Muziek door de eeuwen heen
Georg Friedrich Händel
Twee tijdgenoten; een verge1ijking.
Het maken van een vergelijking tussen Händel en Bach, is voorzover het de kwaliteit van hun muzikaal kunnen betreft, een uiterst riskante aangelegenheid. Ondanks het welhaast ondoenlijke ervan, heeft menig „musicoloog" zich verstout het zijne er over te zeggen. In wezen komen hun conclusies hier op neer, dat men moeilijk kan stellen dat een sinaasappel beter van smaak is dan een citroen. Met andere woorden: een sinaasappel is en blijft een sinaasappel, terwijl een citroen ook weinig aanstalten maakt zijn eigensoortigheid te veranderen. Het is wel duidelijk dat men niets anders bedoelt te zeggen, clan dat Händel Bach niet is, en Bach Händel niet.
In verband met het uitspreken van een muzikaal oordeel, wordt voor Händel vaak cle psychologische term „extravert" gebruikt. Dit wil zoveel zeggen als „betrokken zijn op de buitenwereld, de personen en zaken die een mens omringen". Daarmee gepaard gaat het niet, of in geringe mate, bezitten van geestelijke verdieping.
In tegenstelling tot Händel wordt Bach vaak „introvert" genoemd. Evenals „extravert" is dit begrip aan de typologie van Jung ontleend, en duidt op een meer naar binnen gerichte persoonlijkheid.
Händeis muziek is inderdaad haast ondenkbaar zonder groot auditorium Er kan gesteld worden, clat hij, behalve voor zichzelf — zoals elke kunstenaar — waarschijnlijk in sterkere mate, voor anderen schreef. Zijn hoorders te stichten, mee te slepen, te imponeren Ziedaar Händel: een muzikaal volksmenner. Zijn stijl is retorischcr, ietwat „gezwollener", dan die van Bach.
Gezien het verschillende karakter van beide componisten, is het toch wel moeilijk te stellen wie „beter" is. We zouden het ? .o kunnen zeggen: Bach en Händel zijn twee zuilen van verschillende vorm, die het tijdperk van de barok schragen, en ver uitheffen boven alle muzikale periodes die geweest zijn.
Ieder toetse deze uitspraak, na veelvuldig beluisteren van beider composities, aan zijn eigen smaak.
Wederzijds contact.
Bach en Handel, die tijdgenoten waren, — ze werden in hetzelfde jaar geboren — hebben, ondanks beider bekendheid, nooit persoonlijk contact gehad. Bach heeft wel eens toenaderingspogingen ondernomen! 1) Toen Händel namelijk in 1729 Halle in Duitsland bezocht, waar zijn moeder ernstig ziek lag, stuurde Bach zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann naar hem toe met de opdracht een ontmoeting te bewerkstelligen. Dat Händel deze ontmoeting niet wenste, kan aan verschillende oorzaken gelegen hebben.
Hij kan door de ziekte van zijn moeder niet in de juiste stemming verkeerd hebben. Ook kan zijn weigering betrekking hebben op het feit dat zijn sociale status een heel andere was dan die van Bach.
Handel had namelijk een positie verworven — in geen geval over de ruggen van anderen — waarin hij zich zelfs boven de adel verheven kon voelen. Het gevolg daarvan was, dat velen hem graag als „kruiwagen" gebruiken wilden om iets te bereiken. De voorspraak van Händel was heel wat waard! Vaak werd hem, juist hierom, geen rust gegund. Zijn afwijzende houding kan dus een gevolg' zijn van „zelf-protectie". Hij wilde rust, vooral toen in Halle. Daarbij kwam, dat hij de muzikaliteit van zijn tijdgenoot waarschijnlijk niet zo hoog aansloeg. Andersom is dat wel het geval geweest, want het is bekend dat Bach verscheidene composities van Händel gecopieerd heeft, terwijl Händel waarschijnlijk nooit de moeite heeft genomen zich met het werk van Bach op de hoogte te stellen. Dat is wel enigszins te begrijpen, als we ont realiseren dat Händel „wereldburger" was, en Bach slechts als organist bekendheid genoot in zijn — zij het wijde — omgeving. Bach-aanhangers zien in die gebeurtenis te Halle de superieure, hooghartige houding van Händel ten opzichte van Bach, die zijn eerlijke bewondering voor Händel nooit onder stoelen of banken heeft gestoken.
