JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

spanningen en konflikten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

spanningen en konflikten

Het maatschappelijk leven in de tijd van de Afscheiding (2)

10 minuten leestijd

In de Middeleeuwen was de kerk machtig: ze had grote invloed op de regering Ook na de 80-jarige oorlog bestaat er in Nederland een bancl tussen kerk en staat. Dit blijkt o.a. uit de centrale plaats, die de kerk inneemt in het maatschappelijk leven. Ulrum was van ouds een kerkdorp, een zgn. kerspel. Voor het aanleggen van wegen, bouwen en in stand houden van scholen, verzorgen van armen, zorgde de kerk. Verschillende werkzaamheden, die nu door de notaris worden verricht, zoals het opmaken van testamenten, contracten enz., waren toen het werk van de plaatselijke predikant. Na de Franse revolutie korrt hieraan plotseling een eind. In de plaats van het kerspel stelt Napoleon de burgerlijke gemeente in. Werden de mannen voorheen allen nauwkeurig opgetekend in het doopboek van de kerk, voortaan heeft de burgerlijke stand de registratie van inwoners onder haar hoede. De Nederlanders moeten een nieuwe familienaam opgeven — een zaak die niet altijd serieus genomen wordt, met als gevolg dat velen nu nog opgescheept zitten met een minder n de Afscheiding prettige, veler lachlust opwekkende achternaam! Voortaan wordt een huwelijk niet (2) meer alleen kerkelijk bevestigd: het burgerlijk huwelijk wordt door de regering zelfs als belangrijker beschouwd. Met dit alles ziet de kerk haar taak meer en meer beperkt tot uitsluitend ziels-en armenzorg. De gevolgen van dit alles ?

Ds. De Cock: Vriend der kleine luyden

Tot nog toe kwam de predikant veelvuldig in aanraking met de gemeenteleden. Vanaf heden, komt hieraan een eind. Zijn taak bestaat slechts uit herderlijke zielszorg. In de praktijk blijkt, dat de band tussen gemeenteleden en dominee losser worclt. De predikant richt zich niet alleen meer en meer op de kerk in haar geheel i.p.v. op zijn eigen gemeente, maar hij distantieert zich van de eenvoudige lieden. Een tijdgenoot uit de omgeving van Ulrum meldt: „Dat De Coök zoveel aanhang verkreeg, kwam voornamelijk daarvan, dat vele predikanten zoo hoogmoedig en trotsch

waren, dat zij voor een gewoon burgerman en nog minder voor een daglooner te spreken waren en zij daarop met minachting neerzagen. Daarenboven waren er vele zeer nalatig in hun dienstwerk. Het huisbezoeken wilden sommigen in het geheel niet doen en het godsdienstig onderwijs werd veelal verwaarloosd".

Heel anders is dit met Ds. De Cock. Van Weerden tekent hem in zijn boek „Spanningen en Konflikten" als een volksman. Hij scheept de kleine luyden niet af, maar — hoewel aanvankelijk helemaal niet Gereformeerd denkend — luistert naar hun woorden. Gesprekken met een eenvoudige oude man uit zijn gemeente, Klaas KuOpenga, openen er zijn ogen voor, dat hij veel halve waarheden verkondigt. Voor het eerst in zijn leven komt De Cock nu in aanraking met Calvijn en vanaf dat ogenblik wordt hij een voorvechter voor de Gereformeerde leer. En terwijl de naburige predikanten voor stoelen en banken staan te preken, wordt het aantal toehoorders van Ds. De Cock steeds groter. Tot grote woede van zijn ambtsbroeders, gaat De Cock dan ook nog over tot het dopen van kinderen uit hun gemeenten. Dat is teveel! Zo snel mogelijk moet die man, die nota bene voor „het domste gedeelte des volks preekt" het zwijgen worden opgelegd; de ijverige Ulrummer predikant wordt geschorst.

Ds. De Cock gaat echter — mede o.i.v. Ds. Scholte — over tot Afscheiding van het Hervormde Kerkgenootschap, waarin hij niet méér kan zien dan een valce kerk. Het grootste gedeelte van de gemeente volgt hun tot het uiterste geplaagde en onredelijk behandelde predikant, in deze stap. Opvallend is, dat niet de intellectuelen en grote boeren, maar ambachtslieden, winkeliers en dagloners meegaan met deze wederkeer tot de Gereformeerde leer. Mogen we hieruit niet afleiden, dat deze kleine luyden waarschijnlijk intuïtief hebben aangevoeld, dat een volksman als De Cock hun gedachten zou vertolken en hun stem brengen, daar waar zij geen invloed konden laten gelden? !

