Van de rust der zielen
Al ruisen alle wouden, al bruist het wilde meer, al beeft het al van donder, al straalt de bliksem neer: Mijn hart blijft zonder vrezen in Zijn Wezen.
Het kan ons niet verschrikken, al wat van buiten woelt, wanneer men maar van binnen de schoonste ruste voelt; die schoonste rust van binnen kan 't verwinnen.
Als Jezus Zich in 't harte te ruste heeft gezet, laat eens een onweer komen, dat deze rust belet: Al 't kwaad versmelt in vrezen voor Zijn Wezen.
O, mensen, woudt gij leren waarin uw heil bestaat? 't Is hierin, dat gij weelde en aardse rijkdom haat, en dat gij tracht te winnen rust van binnen.
Jan Luyken (1649—1712)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1972
Daniel | 32 Pagina's