GUIDO DE BRèS
Deze keer zorgt de vereniging van Moerkapelle voor de vulling van onze rubriek. Hartelijk dank!
Als jongen was Guido de Brés knecht bij een zeer bekwaam glasschilder in Bergen (België). Hij was erg leergierig en wilde net zo'n bekwaam schilder worden als zijn meester. In de omgeving van Bergen moest een nieuwe kerk gebouwd worden. Daar moesten mooie, geschilderde ramen in komen, welke door Guido's baas gemaakt zouden worden. Guido hielp ijverig mee.
Het geheel stelde het kindeke Jezus voor die door drie koningen aanbeden werd. Op een dag vroeg Guido aan zijn meester, hoe hij zo precies wist hoe het geschilderd moest worden.
Zijn meester zei, dat hij dat allemaal in de grote Liesveld-bijbel gelezen had. Guido mocht deze bijbel lenen en begon met het verhaal dat zijn meester hem aangewezen had. Al vlug kwam hij tot de ontdekking dat er niet van koningen maar van wijzen gesproken werd. Ook waren er misschien wel meer dan drie, want er stond „enige". Toen begon Guido verder te lezen en hij ontdekte steeds meer dingen die door de Roomse kerk veranderd waren. Hij las niet alleen de Bijbel maar ook andere boeken. Zo kwam hij met het werk van de hervorming in aanraking. God zegende Guido!
Toen hij vijfentwintig jaar was, brak hij met de Roomse kerk. Hij kon niet langer in Bergen blijven en vluchtte naar Engeland, waar veel mensen hun toevlucht zochten. Hier ontmoette hij Melanchton en Petrus Datheen. Hij praatte veel over het werk der hervorming en studeerde veel. Telkens ontdekte hij meer dwalingen in de roomse kerk.
Na vier jaar in Engeland te hebben gewoond, ging hij terug naar België, maar niet als glasschilder.! Hij ging als predikant en vestigde zich in Rijselen. Vanuit die plaats reisde hij in het geheim de hele omtrek door. Maar hij was er niet veilig en vluchtte naar Duitsland, waar hij veel tegen de wederdopers geschreven heeft. Hij ontmoette Calvijn en ging in Zwitserland studeren. Guido heeft veel boeken tegen de roomse kerk en de wederdopers geschreven. Ook wilde hij een boekje over de kerkhervorming schrijven om aan de koning te laten lezen.
In een vervallen tuinhuisje heeft Guido de Brés onze 37 Artikelen des Geloofs geschreven. Op duidelijke wijze heeft hij op grond van Gods Woord de leer der zaligheid beschreven. Het is een van de belangrijkste belijdenisgeschriften en behoort tot de Drie Formulieren van Enigheid. Hij schreef ook een brief aan de koning. Deze brief werd met de 37 artikelen in de nacht van 1 op 2 november over de muur van het kasteel te Doornik geworpen en door de landvoogdes naar de koning gestuurd.
De koning gaf bevel De Brés gevangen te nemen, wat na zes jaar gelukte. Samen met nog een predikant werd hij op 1 mei 1567 ter dood gebracht.
Ad Graveland.
De oecumenische gedachte.
Een van de meest aktuele onderwerpen op kerkelijk gebied is de oecumenische gedachte. De oecumenische gedachte houdt in dat alle christelijke kerkgenootschappen zich verenigen tot één grote christelijke kerk. Een man die hier ontzettend veel voor heeft gedaan is Nathan Soderblom, een Zweed. In ons land hebben we zo omstreeks honderd erkende kerkgenootschappen die niet alleen naast elkaar voortbestaan, maar ook vijandelijk tegenover elkaar staan.
In 1914 is men begonnen met de oecumenische beweging. Na de tweede wereldoorlog was er een grote opbloei van deze beweging. Men wilde één grote christelijke kerk.i Maar zal dit ooit te verwezenlijken zijn? Kan een rechtzinnige protestant samen met een remonstrant of een rooms katholiek aan de mis deelnemen?
