JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het profetische woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het profetische woord

De zee van eeuwige vergetelheid

7 minuten leestijd

Micha 7 : 14-20

Gij dan, weid Uw volk .... Dit zal het laatste artikel zijn in de serie over de profeet Micha. Het Schriftgedeelte dat wij moeten behandelen zet in met een ontroerend smeekgebed. Uit de nood van het bestaan schreeuwt hier de profeet omhoog als een ware voorbidder tot de levende God. Gedenk de schapen Uwer weide! Daar is dan ook wel reden tce. Overzien wij de profetie van Micha nog eens, hoe somber is dan het perspectief, hoe dreigend is de hemel! In het buitenland kraakt alles onder de dreunende mokerslagen van een ontwaakt Assyrië, het is de tijd van de ineenstorting van het tienstammenrijk. Assur komt! Midden in het juichend messiaanse hoofdstuk 5 staat daar de naam van Assur als een onheilspellend teken. In het binnenland is het maatschappelijke leven door en door corrupt. Wat zijn wij al niet tegengekomen? Kromme rechtspraak, sociale wantoestanden, gezagscrisis. En de diepe oorzaak van dit alles: De HEERE is verlaten, de HEERE is vergeten, de HEERE wordt getergd. Is het clan een wonder dat de profeet aan het einde van zijn profetie niet anders weet te doen dan de handen te vouwen tot God in de hemel en een smekend beroep te doen op het herderharte Gods? Gij clan, weid Uw volk met Uw staf! Die staf — de kanttekenaren slaan de spijker midden op de kop — dat is Woord en Geest. Met deze staf heeft God meermalen in de geschiedenis volken getrokken uit een poel van modder en gevoerd in grazige weiden, aan zeer stille wateren. En nu bidt Micha: mijn Heere, neem Uw staf ter hand! Het is de hoogste tijd, o God! Het is toch de kudde Uwer erfenis! Een merkwaardige wijze van zeggen is dit. Heeft God dan een erfenis? De bedoeling is, te wijzen op de tere zorg waarmee God Zijn Kerk en volk omringt. Wie zou niet zuinig zijn op een erfenis? Wie zou er n et voor waken? Welnu, God waakt voor Zijn volk als een mens voor zijn erfenis.

De Kerk is een wonderlijke kudde. Zij woont alleen. Dat is een zaak waar we niet overheen moeten lezen. De Schrift spreekt hier op meer plaatsen over. We denken Micha 7 : 14-20 aan Bileam, die van de HEERE dit woord in zijn mond gelegd kreeg: Wat zal ik vloeken, die God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt? Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem (Israël), en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, det volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen' niet gerekend worden " (Numeri 23 : 8, 9). Ja, Gods Kerk kent in deze wereld iets als een heilig isolement. Eigenlijk hoef ik dat woord 'isolement niet eens te gebruiken; het woord heilig is voldoende. De Kerk heeft heilig te zijn, dat wil zeggen apart gezet. Daar moet een onderscheid zijn te zien' tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet d'ent. Kennen wij nog iets van dat alleen wonen in ons leven? Hebben we de geloofsmoed om alléén te staan op het werk, op school? Alléén met God?

De profeet verlangt naar de dagen van ouds. Hij gebruikt ook sterk beeldende taal. Als hij bidt om een geestelijke opleving onder het volk, dan bidt hij: ..Laat ze weiden in Basan en Gilead . . . ." Rijke landstreken waren dit, waar in het overjordaanse land onafzienbare weidevlakten zich uitstrekten. Het vee van Basan was beroemd. We weten allen uit Psalm 22 van het stierenheir uit Basan, sterk van krachten. Als Micha nu wenst dat de dagen van ouds terug komen, dan is hij maar geen oude man, die vindt dat vroeger alles beter was. Neen, Micha verlangt niet naar een „goede oude tijd"; die is er nooit geweest. Maar als de profeet het over de dagen van ouds heeft, clan denkt hij aan de weergaloze wonderen van genade, die de HEERE in vroeger tijden deed aan Israël. Als hij spreekt over de dagen van ouds wil hij niet beweren' dat het volk vroeger beter was; het is hardnekkig, het was hardnekkig en het zal hardnekkig blijven. Maar Micha wijst op wat de HEERE deed, en roept: o God, keer weder! O God, Gij zijt toch Dezelfde nog?

