MIJN ZOON, GEEF MIJ UW HART
De zomernacht werd zwart, Toen, zacht en duidlijk klonk er Een klare stem door 't donker: Mijn zoon, geef Mij uw hart!
Ik aarzelde . . . verward . . . Was het de wind die zoefde? En weer zei, maar bedroefder, De stem: geef Mij uw hart!
Ik wrong mij op den gronde Tot ik de woorden vond: Heer, 't moet door U genomen!
En nog eens overviel Die stille stem mijn ziel: Daartoe ben Ik gekomen.
Willem de Mérode
Uit: De stille tuin, 1933
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1972
Daniel | 16 Pagina's