Morgenzang
Alverkwikkend morgenlicht, al de damp van gistren zwicht voor uw helder zondoorbreken. Ziet die schone bruidegom uit de kim het hoofd opsteken! Al 't gediert' roept wellekom.
’t Heilig aanschijn onbedekt ons een morgenrood verstrekt: Laat dan 't licht van Uioe stralen op ons duistre zielen neer (als die morgenzonne) dalen, dat wij U maar kennen, Heer.
Toon ons maar Uw aangezicht, als wij zien dit Zonnelicht: O, die goedheid, o, die klaarheid, o, die wijsheid eindeloos! Heilig, heiligende waarheid! Zee van goedheid grondeloos!
Laat ons daarin zinken stil, en verliezen wens en wil, en de wereld al haar luister kwijtgaan: als het Zonnezien door Zijn licht ons ogen duister maakt, en al het schoon doet vliên.
1820 - 1677
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1972
Daniel | 16 Pagina's