Het leven van Willem de Mérode
Tragiek en triomf
Na de brede inleiding waaruit het artikel in het nr. van 31 maart j.1. bestond, thans iets uit het leven van de dichter zélf. Uiteraard kan hier niet naar volledigheid gestreefd worden. Het zijn slechts enkele grepen die we kunnen' doen uit de overvloed van materiaal die het boek van Werkman biedt. *)
Oudersen grootouders
De schrijver heeft zijn werk grondig aangepakt, want in de eerse hoofdstukken gaat het nog niet over Willem Eduard Keuning, alias Willem de Mérode zélf, maar over zijn grootouders van beide kanten en over zijn ouders. Dit wordt niet zonder reden gedaan. Grootvader van vaders zijde, Hendrik Keuning, stierf jong, maar heeft op het gezin het stempel van stoere rechtlijnigheid gedrukt. Grootvader van moeders zijde was Hendrik Wormser, een broer van de bekende Réveilman. Ook Hendrik had vele mondelinge en schriftelijke kontakten met tal van Réveil-mensen. Hij was een vroom man met een mystieke inslag en had een niet al te sterk ontwikkeld kerkelijk besef. In Willem de Mérode zien we de Wormser-én de Keuningtrekken beide vertegenwoordigd, waarbij echter opvalt dat hij steeds minder „Wormser" wordt en steeds meer „Keuning".
Jeugdjaren
In 1887 wordt Willem Eduard geboren. Hij is het zesde kind van de hoofdonderwijzer Jan Keuning en Elisabeth Wormser. Het gezin woont clan al weer enkele jaren in het Groningse Spijk. Vader Jan is een vurig volgeling van Abraham Kuyper. Hij heeft het druk met zijn school, het schrijven van historische jongensboeken en het volschrijven' van een door hem
uitgegeven blaadje. Moeder heeft alle tijd nodig voor haar zeven kinderen. Heel wat zorg moet worden besteed aan de van jongsaf ziekelijke Willem Eduard. Hij wordt daarbij flink verwend. Het is mogelijk dat deze in-de-wattenleggerij zijn homofiele aard versterkt heeft. Zijn jeugd blijft overigens erg vaag. Als een onopvallend jongetje, zonder vrienden, leest hij het ene boek na het andere, rijp en groen. Ook op de kweekschool gaat hij als een kalm, rustig, onberispelijk jongmens door het leven. Literair gezien gaat er omstreeks deze tijd een nieuwe wereld voor hem open. In het goed-gereformeerde gezin Keuning waren de dichters Bilderdijk, Da Costa en Ten Kate favoriet. Hij ontdekt dan echter Kloos. Het ene gedicht na het andere schrijft hij van hem over in zijn verzenschrift.
Na de kweekschool is hij een jaar onderwijzer te Oude Pekela. Hij krijgt daar moeilijkheden omdat hij gedwongen wordt ook 's zondags te blijven om zondagsschool te kunnen houden. Op 1 mei 1907 begint dan zijn werk in Uithuizermeden, een Gronings dorp tegen de Waddenzee aan, niet zo ver van Spijk.
In verzoeking
Willem Eduard is zich langzamerhand wel bewust geworden van z'n anderszijn in het liefdeleven. Hij taalt niet naar meisjes, voelt zich op geen enkele manier tot hen aangetrokken. Er is in Groningen echter wel een vriend, Reind Kuitert, naar wie hij op een ander manier verlangt dan bij een normale vriendschap tussen twee jongens. Pas veel later is Reind zich van deze bijzondere verhouding bewust geworden. Hieruit laat hij zich al direkt afleiden dat er vnn een sexuele relatie tussen beide jongens geen' sprake was. Wat Willem Eduard wilde was een platonische, zuivere liefde, een elkaar volledig begrijpen, zonder begeerte. De zinnelijke begeerte was er bij hem ook niet. Daar hoefde hij dan ook niet tegen te strijden. Gelukkigvoor hem heeft hij na Reind ook andere vrienden gehad bij wie deze begeerte evenmin als bij Reind opgewekt werd. Het zal juist zijn catastrofe worden als hij een vriend krijgt bij wie cle sexualiteit wél een rol speelt.
Als beginnend dichter zien we Willem de Mérode verteerd door angst en schuldgevoel. Want al had hij dan niet te strijden tegen cle brandende hartstocht van de begeerte, zijn afwijkende erotiek zag hij wel als zondig. Daarbij kwam dat ook geestelijk alles overhoop lag bij hem. Hij kon niet spreken van een persoonlijk geloofsleven. Uit de tijd stammen heel wat gedichten die door de argeloze lezer religieus verklaard worden, maar die in werkelijkheid cle liefde verheerlijken. Plotseling kan daar echter toch ineens de schreeuw uit de diepte zijn naar God, cle lévende God, een schreeuw die gelukikg óók in poëzie wordt omgezet.
De dorpsbewoners vermoedden niet wat er in hun uiterlijk zo bezadigde meester omging. De kinderen mochten hem graag, want hij kon buitengewoon goed vertellen. Ook bij het schoolbestuur stond hij goed aangeschreven', als men de rapporten van hun schoolbezoeken nagaat. Het enige wat een bestje vreemd aandoet (achteraf) is, dat jongens altijd worden voorgetrokken. Twee jongens, Okke en Jaap, in het bijzonder. Zij mogen 's morgens voor schooltijd cle meester helpen, zij moeten elke week een keer bij cle meester op bezoek kernen (en vonden dat ook wel eens vervelend), hij neemt ze mee naar musea en concerten, draagt gedichten aan ze op en dat alles zonder wantrouwen op te wekken. Nogmaals, er is clan ook niets gebeurd. Als hij „zijn jongens" maar bij zich had, clan was het al genoeg.
