Notities over lezen
Kun je niet lezen? Zo'n vraag lijkt ons volstrekt onbestaanbaar. De laatste analfabeet is al zo'n twintig jaar uit onze samenleving verdwenen, dank zij de uitwerking van de leerplichtwet, waartegen vorige geslachten overigens nogal gefoeterd hebben. Vaak zag men in die wet een vrijheidsberoving van ouders en kinderen. Wij zien dat niet meer. Kunnen-lezen is nu zo vanzelfsprekend, dat we al lang verleerd hebben ons daarover te verwonderen. Wie een zendeling hoort vertellen over de leeshonger in het hart van Afrika, beseft dat. lezen zo iets is als het ontdekken van een nieuw werelddeel en het passeren van de grens van het land der ongekende mogelijkheden.
Boekdrukkunst en Reformatie.
Lezen kon in onze maatschappij pas een algemeen gewaardeerde vaardigheid worden, toen de boekdrukkunst werd uitgevonden. Dat gebeurde cmstreeks 1445 door de Duitser Johann Genschfleisch, die ook naar de naam Gutenberg luisterde. (Wanneer Haarlemmers willen verdedigen dat die eer aan hun stadgenoot Laurens Jansz. Coster moet worden gegund, zullen wij hen graag in die overtuiging laten). In de tijd van Gutenberg en Coster bleef de leesgewoonte nog beperkt tot enkele standen. De geestelijken namen kennis van godsdienstige en wetenschappelijke werken, terwijl de adel daarnaast belangstelling had voor ridderverhalen en hoofse dichtkunst: poëzie die in hofkringen ontstond. Eerst de Reformatie bracht de principiële overtuiging dat iedereen lezen behoorde te leren. Wie de noodzaak van de persoonlijke vernieuwing uit pure genade alleen door de werking van Woord en Geest predikte, kreeg daarmee oog voor het onderwijs aan het volkskind. De Reformatie stelde immers de omgang met het Woord van God in de volkstaal weer centraal. Cp alle synoden uit de zestiende eeuw was het onderwijs dan ook voortdurend onderwerp van gesprek. De verbreiding van de reformatorische gedachten werd door de boekdrukkunst op een voor de vroege middeleeuwer nog ondenkbare wijze versneld. En men las. Eerst en vooral de Schrift, maar ook een boek als de Institutie van Calvijn., Eenvoudige bierbrouwers, kuipers, bakkers, tapijtwevers, wolhandelaren en boeren lazen dit boek-van-de-Reformatie vanuit een intens verlangen om te worden onderwezen in de samenhang van de Schrift. Later werd ook een boek als De Redelijke Gcdsdienst van W. a Brakel door de gewone man gekocht en gelezen. Zijn bibliotheekje bestond uit de Schrift en enkele, meestal godsdienstige boeken.
Van leren prachtband tot kartonnen omslag.
Alleen in de kringen van de regenten en de gegoede burgerij, was de koopkracht groter en de interessesfeer breder. Dat was een zo selecte en standsbewuste groepering, dat een man als de Amsterdamse kousenwinkelier en dichter Joost van den Vondel er eigenlijk maar net aan welkom was. Het boek bleef nog voor een belangrijk deel in de sfeer van de rijke patriciërs. Niet voor niets kregen Magnus Heyndricksz en zijn zonen Hendrik en Albertus Magnusz in de 17e eeuw grote naam als scheppers van prachtige perkamenten en leren boekbanden.
In de achttiende en negentiende eeuw werden boeken meer algemene gebruiksartikelen in de huizen van de gewone burgerij. Teen verschenen de eerste volksuitgaven in grote oplagen en bloeide de belangstelling voor de roman op, waarvan men b.v. in Engeland omstreeks 1700 nauwelijks exemplaren kon vinden.
Na de tweede wereldoorlog werd de „democratisering-van-het-boek" voltooid. De pocketbooks in hun glanzend kartonnen omslagen kwamen op de markt. In 1948 verkocht men in de Verenigde Staten zo'n 135 miljoen van deze oorspronkelijk als wegwerpboekje bedoelde uitgaven. De zegetocht van het „slapbandboekie" — zo noemden de Zuidafrikaners met hun sterk taalbesef onze pocket — was in Europa niet minder triomfantelijk. Men kan voor een pocket als boekuitgaaf weinig waardering hebben, dat neemt niet weg dat déze boekjes binnen ieders bereik brengen wat vroeger voorbehouden was aan mensen met enig kapitaal. Neem b.v., de uitgave van de werken van Luther, die is opgenomen in de Boeket-reeks van de Kampense uitgever Kok. Voor zo'n serie zou méér waardering moeten bestaan. Een oplage van 10.000 stuks is n.1. minimaal vereist, wil de uit-
gave van een pocketboek verantwoord zijn. Voor de paperback ligt dit aantal op ca. 5000, terwijl het gemiddelde gebonden boek in ons land een oplage van 2500 stuks moet hebben om commercieel enigszins aantrekkelijk te zijn.
