Een pennestreek over de openbare bibliotheek
Op een kantoor had iemand een fijne gebeurtenis te vieren. Collega's vroegen hem wat hij graag wilde hebben. Dat bleek voor hem geen makkelijke vraag te zijn. Daarom kwamen de anderen zelf met een voorstel: een boek! Z'n antwoord was: „nee, dat hoeft niet, want ik heb al een boek". Hopelijk ligt dit bij jou anders en behoort lezen' tot een van de fijne bezigheden in je leven.
Daarom is het in dit themanummer zeker op z'n plaats ook aandacht te schenken aan de openbare bibliotheek. Immers, over het hele land verspreid zijn ruim driehonderdenvijftig van deze instellingen te vinden. Bibliotheken, waarmee we in aanraking kunnen komen, zeker wanneer we lezen als hobby hebben. En niet minder in het geval van studie of wanneer je je verder wilt oriënteren omtrent een bepaald onderwerp.
Wat is een openbare bibliotheek eigenlijk?
We kunnen moeilijk spreken van de openbare bibliotheek. Iedere blblotheek is weer anders. Ze verschillen b.v. in grootte, keuze van boeken, systeem van uitlening, wijze van katalogiseren enz. Toch heeft de Centrale Vereniging van Openbare Bibliotheken zich aan een definitie gewaagd: „een instelling, die ieder mogelijkheden biedt tot ontwikkeling, informatie, vorming, ontspanning en esthetische beleving". De openbare bibliotheek wil als culturele instelling graag beantwoorden aan de culturele behoeften van de lezers en bijdragen aan de opbouw van de cultuur. Als sociaal-pedagogische instelling wil zij iedereen de kans bieden mee te werken aan de vorming van de eigen persoonlijkheid. en als communicatiemiddel verzamelt zij allerlei boeken, kranten en tijdschriften met het doel deze voor iedere belangstellende beschikbaar te stellen.
Drie soorten
Bij velen zal het woord openbaar op misverstanden stuiten. Bij de openbare bibliotheek denken sommigen misschien aan een niet-christelijke bibliotheek. Inderdaad kennen wij het woord openbaar in deze betekenis, zoals b.v. bij de openbare school. Maar bij de openbare bibliotheek wordt dit woord gebruikt in de zin van voor iedereen toegankelijk. En pas uit de volledige naam wordt duidelijk met wélke openbare bibliotheek we te maken hebben. Zo zijn er drie soorten:
a) de algemene, die niet. van een bepaalde levensbeschouwing uitgaan. Dit houdt tevens in dat ze geen verantwoordelijkheid accepteren voor de lezers. Zij vormen bijna cle helft van het totaal aantal openbare bibliotheken.
b) de rooms-katholieke. Deze kunnen wel vanuit hun levensbeschouwelijke opdracht een zekere verantwoordelijkheid voor cle lezers aanvaarden. En wel door alleen die boeken te kopen, die niet duidelijk in strijd zijn met hun belijden. Ze zijn iets minder in aantal dan de algemene openbare bibliotheken.
c) de protestants-christelijke, verreweg in de minderheid; ongeveer tien procent van het totaal aantal. Evenals bij de onder b) genoemde is ook hier sprake van een zekere begeleiding van de lezers, aangezien men ernaar streeft de keuze van de hoeken mede te laten bepalen door de levensbeschouwelijke achtergrond, hoewel ook dan nog menigmaal normen worden gehanteerd, die naar Schrift en belijdenis niet de onze kunnen zijn.
Mogen we hieruit concluderen dat de algemeene openbare bibliotheken niet volgens bepaalde normen te werk gaan? Nee! In de selectie van boeken beoogt men niet afbrekend bezig te zijn, maar juist opbouwend. Nu is dit natuurlijk een vage omschrijving. Om het iets' konkreter te maken: geen sadistische inhoud, geen wetenschappelijke werken die beneden de maat zijn, geen romans die literair als prutswerk beoordeeld worden, geen boeken die in slecht nederlands geschreven zijn. Maar ook dan blijft de selectie moeilijk én subjeftief, want het blijft altijd een beoordeling van ménsen. Overigens is deze taak bij de twee andere soorten openbare bibliotheken niet veel makkelijker, want ook hier geldt: „zoveel hoofden, zoveel zinnen". Daarom, welke bibliotheek je ook binnenstapt, overal zul je in de gelegenheid zijn boeken te vinden die — naar bijbelse maatstaven — afbrekend kunnen werken, en een reële bedreiging kunnen betekenen voor eert goede — dat is chris-
persoon-telijke — vorming van je eigen lijkheid.
Hoe zijn ze ontstaan?
Eind 1800 groeide het besef dat lezen niet een privilege mocht blijven voor de beter-gesitueerden, maar dat iedereen de gelegenheid moest hebben aan boeken te kunnen komen, zonder deze altijd zelf te moeten kopen. Dit laatste was en is nog steeds een dure aangelegenheid Vooral door financiële zorgen kwam dit plan maar moeilijk van de grond. Toch kwamen rond de eeuwwisseling zes van dergelijke instellingen — de openbare bibliotheken — tct stand en in 1908 viel het besluit (met 40 stemmen voor en 38 tegen) voor dit doel een rijkssubsidie van ƒ 3050, — te geven. In de daarop volgende tijd bleef het een wankele onderneming, mede door de crisisjaren. Maar in de praktijk bleek wel dat met het initiatief van openbare bibliotheken in een bestaande behoefte, ja zelfs in een zekere nood, vcorz'en werd. Alleen de prot. christelijke openbare biblotheken kwamen zeer moeizaam een daardoor ook sporadisch tot stand. Sommige protestanten voelden niets voor een speciaal prot. chr. instelling naast bestaande algemene openbare bibliotheken. Bij anderen leefde de behoefte ook minder, maar waarschijnlijk vanuit een andere achtergrond. Immers, hoeveel kerken en verenigingen hadden niet hun eigen bibliotheken en bibliotheekjes? Hoe het ock zij, de prot. chr. openbare bibliotheken zijn altijd verre in de minderheid gebleven.
