Opmerkingen over arbeid en ontspanning
Alle tijd Is Gods tijd (1)
Op weg naar het computertijdperk
De invoering van de achturige arbeidsdag in de jaren twintig, stuitte in onze kringen op vrij hevig verzet. De arbeidstijdverkorting werd door velen als socialistisch afgewezen. Zegt de Schrift niet dat je altijd werken moet? Is vrije tijd wel geoorloofd? Deze en andere vragen keerden terug bij de invoering van de vijfdaagse werkweek omstreeks 1961. Cver het al of niet geoorloofde daarvan is teen in ons blad een intense discussie gevoerd. Inmiddels is de technische ontwikkeling in een snel tempo voortgegaan. De aard van deze ontwikkelingen is zodanig, dat het voor onze gezinnen en voor onze jongelui des te meer van wezenlijk belang moet worden geacht om arbeid en vrije tijd te blijven waarderen in bijbels licht.
Met name de inschakeling van computers in het produktieproces zou ertoe kunnen leiden, dat aan een nieuwe verkorting van arbeidstijd moet worden gedacht. Hoe groot de arbeidsbeperking door inschakeling van een elektronisch brein kan zijn, kunnen enkele recente gegevens duidelijk maken. In 1954 was een computer in staat 160 optellingen per seconde te verrichten. Negen jaar later — in 1963 — was deze „denkmachine 1 ' zo ver verfijnd en verbeterd, dat het aantal optellingen was toegenomen tot 1.000.000 per seconde. 1 ) De ruimtevaart, alleen mogelijk door inschakeling van computers die het rekenwerk van de mens overnemen, heeft het ontstaan van machines met mogelijkheden die ons doen duizelen, in bijzondere mate versneld. Op de tentoonstelling „Europort '71", een internationale scheepvaarttentoonstelling die in november vorig jaar te Amsterdam werd gehouden, werden de verbluffende mogelijkheden die de computer biedt, getoond op een gecombineerde stand van het Nederlands Scheepsbouwkundig Proefstation en de computer producent Control Data. Nadat het brein met de nodige gegevens van deskundigen op scheepsbouwgebied was gevoed, produceerde de grote CDC 6600 in één minuut een uitvoerig ontwerp, dat aangaf hoe het schip het beste kon worden gebouwd om aan de eisen van de opdrachtgevers te voldoen. ²)
We behoeven het echter nog niet eens in een dergelijke spectaculaire computeraktiviteit te zoeken. In de scheepsbouw wordt de denkmachine momenteel reeds gebruikt voor vele opdrachten, die grote hoeveelheden rekenwerk van ontwerpers en rederij overnemen. Zo controleert de computer of de diverse schakels van het werk aan een bepaald projekt goed op elkaar aansluiten. Het apparaat waarschuwt, wanneer problemen dreigen te ontstaan, wanneer een deel niet goed, nog niet of op een verkeerd tijdstip is uitgevoerd. In zo'n modern rekencentrum legt men ook vlotweg een standaard programma op tafel voor het ontwerpen van een of ander schip, dat een maximaal rendement moet afwerpen.
Deze reusachtige versnelling in het technisch kunnen heeft in Amerika reeds lang geleid tot de invoering van een vierdaagse werkweek in een aantal industrieën. Andere bedrijven zochten de oplossing in de vergroting van het aantal vakantiedagen. Het zal duidelijk zijn dat men hierbij een keuze moet doen uit twee mogelijkheden: arbeidstijdverkorting of het ontslaan van nog meer personeel, waardoor de werkloosheid sterk kan toenemen.
Wij zijn er ons terdege van bewust, clat aan een toename van vrije tijd, die voortvloeit uit de technische vooruitgang, in een nabije toekomst, ernstige gevaren verbonden zijn. Ledigheid is des duivels oorkussen, zegt het spreekwoord. De vraagstukken die zich hier voordoen zijn te veel omvattend, om alle in één artikel ter sprake te komen. Vandaar dat dit artikel zich beperkt tot enkele reeds terloops aangeduide vragen. Is vrije tijd geoorloofd? Is ontspanning noodzakelijk? Hoe is de waardering van arbeid en vrije tijd in Gods Woord?
