In de vroege morgen, maar ook tegen de schemering, kun je tal van duinbewoners aantreffen. Konijntjes buitelen vrolijk rond hun hol en een enkele haas rent soms dwars over het pad, om in de struiken te verdwijnen. Fazantehennen in hun diepbruine pakjes vliegen plotseling tussen de dichte struiken vandaan, terwijl de fazantehanen met grappige wandelpasjes rondstappen en trots pronken met hun schitterend kleurenpakje. Hoor je dat gekraak? Schrik niet, maar sta even stil en kijk rustig rond. Zie je hem al? Het is meneer egel, die wat luidruchtig rondscharrelt. Pas op, want één want al te hard knierpende voetstap en de egel rolt zich op tot een ronde stekelborstel. Let ook eens op de begroeiing.

Sommige duinhellingen zijn als bestrooid met duinroosjes, kleine witte wilde roosjes, die heerlijk zoet geuren. Pluk ze niet! Met hun kleine, maar scherpe doorntjes verweren ze zich fel. Bovendien, voor je thuis bent zijn ze al verlept! De duindoorn met zijn stekelige takken en oranje bessen, maar ook kleurige duinviooltjes, het nauwelijks opvallende vergeet-mij-nietje, egelantier, Gelderse roos. hondsroos, vlier, heggerank, muurpeper en nog zoveel andere bloemen meer, horen tot het mooie duintapijt. Het is verbazingwekkend wat er nog op gewone zandgrond groeien kan! Oranje, blauw wit, geel, paars en rood, kleuren fris en vrolijk tussen het heldere groen van struiken, takken en bladeren.

Zet in het Koningebos je oren goed open. De reeds genoemde duinvogels hebben concurrentie gekregen van houtsnippen, roodborstjes, vinken en zelfs nachtegalen. Ga even op een bankje zitten en luister naar het mooie vogelconcert. En terwijl je daar zo rustig' zit, heb je zelfs kans, eekhoorntjes te ontdekken.

We gaan nu richting watertoren. Rechts van ons kunnen we duidelijk een rood dak van een villa, tussen struiken en heuveltopjes door, onderscheiden. Het is „Den Ruygenhoek", een zomerverblijf dat koningin Wilhelmina hier heeft laten zetten. Bij de watertoren en het pompstation gaan we rechtsaf de Harstenhoek weg op. Het eerstvolgende duinpad aan onze rechterhand behoort tot de op de kaart aangegeven Oostduinwandeling. Dwars door een dennenbos gaan we nu langs een stijgend pad naar een prachtig uitzichtspunt. Hier slaan we een laatste blik op zee, strand en duinen. Even links van ons zien we het uitgangspunt van onze wandeling: de pier met daarachter de silhouetten van de stad. Een grote stad met op slechts enkele meters afstand een schitterend stukje natuur. Daarom: trek er op uit. Vroeg of laat, altijd weer hebben strand en duinen hun eigen bekoring. Samen met de wind, de wolken en het altijd ruisende lied van de zee, fluisteren zij in wondere taal het schone vertelsel van hun grote Schepper.


Tekeningen. Ad van Veen. Garderen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juni 1972

Daniel | 24 Pagina's

Waar de zee ruist....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juni 1972

Daniel | 24 Pagina's