In de oorlogsjaren '40—'45 is er veel gelezen. Voor de meeste mensen immers was het bijna de enige vorm van ontspanning. Zo te zien' een stimulans voor het bestaan van openbare bibliotheken. Ze mochten doorgaan met hun werk, mits ze joden de toegang weigerden. Deden ze dat niet, dan werd de bibliotheek gefloten. Natuurlijk koos niemand deze laatste weg, terwijl de joden toch gelukkig cp allerlei manieren de door hen gewenste boeken kregen. Na de oorlog waren veel boeken kapot gelezen, gestolen of met de gebouwen verbrand. Voor een spoedig herstel ontbrak het geld. Bovendien daalde de animo voor lezen tijdelijk, omdat velen druk waren met allerlei maatschappelijke aktiviteiten om de sporen, door de oorlog nagelaten, uit te wissen. Na enkele jaren echter werden gelukkig weer zodanige voorzieningen getroffen dat in 1958 de Centrale Vereniging van Openbare Bibliotheken bij haar vijftig-jarig jubileum kon terugzien op een moeilijke, maar ook vruchtbare tijd.
En nu?
Het aanschaffen van boeken is door de uitgave van goedkope pockets een minder dure aangelegenheid dan vroeger. Daarnaast verschaffen de moderne communicatiemiddelen de mensen veel aktuele informatie. En het luisteren naar de radio en het kijken naar de t.v. vraagt tijd. Wordt het boek — vooral door de t.v. — in deze tijd niet opzij geschoven? Een vraag die niet zo eenvoudig met een statistisch onderzoek is te beantwoorden. Wel is het zo dat het indringende medium zoals de t.v. de mensen zó direkt in aanraking brengt met allerlei problemen, sociale wantoestanden en andere situaties, dat meerderen daardcor weer eerder naar een boek grijpen om nog meer van een bepaald onderwerp te weten te komen. In ieder geval is het zo dat het d.e openbare bibliotheek ook in deze tijd zeker niet aan belangstelling ontbreekt. Hoewel het niet de meest recente gegevens zijn, is het misschien toch leuk te weten dat in 1983 door de openbare biblotheken vijfentwintig miljoen boeken werden uitgeleend.
Een konkreet voorbeeld
Voor het schrijven van dit artikeltje heb ik niet alleen het een en ander uit de openbare bibliotheken' gelezen, maar ook heb ik gesproken met de direkteur van de openbare bibliotheken in Gouda, de heer Hofmeijer. In een fijn gesprek vertelde hij mij o.a. het volgende. De openbare bibliotheek in Gouda telt ongeveer 27.000 boeken. Ieder jaar verschijnen in Nederland alleen al aan romans zo'n duizend boeken, d.w.z. twintig per week. Alleen aan romans! Natuurlijk een onbegonnen werk om eerst alles te lezen, voordat je weet wat je wilt kopen. Daarom is er een' centrale recensiedienst voor alle openbare bibliotheken. Iedere week krijgt de bibliotheek zo'n honderdtwintig recensies binnen. Deze worden eerst door de heer Hofmeijer beoordeeld en daarna door het andere personeel. Gezamenlijk probeert men tot een keuze te komen. Daarbij speelt natuurlijk ook altijd het geld een rol. Hoe komt men hieraan? Vcor Gouda ziet de begroting 1971 er als volgt uit: contributies ƒ 19.000, —; rijkssubsidie ƒ 50.000, — en gemeentelijke subsidie ƒ 160.000, —. Slechts ongeveer tien procent komt er dus aan contributies binnen. Je kunt dan ook voor slechts zes gulden per jaar zoveel lezen als je wilt. Voor jongeren en mensen boven de vijfenzestig ligt dit bedrag zelfs nog lager, nl. ƒ 3, 50. Bekijken we het hele be-
drag, wat de bibliotheek in Gouda kost, op het totaal aantal inwoners in deze plaats, dan betekent dat ƒ 3, 50 per inwoner. De bibliotheek maakt onderscheid tussen jeugdigen en volwassenen'. De grens ligt bij achttien jaar. Voor de jeugd is er een bepaalde afdeling. Nu is het in de praktijk zo dat jongelui vaak al eerder naar de „grote" bibliotheek willen, o.a. door hun schoolopleiding. Dit mag vanaf veertien jaar, mits de ouders daarvoor schriftelijk hun toestemming geven. Van het totaal aantal leden in Gouda ligt vijftien procent tussen de veertien en zeventien jaar, vijfenzeventig procent tussen de achttien en vierenzestig jaar en tien procent boven de vijfenzestig jaar.
Je eerste stap
Ieder mens heeft altijd een zekere schroom bij het komen op onbekend terrein. Dit hoef je bij de openbare bibliotheek echter allerminst te hebben. Het systeem is je inderdaad niet ineens glashelder, maar het personeel is altijd bereid je te helpen en wegwijs te maken'. Op deze wijze gaat een hele wereld van informatiebronnen, studiemogelijkheden, ontspanning en vorming voor je epen. Lezen kan je verrijken, kan je leven verdiepen, kan je leven meer inhoud geven. Maar besef daarbij heel goed dat de verantwoordelijkheid voor je keuze bij jou ligt. Wist je overigens dat éénderde van de bevolking boven de veertien jaar nooit een boek leest? Hopelijk behoor jij tot dat overige tweederde deel. Maar kies verantwoord en lees kritisch!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1971
Daniel | 24 Pagina's