Arbeid en rust in de Schrift
De boeken van Mozes wijzen ons op een fundamenteel gegeven voor ons onderwerp. Arbeid en rust behoren beide vanaf de schepping bij het menszijn. Als beelddrager Gods wordt de mens geroepen om Zijn
Schepper na te volgen, die na Zijn scheppingsarbeid rustte (Gen. 2 : 3, Ex. 20 : 9-11). Het woord dat in het vierde gebod, met rusten is vertaald, betekent letterlijk: phouden, het werk laten staan, zich verkwikken na de arbeid. In het verband van de Schrift wordt dit woord meestal in samenhang met het geestelijke leven gezien. Het is opmerkelijk dat de Heidelbergss Catechismus alle nadruk legt op het ru.sten-naar-dit-gebod. Dat rusten is geen passief neerliggen, maar houdt in het bijzonder de opdracht in om ons op de rustdag — de dag van de Heere — te voegen onder de prediking van het Woord. Van daaruit trekt de Catechismus lijnen' naar tijd en eeuwigheid. „Ten andere dat ik al de dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, de Heere door Zijn Geest in mij werken late en alzo de eeuwige sabbat in dit leven aanvange". Over de arbeid, die in het vierde gebod ook genoemd wordt, zwijgt de Heidelberger. Alle accent valt op het rusten. Dit moet voor ons een aanwijzing zijn, dat wij het vierde gebod niet mogen uitleggen als een puur arbeidsgebod. Arbeid én rust behóren krachtens scheppingsinstelling bij elkaar. Er dient een' evenwicht te zijn tussen werken en rusten. Vandaar dat Calvijn bij zijn uitleg van het vierde gebod de treffende opmerk ng maakt, dat een werknemer niet op een onmenselijke manier met werk mag werden overladen.³)
Het komt ons daarom onjuist voor om aan dit gebod de gedachte te ontlenen, dat we zes dagen per week van de vroege morgen tot de late avond in dienstbetrekking behoren werkzaam te zijn. Wilhelmus a Brakel geeft daarom als uitleg van het „zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen": , 't Is zoveel als alles wat gij te doen hebt, dat moet gij in zes dagen verrichten." ') Daaronder valt ook de nieteconomisch bepaalde arbeid: et helpen van moeder in het drukke gez'.n, het nalopen van onze huisdieren, het bieden van hulp in de vorm van karweitjes opknappen en boodschappen doen voor minder vitale bejaarden, het bezoeken van weduwen en van allen die eenzaam zijn, alle arbeid ten dienste van het kerkelijk leven en zo voort. De Heere wil geen arbeidsslavernij. Heeft Hij Zijn volk niet uit het diensthuis — het slavenhuis! (Deut. 5 : 15) — uitgeleid? Het oude Israël kent clan ook naast de
sabbat een groot aantal vrije dagen, die samen vallen met feesten of heilige tijden of daaromheen zijn gegroepeerd. ") We lezen van het feest van de nieuwe maan, hel. pascha, het fee^t cler weken, het loofhuttenfeest, de grote verzoendag, het purimfeest. Bovendien wordt in elk zevende jaar, het sabbatsjaar, cie arbeid sterk beperkt: e akkers worden niet gepoogd, de wijngaarden worden niet bewerkt (Ex. 23 : 10, Lev. 25 : 4). In hun vrije tijd hebben de Israëlieten z'ch ook bezig gehouden met geoorloofde vormen van ontspanning als steenslingeren en pijlschieten. Schriftgedeelten als 1 Sam. 20 : 38 en Richt. 20 : 16 wijzen in deze richting.
Gods tijd
Alle bezigheden, alle tijd, kortom het gehele leven wordt door de Schrift gesteld in het licht van de gehoorzaamheid aan Gods geboden. Alle tijd is Gods tijd (Pred. 11 : 9-10, P5. 119 : 47). Dit besef wordt door de werking van de zonde door alle tijden heen ontwricht of weggenomen. Dan wordt cle vrije tijd gevuld met aktiviteit, die cle norm van de Schrift niet kan doorstaan. Met name in onze-reeds ver ontkerstende samenleving wijkt steeds meer het besef dat onze tijd behoort te worden besteed tct dz eer van Gcd.
Het is nü een eerste opdracht van ouders, onderwijzers en leraren, predikanten en overige kerkelijke ambtsdragers en leidinggevenden in het jeugdwerk cm dat besef te versterken en de jonge gensrat'e te helpen bij het vinden van een verantwoorde besteding van hun vrije tijd. In de gesloten, sterk agrarische maatschappij van zestig jaar geleden bestond die opdracht óók, maar in veel minder mate. Mechanisering, automatisering, arbeidstijdverkorting hadden toen hun intrede nog nauwelijks gedaan. Daarom is het nu zaak om te beklemtonen, dat de opvoeding in onze gemeenten blijvend moet worden gedragen door cle Schriftuurlijke gedachte: alle tijd is ons door God geschonken en behoort Hem toe. Dan behoeven we, hoezeer sommige verschijnselen ook verontrusten, niet ontredderd en hulpeloos in deze door de techniek beheerste wereld met zijn overvloed aan vrije tijd tc staan. Wij mogen niet vluchten in het afwentelen van de opdracht om onze jongelui te helpen en te begeleiden door het innemen van een strikt passieve houding. Nog erger wordt het, wanneer zo'n houding wordt verded'gd met beschuldigingen aan het adres van techniek, tijd geest of jeugd. Dan vergeten we een een traal Schriftgogeven: het is niet buiten Gods wijze voorzienigheid, cm, dat wij in déze samenleving een plaats hebben ontvangen. De vraag is niet of vrije tijd geoorloofd is. Dst verzet de Schrift zich niet tegen. Het Woord stelt eisen aan de besteding van al onze tijd, omdat wij voor ons gehele leven de Heere rekenschap verschuldigd zijn. Ook in déze maatschappij worden wij geroepen cm onze tijd, door te brengen in loondienst of niet, ten diepste steeds te zien als Gods tijd. 6)
1.) E. H. P. Baudel e.a.: Mens en computer, Utrecht, 1963, blz. 111 e.v.
2.) NSMB / Control Data N.V., persbericht 26 oktober 1971.
3.) Institutie, II, VIII, 34.
4.) Redelijke Godsdienst, II, VI, V.
5.) Voor een uitvoerig overzicht van alle Schrifiplaatscn zie men: A. J. Jorissen: Arbeid en rust. Artikel in Wapenveld, 15e jrg. nr. 12 (januari 1966).
6.) Dit artikel en het volgende bieden de uit-en omgewerkte tekst van een lezing, gehouden op de z.g.n. Voorbespreking met kampstafleden, uitgaande van ae Kommissie Zomerkampen te Woudschoten op 23 en 24 mei 1969, getiteld: De plaats van de ontspanning in het gerelormeerdo leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1972
Daniel | 16 Pagina's