Anderzijds is juist de belangstelling van de eenvoudige man voor kerkelijke zaken veel groter, dan die van de gegoede boerenbevolking. Deze laatste groep krijgt een steeds bredere algemene ontwikkeling. Leesgezelschappen, lange reizen en verenigingen, waarop sprekers worden uitgenodigd, dragen hieraan het hunne bij. Voor de kleine man is dit alles echter niet weggelegd. Een krant krijgt hij niet. Zijn boekenkast bestaat hoofdzakelijk uit de Bijbel, enkele oudvaders en de almanak. Lange reizen en politieke vergaderingen liggen bulten zijn bereik. Voor hem bestaat er slechts één gelegenheid tot het verkrijgen van geestelijk voedsel: de kerkgang op zondag en de daarbij behorende catechisatie midden in de week. En terwijl we de kerkelijke belangstelling van de meer ontwikkelden steeds kleiner zien worden, neemt die van de eenvoudigen eerder toe dan af.

Uit het volksleven

Door de grote verandering op gebied van kerk en maatschappij, komen de kerkeraden aan het begin van de negentiende eeuw voor grote moeilijkheden te staan. De verhouding tussen' de tot steeds grotere welvaart komende boeren, en hun knechts, is langzaam maar zeker veranderd. De meiden en knechts mogen niet langer meer eten aan de huiselijke tafel. Voortaan zijn ze op een etenskamer aangewezen. Dit is in feite niet meer dan een hek, met stenen vloer, grauw-blauw geverfde muren en eer. ruw-houten tafel met enkele oude stoelen. Hier moeten ze hun vrije tijd doorbrengen. Geen wonder dat vooral de jongeren hun vertier op straat en in boerenjongenskroegjes gaan zoeken. Vechtpartijen, drankmisbruik en gedwongen huwelijken vormen de wrange vruchten van de toenemende welvaart der boeren. Door de instelling van het burgerlijk huwelijk heeft het kerkelijk huwelijk voor het gevoel van de bevolking aan waarde verloren. Het burgerlijk huwelijk is echter een nieuwtje; men neemt het niet helemaal serieus. Hierdoor ontstaat er een zedelijke verwildering, die ontstellend is. En wat doen predikanten en kerkeraden hieraan? Niets dan deze feiten' constateren!

Heel anders is dit in Ulrum. De volksman, Ds. De Cock heeft niet alleen oog voor de noden van de kleine luyden, maar ook voor hun feilen. Gesteund door de kerkeraad doet hij wat hij kan om aan deze verwildering paal en perk te stellen. Dit is het startsein voor de naburige predikanten: opgeschrikt uit hun dommeltoestand door alle konflikten rond de Afscheiding, volgen ze prompt dit voorbeeld van de inmiddels afgescheiden gemeente. Ze stellen zich zelfs op tegen de tijds-en streekzonden: echtbreuk, drankmisbruik, zondagsontheiliging en kermis. Ze moeten wel, „willen ze niet hun hele gemeente aan de verstrooiing prijsgeven", aldus een tijdgenoot.

De eerste jaren

De eerste jaren na de Afscheiding zijn

voor de gemeente van Ulrum, en ook voor de andere gemeenten, niet de gemakkelijkste geweest. De regering treedt, op aandringen van het bestuur van het Hervormd Kerkgenootschap, streng op en vervolgt de Afgescheidenen met boeten, inkwartiering van soldaten en gevangenisstraffen. Kunnen de immers niet rijke kleine luyden, de hun opgelegde boeten niet betalen, dan volgt openbare verkoping van hun bezittingen. Om te voorkomen, dat geloofsgenoten de inboedels van de veroordeelden zullen opkopen, worden dergelijke verkopingen meestal op zondag gehouden!

Als de gemeente van Ulrum gedacht heeft, nu als Afgescheiden gemeente weer ongestoord in de kerk van Ulrum te vergaderen, om de preken van hun nu niet langer meer geschorste dominee rustig te kunnen beluisteren, dan heeft ze toch buiten de waard gerekend! Het Hervormd Kerkgenootschap beschouwt deze Afgescheidenen als weggelopen kinderen, die dus geen enkele aanspraak meer kunnen doen gelden op kerkgebouw en pastorie. De eerste zondag wordt de preekstoel dan ook voor Ds. De Cock versperd-Deze preekt echter toch: staande op een bank in het doophek, 's Middags vinden dominee en toehoorders echter een gesloten kerk. Daarom preekt De Cock maar in de pastorieschuur.

