Ik voor u
„De goede Herder stelt zijn leven voor de schapen". (Joh. 10 : 11b)
In Joh. 10 openbaart Christus ons Zijn Persoon en werk. Daar spreekt de Overste Herder der schapen zelf: Ik ben de goede Herder. Christus is de enige en ware Herder, van de Vader daartoe verkoren om de kudde van Zijn welbehagen te verlosser. van de straf, van de dood en verderf en cm haar te brengen in de schaapskooi hierboven. Vrijwillig kwam Hij daartoe op aarde, openbarend Zijn liefde en zorg voor de schapen Zijner weide. Bijzonder komt dit uit in ons tekstwoord. Van David kunnen we lezen dat hij vocht met een leeuw en een beer. David hield van zijn kudde; hij waagde zijn leven ervoor. Maar meer dan David is hier. Christus waagt zijn leven niet. Christus komt niet zomaar tussenbeide als doodsgevaar dreigt. Christus kampt niet zomaar met al de belagers van Zijn volk. Maar Cnrlstus' arbeid gaat boven de arbeid van David uit. Christus stelt, d.w.z. geeft zichzelf over voor Zijn schapen. Hij is niet eventueel bereid om dat te doen, neen maar Hij doet het. En dan worden wij bepaald bij Christus' Borgtochtelijke overgave voor Zijn schapen, voor de gegevenen Zijns Vaders. De helse leeuw gaat om zoekende wie hij zou mogen verslinden. De schapen zijn weerloos. Van nature liggen zij onder het oordeel des doods. Door erfen. dadelijke schuld het voorwerp van Gods toorn, de dood en de hel waardig. En wie zal zijn ziel van het graf redden. Wie zal redden en terugbrengen vanonder het oordeel? De zonde moet gestraft, Gods recht moet bevredigd worden. En dat leven de schapen in. Zij kunnen voor God niet bestaan, het wordt omkomen aan hun kant. Hoe leren zij de afdwalingen bewenen, berouw hebben dat ze zich keerden naar hun weg. Gekneld in de banden des doods roepen ze om hulp. Met vreze des doods zijn ze bezet, o het is kwijt, het is verloren, voor eeuwig verloren. Welk een wonder is het dan als we zulken mogen toeroepen dat er een goede Herder is, die Zijn leven stelt voor de schapen. O zie hier is uw Verlosser. God gaf Zijn Zoon en Hij gaf zich voor doodschuldige schapen. Hij bukte onder hun dood en oordeel. Hij stelt Zijn leven voor de schapen. Hij ging eenmaal de weg van krib naar kruis. Elke stap predikt ons: Ik stel mijn leven voor de schapen. En als de plaatsbekiedende en schuldovernemende Borg heeft hij de losprijs betaald en de schapen gered van het verderf. Hoe groot was Zijn liefde tot het einde toe. Zijn leven heeft Hij afgelegd, al de ongerechtigheden heeft Hij gedragen. Welk een wonder als de goede Herder clat toepast aan Zijn schapen. In zichzelf gaan ze veroordeeld over de aarde, bevreesd voor de dood. Maar de goede Herder doet ze zien, hoe Hij in hun plaats, verschrikt, droevig en beangst is geworden, opdat zij in Hem verblijd zouden zijn. O in hun plaats liet Hij zich binden, opdat zij bevrijd mochten worden. In hun plaats is Hij veroordeeld, opdat zij vrij gesproken zouden worden. En dat mogen de schapen wel eens beleven. In de gemeenschap van die Herder vinden zij het leven en de zaligheid.
Welzalig die die Herder kennen mag. Bent u reeds een schaap van Zijn kudde? Neen, wij worden niet als schaapjes van de Heere Jezus geboren. Dat is een leugen'. We moeten wederom geboren worden en dan zijn we een schaap van Christus' kudde. Ach, daarover gaat juist de strijd bij u? Waarbij zal ik het weten? U bent zo vol zonde en gebreken en het is gedurig erbuiten staan. Inderdaad, want de goede Herder merkt Zijn schapen. Die dragen het stempel van Zijn eigendom. En dat komt in hun leven openbaar. Juist de schapen van Christus' kudde gevoelen zich onwaardig om bij de kudde te behoren. O dat is te groot ziende al hun afmakingen. Maar de goede Herder zoekt zulke zwakke en gewone schapen op. Dan gaat Hij ze wel eens toespreken: U bent mijn schaap. Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde. Dan mogen ze wel eens horen: Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. En dan geloven ze het ook en zeggen: ik zal U al mijn liefde waardig schatten, wijl Gij mijn rechterhand woudt vatten. O die zwakke schapen versterkt Hij, de lammeren draagt Hij en de zogende zal Hij zachtjes leiden.
Welzalig die het weten mag: dat deed Hij voor mij. De ganse kudde zal leven en voor de zwakken in het geloof zal het zo mee vallen. De zaligheld hangt niet af van cle volle
mediiaiie
zekerheid des geloofs, maar van cle vereniging des gelcofs. Maar wast op in Zijn genade. Daarin wordt Hij verheerlijkt. Onbekeerde medereizigers, de herders en leidslieden van deze wereld voeren tot het verderf. Dat zijn verleiders. Volgt hen niet na. Hier hebt u de goede Herder. Zo is er maar één! En Zijn schapen hebben het eeuwige leven.
Laat u toch eens leiden. Verlaat toch de grote hoop van de wereld en voeg u bij cle Godsgez'nden, want daar kunt u Jezus vinden, cle goede Herder der schapen, die Zijn kudde leidt door het moeitevolle leven, door de dood tot de eeuwige zaligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1972
Daniel | 16 Pagina's