Droom is 't leven
Droom is 't leven, anders niet; 't Glijdt voorbij, gelijk een vliet, Die langs steile boorden schiet, Zonder ooit te keren. d' Arme mens vergaapt zijn tijd Aan het schoon der ij delheid, Maar de schaduw, die hem vleit, Droevig! Wie kan 't weren? d' Oude grijze blijft een kind, Altijd slaaprig, altijd blind; Dag en ure, Waard, en dure, Wordt verguigeld in de wind, Daarmee glijdt het leven heen, 't Huis van vel en vlees en been, Slaat aan 't kraken, d' Ogen waken, Met de dood in duisterheen,
Jan Luyken (1649—1712)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1972
Daniel | 16 Pagina's