JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

spanningen en konflikten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

spanningen en konflikten

Het maatschappelijk leven in de tijd van de Afscheiding (1)

7 minuten leestijd

Het maatschappelijk leven in de tijd van de Afscheiding (i)

Als we het tweede nummer van de „Diligence, een Tijdschrift van en voor de provincie Groningen" openslaan, treffen we daarin tussen de verschillende artikelen er één, geschreven door een „beoefenaar der scheikunde". Op zichzelf niets bijzonders, en tóch Lees maar eens mee:

„Cockine is een reeds zeer lang bekende stof, die nu weer onder de as werd opgegraven en overal voor een geringe prijs verkocht wordt. De stof is bereid uit bijgeloof, vooroordeel en eigenbelang. In werking komt ze vrij nauwkeurig met die van het opium overeen. De stof werkt zo hevig op de spieren, dat velen liever hongeren en bedelen, dan arbeiden. Hier te lande fabriceert men de cockine veelal uit dertig delerï domheid, twintig luiheid, twintig bijgeloof, dertig waanwijsheid in honderd deelen eigenbelang opgelost. De mantels der schijnheiligen worden er mee geverfd" enz.

In niet minder dan dertig bladzijden lucht deze ijverige „scheikundige" zijn gevoelens van haat en minachting, die hij koestert t.o.v. de volgelingen van Ds. De Cock. Deze dominee ging in 1834 als eerste predikant met zijn gemeente over tot Afscheiding.

Het reglement van 1816

De toestand waarin de kerk zich in het eind van de achttiende eeuw bevindt, is niet bepaald rooskleurig te noemen. Er heerst een soort Jan Saliegeest. In 1816 neemt de regering het heft in handen, en 7 januari wordt er per Kon'nklijk Besluit een nieuwe kerkorde aan de Nederlandse Hervormde Kerk opgelegd. Hierdoor komt een' eind aan de invloed van de gemeenten: kleine colleges zullen voortaan de kerk besturen. Dat deze mensen in het geheel niet denken in de lijn van Voetius, vader Smijtegeld e.a. blijkt direct al uit het feit, dat leervrijheid op bedekte wijze wordt toegestaan. Protesten hiertegen worden terzijde gelegd: men wenst geen getwist over de leer zoals vroeger. Nee, er moet vrede zijn, en daarom verdraagzaamheid tegenover hen, die een afwijkende mening over de leer hebben. Het verloop van de gebeurtenissen na 1816 moet voor deze „vredelievenden" wel een heel grote teleurstelling geweest zijn. Van rust en vrede is in het geheel geen sprake! Juist tegenovergesteld! De meters hoge stapel boeken en boekjes, brochures en brieven spreekt duidelijke taal. In niet mis-te-verstane, ronde woorden, zegt men elkaar de waarheid. Kijk uit voor die „fijneri", want ze zijn gevaarlijk en agressief! De staatsopvattingen van Bilderdijk en Da Costa, de visie van Ds. Molenaar op het reglement van 1816, de mening van Groen van Prinsterer, Capadose e.a. over de toepassing van leertucht, ze gaan lijnrecht in tegen het staatsbeleid. Zwijgen moeten die onruststokers; niet goedschiks, dan maar kwaadschiks......

De Afscheding

Maar terwijl men in het westen de handen vol heeft met het Réveil, ontvangt de koning uit een onbetekenend dorpje, gelegen in de N.-W. hoek van het Groningerland, de „Acte van Afscheiding of wederkeer". 137 gemeenteleden scheiden zich samen met Da. De Cock af van de „valse kerk" en keren terug tot de Gereformeerde leer en de Dordtse kerkorde. Het antwoord van Zijne Majesteit? Nog geen twee weken later heeft iedere afgescheidene in Ulrum één of meer soldaten „te gast", of liever gezegd, tot last. Boete en gevangenisstraf zijn aan de orde van de dag. Dit alles ter handhaving van vrede en verdraagzaamheid!

De Afscheiding is echter ingeluid, geen geweld kan haar meer keren! Een jaar later telt ons land al een kleine 150 afgescheiden gemeenten. Terwijl het Réveil, een opwekkingsbeweging in het kerkelijk leven', vooral aristocratische personen onder haar leden telt en zich in hoofdzaak tot het westen van ons land beperkt, zien we dat de Afscheiding meer een volksbeweging is, die haar meeste aanhangers in het noorden en oosten van ons land heeft. Dit is een feit, dat te denken geeft! J. S. van Weerden, de schrijver van „Spanningen en Konflikten, verkenning rondom de Afscheiding van 1834" heeft dit beseft. Naast theologische oorzaken, wijst hij op maatschappelijke invloeden, die een rol gespeeld hebben in de konfiikten rond de Afscheiding. Dit is juist het interessante van zijn boek!

