De opstanding van Jezus.
Rabbouni, o mijn waarde Heer! Ik val aan Uwe voeten neer, mijn tong x? an blijdschap moet bezwijken, ach, wil toch niet meer van mij wijken.
En raak mij dus niet langer aan, maar laat Mij vrij weer henen gaan, Ik ben nog niet — versta Mij nader — gevaren op tot Mijnen Vader. Maar ga tot Mijne broeders voort, en zeg hun aan dit troostrijk woord, dat hen de ziele zal doordringen, hoeioel zij van Mij lopen gingen.
Terstond Maria Magdaleen ging met deez' blijde boodschap heen, om Zijn disciplen te verkonden, 't geen waar zij toe was uitgezonden.
Wie zal uitspreken met wat vreugd haar deze vrouw wel heeft verheugd, dat Jezus Zelf, na al haar wenen, als buiten hoop, haar was verschenen!
O Jezus! Als Gij voor een tijd met Uwe troost geweken zijt, wil, tot verdrijving onzer smarten, ook loeder opstaan in onz' harten.
Willem Sluiter (1627—1673)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1972
Daniel | 16 Pagina's