Ingezonden Oproep
nóg zorgen rondom ons onderwijs
Vorig jaar schreven we over „zorgen rondom ons onderwijs".
Het is een voorrecht, dat deze zorgen niet alleen worden aangevoeld door de „mens in het veld", zoals men dat noemt, in dit geval de Besturen en de Hoofden van onze Lagere Scholen, maar ook door vele ouders en vele kerkeraden, op wier hart de geestelijke belangen van de bij cle Doop in de schoot der kerk gelegde jeugd in steeds sterker mate is gebonden.
Spreken we over „nog" zorgen rondom ons onderwijs, dan willen we ons slechts tot enkele opmerkingen beperken.
Vervaging.
Dit schrijven richt zich allereerst met kracht tegen hetgeen al lang gevreesd werd en steeds duidelijker vormen gaat aannemen: het wegvallen van het principiëel onderscheid tussen het openbaar en het bijzonder onderwijs.
We willen hierbij direkt bekennen, dat, als dit zou gebeuren, ons protestantschristelijk onderwijs dit mede in de hand werkt en in cle hand gewerkt heeft.
Wanneer in onze eigen scholen cle autoriteit van Gods Woord wegvalt, wanneer, daarmede verband houdend, de belijdenis van cle kerken der reformatie terzijde wordt gelegd, wanneer als gevolg daarvan steeds meer in leer en leven de vaststaande normen van Gods Woord worden veronachtzaamd, wanneer het gezag in gezin en school wordt verschoven naar het horizontale vlak in de richting van kameraadschap, dan werken we zélf de vervaging van de grenzen tussen het openbaar en protestants-bijzonder onderwijs in de hand.
Verkeerde vrijheid.
Een en ander ligt geheel in de lijn van de moderne opvattingen rondom opvoeding en onderwijs. Het vindt, geheel in de lijn van het humanisme, steeds meer weerklank, dat we onze kinderen gelegenheid moeten geven in vrijheid een keuze te doen, zonder van boven opgelegd gezag, zonder bindende normen en tevoren vaststaande leefregels. Het kind heeft wel begeleiding nodig op weg naar de volwassenheid en ter ontplooiing van zijn persoonlijkheid, maar het zal zich dan toch vanuit de in het menselijk hart aanwezige drang naar levensgenot en levensgeluk zeker wel in een voor ieder beschaafd mens gewenste richting ontwikkelen.
Het is dan ook wenselijk, het kind algemene leerstof aan te bieden en te leiden naar een algemene leer-en werkmethode, voor iedere leerling dezelfde kansen biedend. De onderwijzer is dan vrij vanuit zijn eigen levensbeschouwing hier het zijne aan toe te voegen, en het kind is vrij, de gegeven inbreng van deze onderwijzer of onderwijzeres te aanvaarden of niet.
De vraag, welke zin dan cle schoolstrijd heeft gehad, de vraag naar de zin van zoveel gebed, van zovele offers, die zijn gebracht voor de eigen bijzondere school, de School met de Bijbel, wordt dan beantwoord met: „Ja, maar toen leefden onze voortrekkers in andere tijden en onder andere omstandigheden".
Gevaren en een groot tekort.
Behalve dit bovenstaande, waarin totaal ondermijnd wordt, wat we als grondslag voor opvoeding en onderwijs op grond van Schrift en Belijdenis hebben te verdedigen in gehoorzaamheid aan de Heere, aan Wie wij onze kinderen in de Doop hebben opgedragen, verontrust ons nu voorts het volgende zeer.
Hier is allereerst het grote gevaar, dat onze toekomstige onderwijzers en onderwijzeressen in bovengenoemde onbijbelse en niet-reformatorische zin worden opgeleid. En vervolgens dreigt een groot tekort aan leerkrachten, die met hun hele hart en in volle overtuiging niet anders wensen dan vast te houden aan de belijdenis, waarvoor onze vaderen goed en bloed veil hebben gehad.
Het tekort aan kleuterleidsters, aan onderwijzers en onderwijzeressen, aan docenten bij het voortgezet onderwijs, is dermate groot, dat in ieder geval dit jaar bij lange na niet alle vakatures vervuld kunnen worden, zoals onze Besturen en ook de ouders dit zo graag zouden wensen.
Volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor Statistiek komen er dit jaar 4200 jongemensen beschikbaar voor het Lager Onderwijs tegen 5200 vorig jaar. In 1973 zal dat een aantal van 5000 zijn, in 1974 van 4200, terwijl men berekent, dat daarna het aantal sterk zal oplopen.
Hierbij moet, speciaal wat onze scholen op reformatorische grondslag betreft, worden aangetekend, dat in de eerste plaats het aantal plannen om te komen tot een school van eigen signatuur, jaar op jaar stijgt (ouders schrikken voor de gang van zaken op vele zich nog christelijk noemende scholen) en tevens, dat we in onze scholen een veel sterker vervangingspercentage hebben clan op b.v. de openbare scholen, waar het aantal gehuwde onderwijzeressen veel hoger ligt dan in onze scholen.
Een dringend verzoek
Al met al komen we wéér met het dringend verzoek aan ouders, aan jongelui met een Mavo-en Havo-d.'ploma: denkt toch als 't u blieft aan de kinderen uit onze eigen reformatorisch denkende en hopelijk nog levende kringen; zoekt het niet allereerst in een richting, waarin het historisch materialisme, de moderne natuurwetenschap op evolutionistische grondslag en keiharde zakenmentaliteit hoogtij vieren. Denkt aan het christelijk onderwijs op reformatorische grondslag! Houdt voor Uzelf, onder biddend opzien tot de Heere, vast aan Schrift en belijdenis. Ziet er naar uit, datgene wat voor U de hoogste waarde heeft ontvangen in Uw leven, (het ene nodige) uit te dragen aan de kinderen van ons volk die een zeer ernstige en uitermate gevaarlijke, zorgelijke tijd tegemoet gaan.
Kerkeraden, predikanten, ouderlingen in de gemeente des Heeren, wijst U onze jongenmensen hierin getrouw de weg.
De Scholen met de Bijbel staan (en moeten blijven staan) in het nauwste contact met U en U met onze reformatorisch scholen. Zo niet, dan gaan ook deze zelfstandig hun weg naar de algemene school, die steeds sterker opgang vindt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1972
Daniel | 16 Pagina's