Niet lang daarna moet Ds. De Cock zijn huis verlaten, en omdat er in Ulrum geen' huis voor hem te krijgen is, trekt hij naar Smilde. Nu is de gemeente niet alleen het kerkgebouw, maar ook haar dominee kwijt! Tot 1843 worden de samenkomsten in huizen van afgescheiden lidmaten gehouden. Langzamerhand keert echter het tij: de regering staakt de vervolging en in 1845 wordt de gemeente door de overheid erkend als Christelijk Afgescheiden gemeente.

Doperse invloeden

Voor ik dit artikel ga beëindigen, zou ik graag nog één aspect, dat mede een stempel op de eerste Afgescheiden gemeenten gedrukt heeft, naar voren willen halen. En wel de invloed van de „Dopersen". Tot in de 18e eeuw waren er in de Ncord-Westhoek van Groningen alleen al vijf Doopsgezinde „vermaningen" (7 gemeenten). Zij behoorden tot de meest strenge navolgelimgen van Menno Simonsz. Vooral op een nauwgezette levenswandel, legden zij de nadruk. In de tijd van de Afscheiding zijn al deze vermaningen in dit gebied verdwenen: de meeste leden hebben zich bij de Hervormde Kerk aangesloten. Waarschijnlijk zijn ze hiervan echter niet lang lid gebleven: er zijn sterke aanwijzingen voor, dat deze kerk voor hen niet meer geweest is dan een doorgangshuis naar de Gereformeerde Kerk der Afscheiding. Mede onder invloed van de Dopersen is er in de eerste Afgescheiden gemeenten een

uiterst strenge tuchtoefening. „Evenals voorheen bij cle „stijve" Mennisten het geval was geweest, werd in ieder opzicht een strenge soberheid van levenshouding geëist. Om aan te tonen, clat men niet der wereld gelijkvormig wilde leven, veranderde zelfs de spreektaal; tal van aan de Bijbel ontleende uitdrukkingsvormen vonden bij de Gereformeerde gelovigen gerede ingang en kwamen opnieuw in gebruik. De Christelijke blijdschap verdween' en aan de in plooi gehouden gelaatsuitdrukking herkende men onmiddellijk de man, die de „valse" kerk verlaten had en der wereld vijandig was geworden. Het kon zelfs gebeuren, dat een afgescheiden man, des zondags op weg naar een kerkd'enst bij het passeren van een ijsbaan, waar een aantal schaatsliefhebbers zich vermaakten, de paraplu opzette om het zondige vermaak van de wereld niet te zien."

Het wonder van de negentiende eeuw

De eerste twintig jaren na de Afscheiding zijn moeilijke, heel moeilijke jaren geweest. Niet alleen barstte er een wrede vervolging los, niet alleen keerden zich de andersdenkende dorpsgenoten tegen de Afgescheidenen, maar de verdeeldheid onder de Afgescheidenen zélf was erg groot. Slechts zes predikanten gingen met de Afscheiding mee. Dat is veel te weinig, cm aan 150 gemeenten goede leiding te geven! Bovendien verschilden die gemeenten allen sterk in karakter: vele waren niet meer dan een in een kerk omgezet gezelschap. Zelfs was het geen zeldzaamheid dat leden van één gemeente met elkaar overhoop lagen over de zuiverheid van de leer. Van Weerden schrijft dan ook in zijn boek zo treffend: „Dat uit deze kleine groep van onaanzienlijken, eenvoucligen en ongeletterden, waarvan velen ternauwernood, of zelfs in het geheel niet konden lezen of schrijven, een groep, die in haar streven aan alle kanten tegengewerkt werd, die verguisd werd, zich een halt zag toegeroepen, een' onrustige massa met leiders, die omtrent doel en organisatie in hun meningen onderling verdeeld waren,

elkaar zelfs uit de zich vormende kerkelijke gemeenschap trachtten uit te sluiten, dat uit deze kleine, uiterst strijdbare groep ten slotte na lange jaren van moeite en worsteling een volksdeel gegroeid is, dat tot één van de sterkste pijlers van onze maatschappij, ja van ons volksbestaan is geworden, kan alleen maar verklaard worden uit de grote kracht, die ze uit de Calvinistische opvatting van het Christendom heeft kunnen putten. De palmboom is tegen de verdrukking in gegroeid, ondanks smaad en hoon en vervolging heeft het kleine kuddeke bezwaarden haar belijders bij voortduring zien groeien in macht en tal." We kunnen niet anders, dan spreken van een wonder Gods. Het wonder van de negentiende eeuw!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1971

Daniel | 16 Pagina's

spanningen en konflikten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1971

Daniel | 16 Pagina's