Händels eerste muzikale schreden.
Georg Friedrich Händel werd in Halle geboren op 14 april van het jaar 1759. Heel opmerkelijk is, dat zijn familie volslagen a-muzikaal was. Over het leven van Händel is veel gefantaseerd door romantische biografen. Als we hen geloven moeten, dan heeft Händeis vader met geweld getracht de muzikale aspiraties van zijn zoon te onderdrukken, zodat de jonge Georg met de hulp van een tante in het grootste geheim op zolder moest spelen op een binnengesmokkeld clavichord. Of vader Händel zozeer de verlangens van zijn zoon zou hebben tegengehouden, is niet met zekerheid te zeggen. Wel is zeker dat hij zijn zoon altijd afgeraden heeft van de muziek zijn metier te maken. De musicus stond in die dagen, vooral te Halle, niet bijster hoog aangeschreven.
Bij een bezoek aan het hof van Weissenfels, waar de oude Händel „hofchirurg" was, trok de muzikaliteit van de toen negenjarige jongen de aandacht van de hertog, die de vader adviseerde zijn zoon muziek te laten studeren. Vader Händel kon niet anders doen, zij het tegen zijn zin, dan zijn zoon muzieklessen te laten nemen bij de bekwame Friedrich Wilhelm Zachau, organist te Halle.
In 1G97 overleed Händeis vader. Uit piëteit liet Händel zich inschrijven aan de universiteit van zijn geboortestad als student in de rechtswetenschappen. Het opmerkelijke is dat het volgen van enkele colleges rechtsgeleerdheid in die tijd een getuigschrift voor componisten leek te zijn. We denken slechts aan Kuhnau, Telemann, Heinrich Schütz, Mattheson en Carl Philipp Emanuel Bach, die zich ook allen in meer of mindere mate met die studie hebben. beziggehouden.
Händel heeft die aangevangen studie nimmer voltooid. Reeds een maand later krijgt hij een aanstelling als organist in Halle. Na een jaar vertrekt hij naar Hamburg.
Hamburg.
Aan cle Hamburgse periode van Händel is de naam van de vier jaar oudere Mattheson zeer nauw verbonden. In Hamburg, waar sinds enige jaren een schouwburg was, werd in het najaar van 1704 een opera van Johann Mattheson — de mentor van Händel — uitgevoerd. Mattheson, die zeer ij del was, had met de rol van componist alleen geen genoegen genomen, en zich daarom ook in de opera zelf een hoofdrol toebedeeld. Een rol die echter een half uur voor het einde was uitgespeeld. Om nog meer voor het voetlicht te treden, wilde hij het laatste half uur de plaats innemen van de vaste Cembalist, in dit geval Handel. De eerste keer had Händel, die de zwakheden van Mattheson kende, glimlachend toegestemd. Toen dit zich echter meermalen voordeed, weigerde hij ten
laatste beslist om zijn plaats af te staan. Mattheson maakte hierover een geweldige scene, die uitgroeide tot een ruz'e en' een duel tussen de beide collega's na afloop van de voorstelling. De ruzie is later bijgelegd, zo blijkt uit Mattehson geschriften. In Hamburg schreef Händel ook enkele opera's, die echter geen succes werden. Dat deed hem het besluit nemen Italië, de bakermat van de opera-kunst, te gaan bezoeken, om zich zodoende bij de bron" te gaan laven.
Italië.
Op uitnodiging van een Toscaanse prins, Gian Gastone, besloot Händel naar Florence te reizen, waar hij door zijn gastheer dadelijk geïntroduceerd werd in de hoogste kringen.. Hier oogstte hij met zijn opera „Rodrigo" veel succes, zodat voor hem in Italië de weg naar de top langs invloedrijke personen reeds geëffend was. In Rome komt hij in contact met de „Arcadia", een broederschap van kunstminnaars en musici, die zich ten doel gesteld hadden het esthetisch niveau van de kunst te verhogen. De leden van die broederschap droegen herders-namen, om het ongekunstelde doel van hun bond tot uitdrukking te brengen.