Ik zal wonderen doen zien Kort, krachtig en onverwacht is het antwoord Gods op het gebed van Micha. Ik zal wonderen doen zien. Wat voor wonderen? Wel,

als toen gij uit Egypte uittoogt. Vers 15 geeft het gehele antwoord Gods. We staan met stomheid geslagen. Wat is dit nu? Gaat God dan geen wraak oefenen aan Zijn volk? Loopt het niet af? Jawel, de wraak komt en het loopt af. En toch, wonderen! De Kerk gaat in de smeltkroes. Assur komt, maar zal moeten terugdeinzen. De brallende Sanherib moet verpletterd het veld ruimen als de engel des Heeren in één nacht honderdvijfentachtig duizend mannen doodt. Hizkia had de brieven uitgebreid voor het aangezicht des HEEREN. Is dat geen wonder? Maar weer gaat het oordeel door. Nebukadnezar komt. Nu is er niemand die redt. Het gaat naar Babel. Maar zelfs daar is er een Daniël, die bidt voor zijn volk, een Ezechiël. En het volk komt terug: Kores geeft bevel! Is dat geen wonder? En op het puin van de eerste tempel verrijst de tweede, minder in aanblik, méér in heerlijkheid, want daar treedt de Koning der ere er in! Is dat geen wonder? En dan het wonder der wonderen, bij het z'en waarvan zelfs cle engelen moeten verstommen: daar beveelt de Man van smarten Zijn geest in de handen van Zijn Vader en roept Hij uit met een stem die wordt gehoord tot op de bodem der hel: het is volbracht! En als het schijnt alsof alles uit en verloren' is, wordt daar de steen van het graf gewenteld en breekt de morgen der opstanding aan. Nu, is dat geen wonder? Heeft de Heere één woord teveel gesproken toen Hij zei, kort en krachtig: Ik zal wonderen doen zien?

Wie is een God gelijk Gij? In de verzen 16 en 17 heeft de profeet weer het woord en verhaalt hij hoe de heidenen perplex en verstomd zullen staan wanneer de Heere Zijn wonderen doet zien. En dan breekt hij hier ineens los in een jubel, die een machtig sluitstuk geeft aan zijn profetie: wie is een God gelijk Gij? U weet het nog wel: Micha betekent: wie is gelijk de HEERE? Leest u deze slotverzen van het boek Micha toch eens, en hérlees ze. De profeet kan het maar niet klein krijgen. Hier lezen we het pure Evangelie. God gaat aan de overtreding van Zijn erfenis voorbij! Hoe is dat mogelijk? Ziet God de zonde dan door de vingers? Dat nooit en te nimmer. Vergeeft God dan zomaar? Doet Hij afstand van Zijn recht? Nooit, nooit, nooit. Maar hoe kan dat dan? De diepste grond blijft hier nog verborgen. Pas op Golgotha zal blijken hoe God vergeven kan aan ellendigen en verlorenen zónder afstand te doen van Zijn recht.

Al hun zonden in de diepten der zee . . . . Ja, omdat Christus afdaalde tot op de bodem van de hel, tot op de angsten van cle Godverlatenheid, daarom werpt de Vader nu de zonden van de Kerk in de diepten der zee. Hoe diep is dat? Kunt u dat peilen? Ik niet. Wel weet ik dit: wat in die diepten der zee verdwijnt, komt er nooit meer uit terug. Het wordt bedolven door de golven, voor altoos. En zo kan hij, kan zij, die mocht schuilen in de wonden van die dierbare Borg en Middelaar, verzekerd zijn van deze enige troost in leven en sterven: al mijn misdaden en mijn zonden waren zeer groot en zwaar — maar God de Vader heeft Zijn toorn gestild op mijn Heere en Heiland, en mijn zonden achter Zijn rug geworpen in een zee van eeuwige vergetelheid. Zij zijn voor eeuwig en altoos bedolven in de golven van Zijn trouw en goedertierenheid. Als dit bij u leeft, weet dan dat Micha u is voorgegaan maar dat u volgen mag — om ook altijd bij Hem te wezen, zonder te scheiden meer.

Gespreksvragen:

1) Hoe kunnen wij in deze tijd nog „alleen wonen"?

2) Ga eens na, welke rol het verleden speelt in deze verzen. Wat heeft dat ons te zeggen?

3) Micha spreekt over schuldvergeving. Hebben' de gelovigen onder de oude bedeling van het genadeverbond dezelfde vergeving gekend als de christenen onder de nieuwe bedeling — of moesten zij het met minder doen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1971

Daniel | 16 Pagina's

Het profetische woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1971

Daniel | 16 Pagina's