Veel is er geschreven ever cte Afscheid ng en haar oorzaken door theologen, en terecht: de Afscheiding was een explosie, die op kerkelijk terrein losbarstte als gevolg van de onzuivere leer, die vele predikanten ongehinderd mochten verkondigen. Maar geen enkele schrijver was uit de streek, waar de Afscheiding ontstond en haar grootste aantal aanhangers telde, afkomstig. Met het karakter van land en bevolking zijn ze dus geen van allen goed op de hoogte. Als streekgenoot neemt Van Weerden het daarom op zich, vanuit de achtergronden der geschiedenis en de maatschappelijke positie van de leden van de eerste Afgescheiden gemeente in ons land, het beeld van de Afscheiding te completeren.

Als het tij verloopt

Het is 2 oktober 1809. Bij de prachtige Asingaborg, die slechts even buiten Ulrum staat, is het een grote drukte: de bezittingen van cle jonker worden vandaag verkocht. Enkele weken later is van het eeuwenoude landhuis niet veel meer te zien dan slechts enige steenresten; zij leggen getuigenis af van vergane glorie. De Asingaborg is niet de eerste borg, die gesloopt is in die jaren. Van de ruim 100 jonkerborgen die Groningen in de 17de eeuw nog telde, zouden er slechts enkele overblijven! De tijden waren veranderd. Vrijheid, GELIJKHEID en broederschap riepen de mensen in 1795. En met één slag werden de heerelijke rechten, die de Groninger landadel tot nog toe had genoten, verpletterd. Arme jonkers: de rijk vloeiende bron van inkomsten droogde plotseling op. En de vroeger zo machtige edelen, die in land en kerk de lakens hadden uitgedeeld, verlieten noodgedwongen hun borgen, om zich in de stad te vestigen. Een nieuwe stand nam hun plaats in: de boeren. De jaren 1780-1820 waren voor hen jaren van grote welvaart. Steeds meer rechten' hadden zij cle jonkers afgedwongen. Zij voelden zich mondig, waren belezen en ontwikkeld. Zij kochten de borgen van de verarmde jonkers.

De onmondige gemeente

In Ulrum kwam het vroegere bezit van de Asingaborg in handen van 14 vooraanstaande boeren. Tegelijk met het land kwamen ze in bezit van de daaraan verbonden heerelijke rechten. Zolang deze afgeschaft bleven, waren die zonder betekenis. Anders werd dat, toen in 1914 de nieuwe regering één van deze rechten — het collatierecht — weer gedeeltelijk terugschonk. In de Middeleeuwen hadden de

jonkers dit recht van de kerk gekocht. Hierdoor mochten zij o.a. een predikant benoemen in de plaats waar ze woonden. Het is te begrijpen, dat de gemeente, na een periode van een kleine 20 jaar zelf over een te beroepen predikant beslist te hebben, het als een achteruitstelling gevoeld heeft, weer aan de willekeur van een collator, in dit geval 14 boeren, te zijn overgeleverd. Zoals in veel andere gemeenten, gaf dit ook in Ulrum aanleiding tot botsingen. En wel in 1824, na de dood van hun predikant, ds. Sijpkens. De collatoren wilden de gemeente een dominee opdringen, die zij niet wenste. Gelukkig vond de kerkeraad een argument en spoedig werd een brief verzonden aan de goeverneur van Groningen en aan het classicaal bestuur. Zij verklaarde daarin, de collatoren niet te kunnen gehoorzamen, omdat de verkiezing niet wettig was. 88 personen — voor het grootste deel kleine luyden — tekenden deze brief. Opmerkelijk is, dat onder de Acte van Afscheiding grotendeels dezelfde namen staan. Naast de conclusie dat juist de kleine luyden niet van een moderne prediking gediend waren, kunnen we ons tevens afvragen, in hoeverre bij de Afscheiding ook maatschappelijke factoren een rol hebben gespeeld. Een' grote groep, behorend tot de mindere man, die op de regering geen invloed kon uitoefenen, eist hier in het kerkelijk leven recht van inspraak op. Bij de Afgescheiden gemeenten zien we dan ook, dat de leden niet langer onmondig worden gehouden: zij mogen zelf meestemmen over een te beroepen predikant. Hoe zeer door de gewone man het recht, cm zelf de eigen dominee te kiezen, op prijs werd gesteld, blijkt uit de zinsnede in een brief, die een emigrant uit Amerika schreef naar zijn familie, kort na 1850: „Het is hier zeer genoegelijk en wij mcgen onze eigen predikanten kiezen"!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 1971

Daniel | 16 Pagina's

spanningen en konflikten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 1971

Daniel | 16 Pagina's