Een orgaan dat zich met de oecumene bezighoudt is de Wereldraad van Kerken. Na de tweede wereldoorlog heeft de Wereldraad veel gedaan voor Joden, onderduikers en krijgsgevangenen. Wat is de Wereldraad precies? Zij formuleert het zelf zo: De Wereldraad van Kerken is een werk-
tuig dat door de kerken is gemaakt om hen in staat te stellen om hun gemeenschappelijke roeping te vervullen en te trachten de eenheid van de kerk duidelijker zichtbaar te maken.
Wat zegt de Bijbel ervan? Als we 1 Cor. 1 : 10-17 lezen zien we dat Paulus sterk tegen verdeeldheid was. Dit is ook te begrijpen want een verdeelde kerk is veel zwakker als één kerk. Als er één kerk was, zou men veel sterker staan op het gebied van evangelisatie en zending. Maar één grote kerk zullen we nooit krijgen. Hoewel we allen dezelfde Jezus Christus belijden zijn de verschillen zo groot dat we nooit met bepaalde kerkgenootschappen kunnen samenwerken.
Maar hoeveel afgescheiden gereformeerde kerkjes zijn er niet? Scheidde men vroeger niet veel te snel van een hoofdstroom af? Waren er vaak geen persoonlijke belangen bij? Zijn de verschillen vaak niet te klein om reden tot afscheiding te zijn?
Dit behoren we ons toch af te vragen. Hangen wij als leden van de Gereformeerde Gemeente alleen de juiste leer aan? Gelukkig is dit niet zo. De grondslag van de oecumene is daarom wel goed maar de verschillen zijn te groot om tot één kerk te komen. Maar misschien zal er toch wel meer samenwerking kunnen zijn.
Naar aanleiding van dit onderwerp was er een discussie op een knapenvereniging van de Gereformeerde Gemeente. Hierbij werden de volgende vragen gesteld:
1. Weet je waarom het protestantisme zo verdeeld is en de Rooms-Katholieke kerk niet?
2. Weet je b.v. het verschil tussen de Ned. Hervormde Kerk en de Gereformeerde Gemeente?
3. Geloof je ook dat er zoveel buitenkerkelijken zijn door de scheuringen?
Het antwoord op vraag 1 was dat het grote verschil was dat de Rooms-katholieke kerk een paus boven zich had staan, die in geval van onenigheid de zaken weer kon rechtzetten. Ook zal een rooms-katholiek niet gemakkelijk uit de kerk treden, want de kerk is de ark van Noach, waarbuiten geen zaligheid iSj
Bij de bespreking van vraag 2 wist niemand het wezenlijke verschil. Maar later kwam men tot de conclusie, dat een preek bij de Hervormden meer bestaat uit tekstverklaring en er bij de Gereformeerde Gemeente meer de bevinding wordt gepredikt. Ook vond men dat er op kleine dorpen meer samenwerking tussen de kerkgenootschappen moest bestaan, b.v. op het gebied van de evangelisatie. Men was allemaal de mening toegedaan dat er zoveel buitenkerkelijken waren, omdat er zoveel kerkgenootschappen waren (vraag 3). Misschien zullen deze buitenkerkelijken als er één kerk zou komen wel naar de kerk gaan. Maar vele mensen, ook uit onze kringen, zullen zich niet met de leer van deze éne kerk kunnen verenigen. Zodoende zullen zij dan niet naar de kerk gaan, maar weer eigen kerken stichten. Men zal nooit tot één kerk komen!
Als laatste kunnen we nog opmerken dat de leden van de knapenvereniging het streven naar meer samenwerking van harte toejuichen. Maar zij geloven dat het nooit te verwezenlijken zal zijn om tot één kerk te komen.
Dirk Jan Bac.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1972
Daniel | 16 Pagina's