De Gekruisigde
Wie hangt er zoo deerlijk, geteisterd, geschonden, roodvervig, vol striemen en toonden, tot smaadheid en schande, aan 't kruishout verheven, wat heelt Hij, wat heeft Hij misdreven?
Dat is er het Slachtlam, zoo heilig geboren. breking en lessching van toorn: Zijn misdaad is liefde, uitvloeien en geven, dat kost hem, dat kost Hem Zijn leven.
Kost dat Hem Zijn leven, die schoonste van allen, hoe is Hij in 't lijden vervallen? Of is het uit liefde, en heilige minnen; wat zal Hij daarmede dan winnen?
Wat anders als 't leven der eeuwige zielen, die droevig in zonden vervielen; Opdat Hij de schulden verzoene en boete, Zoo druipen Zijn handen en voeten.
Ach Jezus, beminde, hoogwaarde en schoone, wie zal U, wie zal U beloonen? Uw weldaad die gaat ons vermogen te boven, •wij willen U prijzen en loven.
Jan Luyken (1649 — 1712)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1972
Daniel | 16 Pagina's