Het boek en cle moderne communicatiemedia.
De vraag rijst of de komst van radio en televisie de afzetmogelijkheden van het boek niet hebben beperkt. Dat blijkt niet in belangrijke mate het geval te zijn. De periode van de eerste luister-en kijkwoede is voorbij. Sommige programma's bevorderen de verkoop van boeken, waarop zij zijn gebaseerd. Vaak wordt de belangstelling voor een onbekend kennisgebied wakker geroepen door een uitzending en vraagt men in de boekhandel naar achtergrondinformatie.
Dat is één zijde, en wel de gunstigste. Er is ook een andere zijde aan de t.v. verbonden, wanneer deze voor velen als vrijwel enig medium voor overdracht van kennis en waardeoordelen gaat functioneren. Daar schuilt een blijvend gevaar in. Massamedia als radio en t.v. kunnen in de verkeerde handen van een kleine groep doelbewuste figuren n.1. veel sneller en diepgaander het bestaande patroon van beschaving en moraal beïnvloeden dan in vroeger tijd het boek. Een man als Hitier heeft de radio gericht gehanteerd om zijn demonische ideeën in brede lagen van het Duitse volk invloed te doen vinden. Wie vraagt naar de funktie van de t.v. achter het IJzeren Gordijn, zal bemerken dat een zeer groot deel van de programma's is gericht op de voortdurende beïnvloeding van d.e massa in marxistische zin.
De t.v. neemt een stuk eigen initiatief en zelfwerkzaamheid weg en leidt gemakkelijk tot een passief ondergaan van een t.v.programma. Dit kan leiden tot een ernstige verzwakking van eigen oordeel en een kritiekloos napraten van sommige studioheren. Op de gevaren van massa-beïnvloeding en passiviteit als houding is ook geattendeerd door schrijvers, die niet uit onze kringen afkomstig zijn en de onder ons terecht bestaande bezwaren niet delen. Een man als Fokke Sierksma schreef eens: „Het ergste dat het Westen kan overkomen, is een televisiedommel".
Lezen als aktiviteit.
Er bestaat een groot verschil tussen de t.v. en het boek als communicatiemedium. De t.v.-beelden slepen de kijker mee in een voortdurend oproepen van nieuwsgierigheid naar het volgende beeld. Juist daardoor is de verleiding om te blijven kijken bijzonder groot, ook wanneer de inhoud van een programma volstrekt onbijbels van strekking is. Bij het lezen daarentegen is de menselijke geest in veel groter mate aktief ingeschakeld. Er is het tot ons nemen van de informatie, het meebeleven van de geschetste gang van zaken, het overdenken van de stof en het al of niet aanvaarden en meenemen van de boodschap van het boek. Déze voorstelling van het leesproces is in feite nog te schematisch. De lezer kiest immers voortdurend, slaat over, pauzeert om de stof op zich te laten inwerken, denkt na, waardeert tijdens het lezen vanuit eigen normen, legt het boek neer om een uur of een dag later de draad weer op te vatten. Uiteraard is er ook bij het lezen sprake van een bepaalde mate van vereenzelviging met de inhoud van het boek, maar de ruimte om afstand te houden en de inhoud al lezend kritisch te overwegen, is veel groter dan bij het meeslepende, indringende t.v.-programma. Huizinga heeft het lezen in zijn bekende boek „In de schaduwen van morgen" de fijnere cultuurfunktie genoemd. Dat oordeel is ongetwijfeld juist. Zelf lezen is een vorm van aktief bezig zijn, die in onze samenleving onmisbaar is voor het zelfstandig vormen van een persoonlijk, evenwichtig oordeel.
Lezen vanuit de bijbelse norm.
Helaas verschijnt in onze zeventiger jaren een steeds breder wordende stroom boeken, die niet vanuit schriftuurlijk standpunt geschreven zijn en vaak doelbewust anti-christelijk of a-moreel van inhoud is. Daarvan geldt het woord van de Duitse wijsgeer Schopenhauer: „Het slechte kan men niet te weinig, het goede niet vaak genoeg lezen. Slechte bofeken zijn intellectueel gif, zij doen schade aan de geest. Om het goede te kunnen lezen, is het voorwaarde dat men het slechte niet leest, want het leven is kort, tijd en kracht zijn beperkt"., In onze tijd is een bewust kritische instelling zeer geboden. Daarbij is het Woord van God de Gids, die alleen het juiste licht werpt op onze lektuur. Al lezend moeten wij ons afvragen of een bepaald verhaal, een geformuleerde gedachte de toets van bijbelse kritiek kan doorstaan. Het gehele hedendaagse cultuurpatroon kenmerkt zich door massificatie, gejaagdheid, vervlakking en vervaging van normbesef. Wie Gods Woord niet als zijn kompas heeft, wordt vandaag of morgen meegesleurd door de sterke en wassende stroom van een
ontkerstend levensbesef. Alleen in het biddend lezen van het Boek der boeken vinden we de normen voor de beoordeling van hetgeen boek en blad presenteren. Heere, open mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen van Uw Wet!