Enkele voorbeelden hiervan: Corelli heette Arcomelo; Scarlatti: Terpandro; Marcelli: Bernardo. Het eenvoudige herdersleven werd destijds gezien als het hoogst bereikbare ideaal, gecombineerd met romantische verlangens naar een leven los van alle maatschappelijke verplichtingen en vormen. Ook in de letterkunde komen we dit genre tegen. We denken hier bijvoorbeeld aan de Granida van Hooft.
In de „Arcadia" raakte Händel bevriend met Corelli, van wie hij veel geleerd heeft. Na een kort bezoek aan Napels gaat hij naar Venetië. Dat is de tweede maal op zijn studiereis dat hij de Dogenstad bezoekt. Zijn eerste verblijf daar was slechts kort, maar niet van belang ontbloot, omdat hij toen van twee zeer vooraanstaande personen uitnodigingen had gekregen. Te weten: van Prins Ernst August van Hannover en van de hertog van Manchester. Hoe belangrijk dit eerste bezoek geweest is, bewijst zijn verdere leven.
Na de tweede maal in Venetië veel successen geboekt te hebben, en reeds wereldvermaard te zijn, neemt hij afscheid van zijn leerschool Italië.
Tweemaal Hannover-Londen.
In 1710 wordt Händel hofkapelmeester te Hannover, een functie die hij zeer ambieerde, niet zozeer door het vele werk dat hij te doen zou krijgen, als wel om het feit dat deze funktie hem in de toekomst geen windeieren zou leggen. De keurvorst van Hannover, Ernst August, was namelijk de vermoedelijke troonopvolger van Engeland. De keurvorst had inderdaad niet veel voor hem te doen, zodat Händel al spoedig verlof vroeg om naar Engeland te kunnen gaan. Na nog geen jaar van afwezigheid — een jaar waarin hij grote successen behaalde — keerde hij naar Hannover terug, zij het met tegenzin. In 1712 vroeg hij voor de tweede keer verlof naar Engeland te mogen gaan. De toestemming werd verleend, onder voorwaarde dat hij na „gepaste" tijd weer terug zou keren. Die „gepaste" tijd werd echter levenslang.,
Engeland.
Händel heeft nooit officieel ontslag gevraagd uit de functie die hij te Hannover bekleedde. Hij liet eenvoudig niets meer van zich horen en bleef in Engeland, zijn tweede vaderland. In 1726 liet hij zich als Engelsman naturaliseren om zijn tegenstanders, die hij al spoedig te veel had, de mond te snoeren.
De eerste muzikale indrukken die hij in Londen opdeed waren van bijzondere aard. Daar was bijvoorbeeld de kolensjouwer Thomas Britton, overdag bracht hij zijn koopwaar rond en 's avonds ontving hij als gentleman een uitgelezen gezelschap muziekminnaars op de bovenverdieping van de kolenloods, die als concertzaal was ingericht. Händel was reeds spoedig één van de vaste bezoekers, en hielp ook mee aan de uitvoeringen.
Nauwelijks enkele jaren in Londen, in het jaar 1714, hoort Händel dat zijn vroegere werkgever Ernst August de Engelse troon zal bestijgen als Koning George 1. Of de laatste zich in Duitsland nog erg druk gemaakt heeft over zijn ontrouwe kapelmeester valt te betwijfelen, want hij heeft nimmer pogingen in het werk gesteld om Handel terug te halen naar Hannover.
Waarschijnlijk was de reactie van Händel dan ook wel overbodig: hij besloot namelijk na 1714 een poosje in stilte te gaan werken, om de koning maar niet onder ogen behoeven te komen. Lang kon nij George echter niet ontlopen, want een componist van zijn formaat moest aan het hof wel opvallen.....
