JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Nederlandse literatuur nà 1945

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nederlandse literatuur nà 1945

5 minuten leestijd

Niet alle dingen die ons oog bekoren, Niet elk geluid dat onze oren horen, Zijn schokken tot het vormen van kristallen Willem de Mérode.

Literatuur betekent in de meest ruime zin „die kunstvoorbrengselen, waarin het schone wordt uitgedrukt door taal".

Een kunstuiting dus, die gebruik maakt van woorden. Woorden, die gedachten, gevoelens en ervaringen weergeven.

Zo ontstaat er kontakt tussen de schrijver en de lezer. Deze verbinding noemen we communicatie.

Er ontstaat een gesprek tussen de schrijver en de lezer, die zich kritisch tegenover zijn geestesprodukt opstelt. De rijkdom van de taal en de schoonheid van een verhaal worden echter niet bepaald door een veelvuldig gebruik van woorden. Het gaat er om of het woord waar is. Het woord moet geschieden, niet alleen klinken. In het Hebreeuws betekent dabar dan ook woord èn daad!

Ook in de letterkunde na de tweede wereldoorlog houdt de op de maatschappij gerichte schrijver zich met de inhoud van „al het geschrevene" bezig.

Dat kan hij op verschillende manieren doen. De auteur kan zich opstellen als profeet, hij spreekt een bepaalde levensvisie uit. Hij kan zijn „kunst" gebruiken als politiek strijdmiddel en draagt dan b.v.. een marxistische of communistische ideologie uit. Hij kan tenslotte ook nog de werkelijkheid proberen te doorlichten. Deze laatste poging loopt dan vaak uit op een konstatermg van een chaos die rondom hem is. Deze met maatschappelijke visies en vraagstukken verbonden uitingen noemen we geëngageerde literatuur.

Als tegenhanger van deze manier van schrijven geldt de autonome literatuur. Hierin staat de auteur los van de aktualiteit. Hij is, soms worstelend, bezig met eeuwige waarden of roept droombeelden op. Hier is het woord vaak belangrijker dan de daad.

Het beeld van de mens in deze moderne tijd kunnen we tekenen met één woord: de bedreigde. De naoorlogse generatie is opgegroeid onder de bedreiging van een overheersende technokratie en een derde wereldoorlog. Een optimistische wereldbeschouwing heeft plaats gemaakt voor een veelal grondeloos pessimisme. Het is dan ook niet te verwonderen dat in dit klimaat, het existentialisme (de vraag naar het wezen en het bestaan van de mens) aanhang vindt. De Franse filosoof-letterkundige Jean Paul Sartre leert de absolute eenzaamheid en zinloosheid van het bestaan. Hij noemt God: de eenzaamheid der mensen. Ook het werkelijk kontakt met de medemens is volgens Sartre niet mogelijk. Deze gedachten heeft ook in de Nederlandse literatuur zijn weerklank gevonden. In het beeld van de bedreigde mens tracht Anna Blaman in al haar boeken de eenzame mens even meedogenloos als liefdevol in het licht te plaatsen. In haar werk „Vrouw en vriend" tekent ze ons het eenzame avontuur van een meisje dat van haar eerste levensjaren af door de mensen werd belaagd.. Later zoekt ze als vrouw geborgenheid bij een man die ze in wezen haat. Ze was alleen

Een ander beeld dat Sartre ons tekent is dat van de vrijmachtige-souvereine mens, die zelf over zijn eigen bestaan beslist. In dit vrijheidsbeeld past de meest opmerkelijke groep Nederlandse auteurs, die men wel ziet als dé vertegenwoordigers van de hedendaagse denkwereld. Een leven in ongebondenheid loopt echter op teleurstellingen uit. Hun werk ademt dan ook grenzeloos pessimisme. Ze voelen zich gedoemd te leven in een maatschappij die enkel hun weerzin oproept.

Van het Reve, I. Michiels, H. Raes, R. Campert, S. Vinkenoog en velen met hen breken met afkomst en milieu en leven in een omgeving waarin „literaire" voortbrengselen alleen kunnen ontspruiten in hun meest extreme vorm.

Een enigszins aparte plaats neemt Jan Wolkers in. Hij is opgegroeid in een orthodox milieu, waar hij niet geheel los van komt. In één van zijn werken is de hoofdfiguur Daniël door zijn strenge vader uit het ouderlijk huis gezet. Vele jaren later komen zijn ouders hem toch weer opzoe-

ken. Als ze vertrekken kijkt Daniël zijn vader en moeder na vanuit zijn kamer. „Wat heb ik hen toch lief" denkt hij.

Achter veel ruwheden en spottend hanteren van bijbelteksten gaat vaak een worsteling schuil.

In de autonome literatuur van deze tijd kan de auteur de mens plaatsen in een surrealistische wereld, een droomwereld afgewisseld met brokken werkelijkheid. In dit verband trekken enkele Vlaamse schrijvers de aandacht.. Dit is het geval bij Hubert Lampo, Johan Daisne en vooral bij Jos Vandeloo in zijn „Het huis der onbekenden". Hierin is de tijd een beklemmend uitgangspunt, waaraan niemand ontkomt. Steeds weer is er de vraag: wat betekent de tijd voor ons en wat betekenen wij in de tijd?

In deze kring van auteurs komen we ook de psychologische romans tegen. Opmerkelijk is dat de schrijver nogal eens uitgaat van een bijbels-historisch gegeven. Hubert Lampo geeft in „De belofte aan Rachel" de ervaring weer van Benjamin als broer van Jozef. In deze vertelling — die op vele plaatsen niet aansluit bij de bijbelse geschiedenis — brengt de schrijver de problematiek van het leiderschap naar voren.

Een reaktie op het moderne levensgevoel en de huidige maatschappij vinden we tenslotte in het humoristische genre; op het ogenblik met name vertegenwoordigd door Godfried Bomans en Simon Carmiggelt.

Alle bestaande orden worden op de hak genomen. Een poging tot bevrijding uit het duistere bestaan?

Zo zien we de bedreigde mens in de literatuur aan ons voorbij trekken. De één ontgoocheld, de ander doelloos, eer derde op zoek naar de zin van het leven.

De Bijbel zegt ons dat we de echte zin van het leven pas kennen door het geloof in Christus. Dat Hij het centrum van ons leven moet zijn, maar ook van onze kuituur, ook van de literatuur. Wil je een fijn voorbeeld? Probeer dan eens het prachtige boekje van J. Overduin „Huurling en herder" te pakken te krijgen.

Onze houding ten opzichte van de literatuur kan alleen gebonden aan het Woord (als voedingsbron van het geloof) kritisch zijn. Probeer dan ook steeds bij alles wat je leest of op school moet lezen te onderkennen, waarom en waarin bepaalde literatuur niet aan het Woord gebonden is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1971

Daniel | 24 Pagina's

Nederlandse literatuur nà 1945

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1971

Daniel | 24 Pagina's