JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jeugdfontein

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jeugdfontein

5 minuten leestijd

Primitieve Godsdienst

Eerst in de 17e en 18e eeuw kwamen de Westerse volken in aanraking met wat wij primitieve volken noemden.

Voor hun godsdienst had men weinig interesse. Men beschouwde het als bijgeloof. Eerst later kreeg men er aandacht voor en ging men ze bestuderen. Men ontdekte twee feiten.

Ie. Primitieve religiositeit is een hardnekkig verschijnsel. Het is nog overal te vinden in verscheidene godsdiensten, ook binnen de christelijke kerk. (Ook de moderne mens draagt nog tal van primitieve neigingen en gedachten in zich). In momenten van nood springen die neigingen soms plotseling omhoog.

2e. De primitieve religie, die blijkbaar over de hele wereld bestaan heeft, vertoont een merkwaardige éénheid. Er zijn wel allerlei verschillen tussen b.v. de primitieve religie van de Indianenstammen in Noord-Amerika en die van de Bantoenegers in Midden-Amerika, tussen die van de volken van Nieuw-Guinea en' de Eskimo's van Groenland. Toch schijnt er iets te zijn van een algemeene primitieve religiositeit (verering).

Het woord primitief moet niet gezien worden in de betekenis van oorspronkelijk. Het is n.1. niet zo dat alle religies daaruit zijn gegroeid. Edward Burnott Tylor (1832-1917), een Brits geleerde, heeft een uitvoerige studie gemaakt over „Primitieve Culture" en heeft als naam voor deze religie het Woord Animisme ingevoerd (Aninisme is geestesverering. Bij sommige natuurvolken wordt aan alle dingen bewerkt of niet, een ziel toegekend).

De primitieve mens bemerkt dat er bij de dood blijkbaar iets is dat het menselijk lichaam verlaat.

Die „ziel" is normaal gesproken in het lichaam, maar kan er tijdelijk of zelfs voorgoed uit ontsnappen. Ze kan in de droom allerlei tochten maken, avonturen beleven en daarna weer in het lichaam terugkeren. De ziel zou een min of meer zelfstandig bestaan hebben. Later is gebleken dat de primitieve mens ziel en lichaam beslist iniet als 2 gescheiden zelfstandigen ervaart.

De Goden

Niet zelden treft men in de primitieve religie het geloof in één Oppergond aan wie in de regel de schepping of althans de ordening van deze wereld wordt toegeschreven. Hij wordt genoemd met allerlei namen. „Onze Vader", „Hemelvader", „Alvader" ook wel de „Zeer Oude". Opmerkelijk is dat in de mythen van de primitieve volken wel verteld wordt dat in de oertijd deze High God de wereld tot een geordende en bewoonbare wereld gemaakt heeft en dat Hij de regels en de wetten heeft ingesteld, maar dat Hij verder in het religieuze leven van de meeste primitieve volken een zeer kleine rol speelt. Men bidt niet tot Hem en als het soms gebeurt dan alleen door het stamhoofd. De gewone man richt zich behalve in uiterste nood niet tot Hem maar zoekt hulp en steun bij de zielen van de voorouders of andere machten. In veel mythen wordt verteld dat het Hoogste Wezen, nadat Hij alles gemaakt had en de wetten had ingesteld, is afgereisd naar een ver land. Met de natuur wordt het Hoogste Wezen weinig in verband gebracht. Indien dit toch gebeurt dan is dat met de donder en soms met aardbevingen. Opvallend is nog dat Hij nooit genoemd wordt als de ziel van één of andere gestorven voorvader. Hij was er al voordat de dood er was.

De Stam

De stam is een begrip met religieuze geladenheid. De stam heeft n.1. goddelijke voorouders waarmee deze gemeenschap voortdurend in kontakt staat. De stam heeft ook deze bijzondere betrekking tot het. Hoogste Wezen of de Alvader. Men leeft in de heilige wereld. Ook de Goden worden tot de stam gerekend. De stam voelt zich verbonden met de natuur in de meest strikte zin van het woord als goddelijke wereld. De mens die in een innig stam-verband leeft is nooit alleen, doet alles in samenhang van de stam en overeenkomstig de stamrede. Alleen de dood moet hij als een eenzame binnen gaan. Dat brengt mee dat die dood zeer gevreesd wordt. Men gaat er

van uit dat de dode zich nameloos eenzaam voelt en alles in het werk zal stellen anderen met zich mee te trekken. Vooral kort na het sterven is men' zeer beducht voor de dode, probeert hem te misleiden, maar houdt men hem ook in ere (omwegen bij begrafenis, maaltijden bij het graf). Om de dode zoveel mogelijk met zijn lot te verzoenen worden vaak allerlei geschenken meegegeven. In vroeger tijden werden zelfs zijn slaven mee gedood.

In India werd het eeuwenlang gebruik dat de weduwe, wanneer het lichaam van haar man verbrand werd, zich samen met hem aan het vuur overgaf. Zulke weduwen werden suttee's genoemd (getrouwe). Een vorst mag zijn huis alleen bouwen met de voorkant naar het oosten. Het Oosten hoort bij de vorst, bij de opgaande zon, bij de kleur rood, bij het leven, bij de hemelnachten.

Men begraaft de doden in de richting Zuid-Noord en men slaapt ook zo. Alles is ingepast in het grote kosmische verband waarin ieder afzonderlijk element een eigen functie vervult. Tenslotte, veel van het primiteve denken is nog niet verdwenen, al is het vaak verdrongen. Veel gedachten en gewoonten, begrafenisgebruiken, geloof in ongeluksgetallen (b.v. het getal 13), mascotten, feestvieringen gaan op dit denken terug.

Knapenvereniging „Immanuël"

Leo Plaisier.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1972

Daniel | 16 Pagina's

Jeugdfontein

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1972

Daniel | 16 Pagina's