Bekend is het verhaal dat Händel een po-
ging onderneemt de koning gunstig te stemmen. Als zijn vroegere opdrachtgever namelijk eens een boottocht maakt op d.e Theems, hoort hij plotseling van een andere boot schone muziek klinken. Hij ontbiedt de componist bij zich om hem te complimenteren. Tot zijn verbazing, aldus de romantische geschiedschrijvers, blijkt dit Händel te zijn. Het is in dit verband wel enigszins verwonderlijk dat de koning zo a-muzikaal geweest schijnt te zijn, dat hij de stijl van zijn vroegere kapelmeester niet herkende. Dit verhaal wordt dan ook door meerdere biografen in twijfel getrokken. Er wordt onder andere aangevoerd dat de „Water - Music", zoals deze compositie genoemd wordt, in 1717 in opdracht van George door Handel geschreven is. Tevens wordt betwijfeld of de koning', gezien het feit dat hij in Engeland nooit naar Händel geïnformeerd heeft en ook nimmer zijn best heeft gedaan hem naar Duitsland terug te halen, wel zo'n groot probleem gemaakt heeft van de „kwestie Händel". Hij zal wel belangrijker zaken hebben gehad, die hem bezig hielden.
The Royal Academie of Music.
In Londen wordt Händel in het jaar 1719 als muziekdirecteur aangesteld van de dan geopende „Royal Academy of Music". Aanvankelijk had deze instelling de wind in de zeilen, maar het Londense publiek had de kwalijke eigenschap sterk op sensatie belust te zijn, Händel had twee medemuziekdirekteuren, d e evenals hij opera's schreven en solisten aanzochten. Al spoedig bleek het bezwaar van het bezitten van drie muzikale kapiteins op één schip. De Londenaars gingen twee van hen tegen elkaar uitspelen: Händel en Boncncini. Het ene jaar kreeg een opera van Bononcini grote bijval, het andere jaar waren de bordjes verhangen. Spoedig werden ook de solisten betrokken in de discussies. Het is zelfs zo erg geweest, dat twee door het publiek tegen elkaar opgehitste zangeressen tijdens een uitvoering op de vuist (nagels) gingen. Het is te begrijpen dat dit alles de onderlinge verhoudingen in de directie niet ten goede kwam.
Toen dan ook in 1728 de „Beggars Opera" van John Gay, 2), die een persoonlijke wrok tegen Händel koesterde, uitgevoerd werd, was het met de Royal Academy gedaan.
Händel als operacomponist.
De Engelsen waren van de combinatie toneel-met-muziek geenszins afkerig. De muziek had bij het Engelse toneel altijd een belangrijk aandeel gehad, bijvoorbeeld in de blijspelen van Shakespeare.
Voordat de opera vanuit Italië geimporteerd werd, had men in Engeland reeds een grote voorliefde voor de zogenaamde „masqué", een toneelspel met muziek en dans. Aan de bloei van dit genre maakte de Puritein Cromwell spoedig een eind. Na de Restauratie (1660), waardoor Charles II op de troon kwam, werd in Engeland de Franse opera-vorm ingevoerd, zodat de „masqué" nooit heeft kunnen uitgroeien tot een nationale opera-cultuur. De Franse opera's werden echter spoedig overvleugeld door de Italiaanse, waardoor het verlangen groeide alle mengvormen die in Engeland werden beoefend af te schaffen, en de Italiaanse opera in optima forma te introduceren. Dit werd Händeis eerste opdracht, waarvan hij zich terdege gekweten heeft. In totaal heeft hij voor de Royal Academy ongeveer 35 opera's gecomponeerd. Tot 1729 heeft hij zich uitsluitend hier mee bezig gehouden. Sindsdien, tot 1749, schreef hij zowel oratoria als opera's. Na een beroerte ging hij zich bijna geheel wijden aan het oratorium.
Oratorium-componist.