Door de crisis tot Kruisdrager
Ondertussen ging cle worsteling tussen de genegenheid voor zijn jongens én de overgave aan God door. Hij had op 26-jarige leeftijd belijdenis des geloofs afgelegd, om er mee verder te komen, zoals hij cle kerk.eraad vertelde. Er is echter nog geen rust. Daarbij kwam dat zijn mystieke „Wormser"-natuur weinig bevrediging vond in de wel orthodoxe, maar dorre preken van cle plaatselijke predikant. Zijn mystieke aanleg brengt hem zelfs tijdelijk tot vrij grote sympathie voor de Rooms Katholieke kerk!
Een langdurige en ernstige ziekte in 1919 brer.gt de dichter tot de zekerheid dat zijn conflict, zijn specifieke probleem, niet buiten God om uitgevochten kan worden. Gods snoeimes moet erin! Een periode van de grootste onrust breekt nu aan. De oorzaak hiervan is vooral te vinden in het feit dat hij nu voor het eerst toegeeft aan de zondige verlangens van een vriendje, dat de plaats inneemt van Okke en Jaap die in Holland op een landbouwschool zitten. Dit heeft zich enkele malen herhaald. Tijdens het proces van een zekere Ernst Groeneveld (veroordeeld wegens homosexueel verkeer met minderjarigen) valt ook
de naam W. E. Keuning. Alles ontwikkelt zich nu snel. 26 februari 1924 barst de bom. De merisen zijn verschrikkelijk ontdaan. Het ontslag volgt spoedig. Het proces wordt een groot schandaal. Tot getrouwde mannen toe werden ondervraagd. Een half jaar gevangenisstraf is het gevolg.
Deze feiten betekenen dé grote crisis in het leven van Willem de Mérode. Dat hij hierin niet geestelijk is ten onder gegaan, heeft hij ervaren als Gods genadig ingrijpen. Hoewel hij het de eerste tijd na de gevangenis erg moeilijk heeft gehad door die houding van de mensen én van de kerk, mag hij toch in zijn beste momenten roemen van Gods genadig schuldvergeven in Jezus Christus.
De strijd tussen' erotiek en geloof is eindelijk uitgestreden. Hij heeft zijn anderszijn leren zien als een vorm van het kruis voor een christen op aarde. De rest van zijn leven heeft hij in Eerbeek (Gelderland) doorgebracht. Hij kwam daar door bemiddeling van de schrijfster Wilma. In deze boerenomgeving vond hij de rust die hij ook voor het lichaam zo hard nodig had.
De Mérode als dichter
Wilma bracht hem ook in kontakt met de Jong-Protestanten. In deze club van jonge protestantse auteurs voelde hij zich echter niet erg thuis. Slechts een enkele keer bezocht hij, meegesleept door Wilma, hun Pinksterccnferentie. Hij had vooral op hen tegen dat ze zo vaag, zo weinig omlijnd, zo weinig principieel en zo sterk cultureel waren ingesteld. Hier is de echte „Keuning" aan het woord.
De gedichtenbundels blijven inmiddels van de pers komen. De Mérode is een dichter die heel veel heeft gepubliceerd. De kwaliteit kan clan niet steeds even hoog zijn. Holle retoriek gaat dan de plaats van werkelijke inspiratie innemen. Toch zijn er heel veel zuivere gedichten van hem met een typisch eigen geluid. De erkenning, niet alleen uit eigen kring, maar ook „van buiten" móet dan eindelijk ook wel komen. Als hij op 1 maart 1936 zijn 25-jarig dichtersjubileum viert, wordt hij ook door de meeste erkende critici niet meer beschouwd als d.e rijmelaar van zoete, religieuze liederen. maar als cle vormvaste woordkunstenaar die wérkelijk iets te zeggen heeft. Steeds meer ook wordt hij christen-kunstenaar. Hij schrijft zelf aan Risseeuw „Chr. Litteratuuris litteratuur die Christus
als den Heer belijdt, En dat kan alleen als de auteurs Hem zelf zoo kennen en belijden. Ik geloof, bij alle waar. deering voor sociaal gevoel dat cle jongeren hebben (en dat is ook een tijdsstroming) ze teveel de persoonlijke bekeering vergeten. En dan zijn vele gevatte xuoorden over 't fiasco van Christendom en kerk ijdel". Dit zijn woorden die ock in onze horizontalistisch-gerichte tijd wel ernstig genomen mogen worden!
De laatste 15 maanden van zijn leven komt er geen gedicht meer uit de pen. Het einde gaat naderen. Het lichaam is totaal op, aan alle organen lijdt hij hevige pijnen. Zondag 21 mei is de laatste dag aangebroken voor het gekwelde lichaam. In de avond sterft hij. Aan het graf werd door Heeroma (nu professor in Groningen), Bert Bakker en Rijnsdorp het woord gevoerd. Daarna speekt de hervormde Ds. Touw over 2 Cor. 12: , , Te roemen is mij waarlijk niet oorbaar... En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, namelijk een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen.
In Willem de Mércde verloor Nederland een christelijk kunstenaar, De mens viel weg. Het werk bleef. Waar bleef het? Laat het niet alleen goed zijn voor het Letterkundig Museum. Het is te hopen dat het bock van Werkman de bekendheid mét en de waardering vóór het dichterlijk oeuvre van Willem de Mérode zal vergroten. Met name in onze tijd waarin het reformatorisch geluid op dichterlijke wijze bijna niet meer doorklinkt, is dit van het grootste belang!
I-I. Werkman: Het leven van Willem de Mérode. Uitgave: Buyten & Schipperheijn N.V., Amsterdam, 1971, 227 blz. én 14 blz. foto's, paperback, ƒ 18, —.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 1972
Daniel | 16 Pagina's