Lezen in het gezin.
In onze gezinnen werd in het verleden veel gelezen. Laat dat in het heden ook zo blijven. Bij een, nu weer wat verouderd onderzoek, was 59% van de ondervraagden van mening, dat een gezin waar veel gelezen wordt zo'n gezellig gezin is. Ongetwijfeld schuilt in het lezen een samenbindend element, dat nog versterkt wordt door het uitwisselen van meningen over een gelezen boek in de gezinskring. Lezen is bovendien een uitstekende vorm van ontspanning en vrije tijdsbesteding, terwijl de lektuur van het goede bock een gedachten verrijkende aktiviteit is, die alle waardering verdient.
Dat geldt ook voor het goede verhaal, dat soms wordt afgedaan als ontspanning-zonder-waarde. Teveel wordt uit het oog verloren, dat dergelijke boeken voor de karaktervorming van veel belang kunnen zijn, omdat er een zekere vereenzelviging met de hoofdpersonen plaats heeft. Het goede verhaal biedt meer dan een stuk spanning. Het vormt het gevoels-en wilsleven, draagt en passant kennis en levenservaring over en biedt een bijbelse visie op de vragen die mensen alle eeuwen door hebben beroerd. Een goed voorbeeld hiervan is bijv. Moeder Ditta van A. M. de Moor-Ringnalda.
Hoewel wij onze bezwaren tegen bepaalde opvattingen in de Gereformeerde Kerken nimmer hebben verzwegen, vab niet te ontkennen, dat we heel vaak, wanneer het om meer ontspannende lektuur gaat, hebben aangeleund tegen schrijvers uit die kringen. Nu deze kerken in een sterk vervagingsproces zijn betrokken en in de samenleving een sterke tendens naar veralgemening te bespeuren valt, laat het zich aanzien, dat het boek met een positief christelijke strekking nog meer een schaarse zaak gaat worden. In eigen kring zijn een aantal verdienstelijke kinderboeken gepubliceerd en een enkel verhaal voor ouderen, maar de oogst is gering gebleven. Uiteraard is de gave tot schrijven niet aan iedereen geschonken. Maar laten wij anderzijds niet vaak veel of alles over op dit gebied aan anderen? Vergeten we niet te veel dat sluimerend talent kan worden geaktiveerd en ontwikkeld? Het zou bijzonder toe te juichen zijn, wanneer onder ons boeken zouden uitkomen van het niveau van Koningskinderen van Rijnsdorp of Popma's De zonde van Jan der Kinderen. Voor jongeren met een wat brede belangstelling kan ook het meer informerende of beschouwende boek ontspanning en verrijking brengen. Zij genieten van een betoog over de Nederlandse vloot in de zeventiende eeuw, van een populaire uitgave over de wonderen van de diepzee, van een reisverhaal, een levensbeschrijving van een figuur uit de kerkgeschiedenis enz. Op dit vlak is een overvloed van goede boeken verkrijgbaar.
Het lezen daarvan behoort in onze gezinnen gestimuleerd te worden. Een boek als Het wonder van de 19e eeuw van H. Algra zou toch eigenlijk iedere jongen en elk meisje moeten lezen! Wie nagaat waarom er in bepaalde gezinnen weinig of niet wordt gelezen, stuit nog al eens op het feit, dat d.e ouders hun kinderen niet stimuleren!
Naast het meer beschouwende boek zou ik de goede stichtende lektuur afzonderlijk willen noemen. Stichtend wil zeggen bouwend in Schriftuurlijke zin. Dat doen de Tafelgesprekken van Luther, de Christenreis van Bunyan en het A.B.C. des geloofs van Comrie om maar iets te noemen. Vooral de ouderen hebben hier een taak om zo'n boek over wezenlijke zaken eens met een warm hart bij jongeren aan te be-
velen. Wanneer deze boeken ongelezen zouden blijven, leidt dat tot een aanzienlijke verarming van de geestelijke bagage, die vanouds in onze gemeenten werd meegegeven.: Voor deze boeken geldt: niet opdringen, maar belangstelling wekken door een terloops woord en eigen voorbeeld. Lezen in gezinsverband is een zaak, die wij niet te hoog kunnen waarderen. Daarom is opvoeden tot lezen en bevorderen van een kritische instelling tegenover het boek een blijvende opgave voor elk gezin, dat bij de Schrift begeert te leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1971
Daniel | 24 Pagina's