De overgang van opera naar oratorium ging bij Händel zeer geleidelijk. Het eerste stadium van de oratorium-meester Händel valt samen met zijn laatste opera-periode. Reeds in 1708 heeft hij twee oratoria geschreven. Die droegen echter meer het karakter van studiewerken, zodat ze niet representatief zijn voor Händel als oratorimum-componist. De herziening van de opera „Esther" in 1732 geeft er meer het karakter van een' oratorium aan. Enkele andere oratoria die hij na 1732 geschreven heeft, zijn onder meer: Atha.lia, Deborah en het grote succesnummer Alexander's Feast. Uit deze tijcl stammen ook zijn beroemde orgelconcerten, die bedoeld waren als intermezzo tussen oratoriumdelen, en de solist grote vrijheid verleenden. In de delen, aangegeven als „Organo ad libitum", kon de organist naar hartelust improviseren. Daardoor is het moeilijk geworden voor latere muziek-historici de authenticiteit van verschillende uitgaven vast te stellen.
Het is verwonderlijk, gezien de ondergeschikte positie van de orgelconcerten, dat juist deze composities tegenwoordig sterk in de belangstelling staan, en tot Händeis succesnummers behoren. Ze zijn de moeite
dubbel waard om er eens rustig kennis van te nemen. Stuk voor stuk zijn ze zonder veel inspanning te beluisteren en vormen' ze een muzikale sensatie van de eerste orde. Ze vallen op door het tweezijdig karakter dat ze bezitten: enerzijds waant men zich in de gewijde sfeer van een kathedraal, anderzijds in een feestzaal. 3) Daarbij komt de geweldige ruimtelijkheid die ze bezitten door de combinatie orgel-orkest (een muzikale nieuw'gheid van Händel). In sommige gedeelten werken orgel en orkest samen, in andere passages wisselen zij elkaar weer af, daarbij elkaar imiteren). Nergens worden de thema's moeilijk of ondoorzichtig, waaruit waarschijnlijk de populariteit van enkele zeer goed in het gehoor liggende concerten te verklaren is. Wellicht 't bekendste is het zogenaamde „Koekoek en Nachtegaal" concert; officieel genaamd: Concert voor orgel en orkest nummer 13 in F grote terts.
Händel bereikt zijn hoogtepunt als oratorium-componist in het jaar 1741, als hij op uitnodiging naar de hoofdstad van Ierland, Dublin, reist om daar op verzoek enige uitvoeringen te leiden. Daar is de wereldpremiere van de wonderschone „Messiah", die Händel in drie weken gecomponeerd heeft!
Als hij na zijn terugkeer de „Messiah" in Engeland introduceert, wordt het, ondanks enige lichtpuntjes, een fiasco. Zo'n lichtpuntje is onder anclere het feit dat de koning, die de uitvoering bijwoont, zo onder de indruk raakt van het slotkoor — Hallelujah —, dat hij dit staande aanhoort. Sinds die tijd gaan de Engelsen, sterk aan traditie gebonden als ze zijn, tijdens de finale als één man staan.
De muziekrecensenten zwijgen na de eerste uitvoering echter in alle talen en de uitvoeringen die Händel in de jaren daarna geeft van de „Messiah", trekken zalen die slechts half gevuld zijn. De oorzaak moet gezocht worden in de tegenwerking van verschillende kanten. Zijn vijanden, afgunstig op het succes dat de vreemdeling behaalde, probeerden op alle mogelijke manieren zijn werk af te kraken. Zij kregen hierin een onverwacht bondgenoot in de Londsense geestelijkheid. De Anglicaanse clerus vond het namelijk ongepast om een oratorium met clie inhoud in een schouwburg op te voeren. Het werd gezien als een ontwijding van Bijbelse gegevens. (Let wel: de kritiek richtte zich niet in cle eerste plaats op de inhoud en op de wijze van uitvoering van de „Messiah", maar op de plaats waar dit geschiedde.) Händeis vrienden betoogden daarentegen dat zulke uitvoeringen juist een bijzondere wijding verleenden aan een werelds vermaakcentrum als de schouwburg. De tegenstanders van Händel ontweken de uitvoeringen echter en bleven dat voorlopig doen. Op de avonden dat Händeis werken werden uitgevoerd schroomden adellijke dames niet om „party's" te organiseren, waardoor velen die anders zouden zijn gaan luisteren, werden overgehaald niet te gaan. Vooral van bovengenoemde soort dames heeft Händel veel last gehad. Hij was er de man niet naar om ze naar de mond te praten. Herhaaldelijk is hij dan ook met hen in conflict geweest, ook zelfs tijdens uitvoeringen in besloten kring. Het was namelijk Händeis gewoonte om niet een bescheiden teken met de hand te geven' als tijdens een uitvoering het koor moest invallen, maar om uit alle macht te roepen „Chorus", hetgeen de fijnbesnaarde dames danig van streek maakte en hen onder elkaar deed fluisteren in adjectieven als „lomp" en „onbeschaafd" en nog veel meer moois. Dat gefluister en gepraat achter z'n rug deed Händel weer geërgerd aftikken, zodat de uitvoerenden hun spel staakten, waarop hij zich naar de dames keerde met het bevel te zwijgen, daar hij uit z'n concentratie werd gehaald. Deze en dergelijke incidenten droegen er niet toe bij hem bij die categorie luisteraars populair te maken.
