JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ROEPING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ROEPING

4 minuten leestijd

De Heere nu had tot Abram gezegd: a uit uw land, uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. (Gen. 12 : 1)

In deze tekst lezen wij over de roeping van Abram. Daar geeft de Heere getuigenis van Zijn eigen werk. Abram is niet met God begonnen, maar, o eeuwig wonder, God is met Abram begonnen.

Dat de Geest nog mag uitgaan, opdat wij ons toch naarstig zouden onderzoeken. In het bijzonder denken we daaraan in deze tijd in verband met het doen van belijdenis en het Heilig Avondmaal. Er is een inwendige en een uitwendige roeping. We zijn zeer bevreesd, dat hoe langer hoe meer het onderscheid tussen kerkelijk en goddelijk recht wordt uitgewist. Ja, dat velen niet meer onderscheiden, of willen onderscheiden tussen historisch en zaligmakend geloof, tussen een eenzijdig Godswerk — in ons, zonder ons — en een algemene overtuiging. De Heere Zelf beware ons bij de zuivere schriftuurlijke, onderwerpelijk door Hem in ons gewerkte waarheid, opdat we toch niet onwaardig eten en drinken van deze zo heilige dingen, door de Heere ingezet en gegeven tot versterking van het oprechte geloof in Zijn volk.

Zonder inwendige roeping en de daaruit voortvloeiende zelfbeproeving hoe groot mijn zonden en ellenden zijn, is het ten Avondmaal gaan ons een oordeel eten en drinken. Hoe ernstig spreken hierover onze vaderen naar luid van de Schrift. Zie verder voor zelfbeproeving het formulier van het Heilig Avondmaal.

Abram is uit de linie van Sem, de zoon van Noach. Hij is een zoon van Terah en heeft twee broers: Nahor en Haran. Deze laatste is de weg gegaan van alle vlees vóórdat zijn vader stierf en liet zijn zoon Lot achter.

Abram is een gekende van eeuwigheid. In Hem is door de roeping en levendmaking op Gods tijd, in de volvoering van het volkomen heilsplan of heilsorde, de zaligheid verheerlijkt. Dat geschiedt door het ontvangen van geloofskennis van de drie stukken. Zie de Heidelbergse Catechismus. Die Hij tevoren verordineerd heeft, deze heeft Hij ook geroepen en die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft Hij ook verheerlijkt. Hier geldt ook dat het een hemelse roeping is naar Gods welbehagen krachtens het verbond (Ps. 105 : 5 berijmd). Dat die roeping, lieve jeugd, ook in jullie hart mag plaats vinden tot Gods eer en jullie heil op weg naar de eeuwigheid.

De plaats waar Abram geboren werd en gewoond heeft, is Ur der Chaldeeën. We gaan niet uitgebreid op deze geschiedenis in. Eén ding weten wij. Daarover wordt cok gesproken in Handelingen 7 : 2: e God der heerlijkheid verscheen onze vader Abraham, nog zijnde in Mesopotamië, eer hij woonde in Charr'an. Zie ook Hebr. 11:8 e.v. en verder de ernstige waarschuwing in Joh. 8 : 39.

Dit alles is heilsgeschiedenis. De bijbelheiligen spreken tot onze lering nog nadat zij gestorven zijn. De grote daden van die onveranderlijke getrouwe Verbondsgod worden hier duidelijk getekend. Het gaat om de inwendige toepassing van het heil, dat door Vader, Zoon en Heilige Geest van eeuwigheid is uitgedacht en in de tijd wordt uitgewerkt en in-gewerkt in de harten van de Zijnen. Daardoor ervaren zij met Abraham, dat er geen andere weg is clan waarover de psalm spreekt: Door U, door U alleen, om het eeuwige welbehagen. Daarvan spreekt cok de apostel: Ik wens onder u niets anders te weten dan Jezus Christus en die gekruisigd. Dat is dan ook de weg, waardoor het God behaagt de uitverkorenen tot Zijn eigendom te maken. Omgekeerd worden zij het eigendom des Heeren in een weg van zielestrijd.

Wat verder de roeping betreft, raden we jullie aan te lezen Spreuken 1 : 20-33, de gelijkenis van het zaad uit Matth. 13 en de Vijf artikelen, 3e en 4e hoofdstuk, art. B - 9. De Heere werke in onze harten, opdat het mag ervaren worden door jong en oud wat we lezen' in Ps. 119 : 32.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1972

Daniel | 16 Pagina's

ROEPING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1972

Daniel | 16 Pagina's