Door alle tegenwerkingen lieten de recettes van de uitvoeringen, die Händel in die tijd hield, veel te wensen over. Meermalen heeft hij aan de rand van een bankroet gestaan, wat ook zijn gezondheid niet ten goede kwam.
Pas met zijn oratorium „Judas Maccabaeus" in 1748, triomfeerde hij voorgoed over zijn vijanden.
Tijdens cle arbeid aan het oratorium „Jephta" kreeg hij last van zijn ogen. Bij het laatste deel ervan staat de aantekening: „Tot hiertoe, de dertiende februari 1751, verhinderd, wegens het gezicht van mijn linkeroog".
In 1753 was het licht in beide ogen gedoofd. Ondanks dat is hij zelf nog vaak opgetreden als solist, bij de uitvoeringen van zijn orgelconcerten.
Händeis einde kwam nog onverwacht. De dag voor zijn dood zei hij: „Ik zou op Goede Vrijdag willen sterven, in de hoop mij met mijn lieve God, mijn genadige Heer en Heiland op de dag van zijn dood te mogen verenigen".
Op de veertiende april van het jaar 1759 st'erf hij.
Luistersuggesties
Om te beginnen met de orgelconcerten. Heel acceptabele uitvoeringen hiervan zijn de „Artcne-platen", met als orgelsolist Albert de Klerk. Nadere toelichting is overbodig. In elke goede platenhandel zijn ze te verkrijgen.
Een andere mooie opname is uitgegeven door „Decca". H'.erop staan verschillende ouvertures en „sinfonias" van oratoria. We noemen ter illustratie slechts het prachtige „Arrival of the Queen of Sheba" uit Solomcn. Bestelnummer: SXL 6360.
1) In 1719 reist Händel, nadat een poging van regeringswege om hem samen met Bach te laten musiceren, mislukt is, van Kothen naar Halle. Bach, die veel voelde voor deze muzikale ontmoeting en enige tijd na Händeis vertrek in Kothen aankomt, reist hem na. Als Halle bereikt wordt, blijkt dat Handel reeds naar Engeland vertrokken is. In 1729 is Bach in Leipzig bedlegerig. Hij stuurt dan zijn oudste zoon naar Händel. Ook dan mislukt de toenaderingspoging. Zie: Hans Franck: „Johann Sebastiaan Bach". Utrecht 1965.
2) John Gay voelde zich beledigd omdat hij als kamerheer was aangesteld over een prinses van nog geen twee jaar oud, terwijl hij voordien librettist van de „Royal Academie" was geweest, maar door toedoen van de muziekdirekteuren , , gewipt" was. Uit wraak schrijft hij dan de , , Beggars Opera". Hei is al spoedig een geweldig succes, omdat de muziek uit volksliederen bestond en de zedeloosheid van de hogere standen aan de kaak gesteld werd. Tevens vormt het een parodie op de toen in zwang zijnde Italiaanse opera. Händeis manier van componeren wordt tot in het belachelijke geimiteerd.
3) Zie: S. Vestdijk: , , Hoe schrijft men over muziek? " Amsterdam - 's Gravenhage, 1963.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1972
Daniel | 16 Pagina's