JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het profetische woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het profetische woord

De zoon veracht de vader

8 minuten leestijd

Micha 7 ; 1-6

daar is niemand oprecht

De trieste klacht, waarmee de profeet Mieha zijn laatste hoofdstuk inzet, is maar niet een uiting van begrijpelijk pessimisme. De profeet heeft deze sombere woorden niet neergeschreven in een moedeloze bui. Je zou haast zeggen: was dat maar waar! Dan zouden we hem nog kunnen opmenteren en zeggen: kom kom, Micha, niet zo somber. „De goedertierene is vergaan uit het land, en daar is niemand oprecht onder de mensen Nou, Micha, zo'n vaart loopt het tcch niet?

Zo'n vaart loopt het wèl. Dit is n.1. één van die plaatsen uit het Woord, waar u en ik worden doorgelicht door het licht des Geestes. Onthullend is dat, erg onaangenaam ook voor het vrome hart. Daar kemt ook nogal wat protest op af! De Heidelberger Catechismus laat eenzelfde geluid horen; luister maar weer eens naar die bekende woorden uit Zondag 2 en 3: „ik ben van nature geneigd, God en mijn naaste te haten de val en ongehoorzaamheid van Aclam en Eva in het Paradijs in zonden ontvangen en geboren... onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad tenzij wij door de Geest Gods wedergeboren worden". Dat liegt er ook niet om. Deze zondagen zijn ook al ontelbare keren gestenigd door godsdienstige mensen „van goeden wille".

Maar de oude Heidelberger staat hier volkomen aan de kant van het Woord Gods. Want ock dat Woord breekt een mens af tot het fundament toe. Ook dat Woord gaat niet te rade met lapmiddelen, poogt een zondaar niet „op te knappen". Ook dat Woord spreekt over onze hoofden het „ongeneeslijk" uit. Zullen wij eens luisteren welke diagnose dat Woord stelt over u en over mij? Eerst Jeremia: Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er één is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn" (Jer. 5:1). Dan Ezechiël: Ik zocht nu een man uit hen, die de muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand" (Ezech. 22 : 30). Voorts Jesaja: Uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen u en tussen uw God, uw handen zijn met bloed bevlekt, uw vingers met ongerechtigheid; er is niemand, die voor de gerechtigheid roept, en niemand, die voor de waarheid zich in het gericht begeeft" (Jes. 59 : 2-4). Dan David: De HEERE heeft uit de hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of er iemand verstandig ware, die God zocht. Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden'; er is niemand die goed doet, eek niet één!" (Ps. 14 en 53 : 2 en 3). En ock Paulus schaart zich in deze rij als hij schrijft: Er is niemand rechtvaardig, ock niet één; er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt" (Rem. 3 : 10 en 11).

de klacht van Micha

Dus Micha staat met zijn scherpe diagnose over de mens niet alleen. Zijn diagnose is overigens geen koele mededeling, maar een bittere klacht. „Ai mij!" Ik ben als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld, zegt Micha. Het land is dan immers kaal, de vruchten zijn verdwenen. Ja, zelfs zijn de nalezingen in de wijnoogst geschied! Niet alleen de wijnoogst, maar de nalezingen van de wijnoogst zijn voorbij. Er is niets meer te vinden. En dan moet je zo begerig zijn om. vrucht te zien als Micha! Een ware profeet doet niet anders dan maar zoeken en speuren naar vruchten, de vruchten des Geestes. Liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Dat zijn de vruchten, waaraan volgens de Schrift de goede boom wordt gekend. O, zegt Micha, mijn ziel begeert die kostelijke „vroegrijpe" vrucht! Maar wat hij vindt is wel wat anders. Zijn woorden in vers 2 doen ons denken aan Psalm 12:

Behoud, o HEER, wil ons te hulpe komen,

Daar 't volk ontbreekt, dat liefd' en vreê betracht,

De trouw bezwijkt, en 't klein getal der vromen

Nog kleiner wordt in 't menselijk geslacht.

En in één lange klacht schildert de profeet ons de de ellendige toestand, waarin het koninkrijk Juda zich in zijn tijd bevond. We zullen moeten denken aan de regeringsperiode van de bekende en beruchte Achaz, met wie cok Jesaja in conflict gekomen is. De zonden blijken voor een goed deel zonden van de overheid te zijn: de vorst (dat wil zeggen de regering, de koning met zijn bestuursapparaat) eist. Met andere woorden: hij stelt onredelijke en onzinnige eisen aan zijn onderdanen. De rechter oordeelt om vergelding. Het is ook hier weer hetzelfde liedje: omkoopbare rechters. „De grote spreekt de verderving zijner ziel", staat er. Wat betekent dat? De „grote" is wat wij zouden noemen de grote man, die het voor het zeggen heeft. Hij spreekt de verderving van zijn ziel, we kunnen ook vertalen: de (verderfelijke) begeerte van zijn ziel; en bij „ziel" moeten we dan meer denken aan wat wij gewoonlijk het hart noemen: het innerlijk. Wat er maar aan ellendigs in zijn hart opkomt, spreekt hij uit, en het gebeurt.

„De beste van hen is als een doorn". Micha heeft het al doorgehad, wat de HEERE veel later zou spreken tot Ezechiël: „En gij, mensenkind! vrees niet voor hen, en vrees niet voor hun woorden, hoewel wederwilligen ert doornen bij u zijn, en gij bij schorpioenen woont!"

Elke goede profeet zal van tijd tot tijd ervaren, dat een mens na de zondeval alle liefde en zachtheid heeft verloren, en dat een uiterlijk minzaam mens zich plotseling kan ontpoppen als een venijnig stekende doorn. Let wel, zegt Micha, de dag van jullie wachters is gekomen! Hij bedoelt: de dag waarvoor jullie wachters (dat zijn de profeten) zonder ophouden hebben' gewaarschuwd, die dag van oordeel en van gericht staat voor de deur! „Is gekomen", zegt Micha; waarschijnlijk hebben wij hier weer te maken met die wijze van spreken, die we bij de profeten zo vaak vinden. Een profeet voorzegt dan een gebeurtenis in zulke bewoordingen, alsof die gebeurtenis reeds had plaatsgevonden. Micha zet hier zijn volk voor de oordeelsdag. Soms moet een prediker dat wel doen. Niet altijd. Micha deed het ook niet te pas en te onpas. Maar wee die prediker, die zijn gemeente nooit wijst op die grote dag, waarop wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus.

de bedorven wortel

Merkwaardig, hoe de ontwrichte samenleving van Micha's dagen overeenkomt met de onze. In vers 5 en 6 wijst de profeet (wonderlijk actueel!) cp de bedorven wortel van elke bedorven samenleving. Want waar begint het bederf? Het begint in het gezin. „Bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt " Micha constateert, hoe de huwelijkstrouw verdwenen is. En als de eenheid tussen man en

vrouw, tussen vader en moeder verbroken is, als tussen die beiden' de liefde verkoelt en de trouw verdwijnt, dan gaat het gezin gegarandeerd te gronde. „Want de zoon veracht de vader". Ja, dat is wel heel raak getypeerd. Scherp ziet de profeet hoe het volk kapot gaat aan die verachting van de vader door de zoon. En hoe is dat nu? Er is misschien geen tijd geweest, waarin het vijfde gebod zó werd verwezen naar het rijk der ouderwetsigheclen als onze tijd. Voor vele jongeren (ook onder ons!) is vader „die ouwe van mij". In duizenden gezinnen is de ruzietoon de gebruikelijke conversatietoon. De zoon veracht de vader. Het vijfde gebod van miljoenen in de twintigste eeuw luidt als volgt: in je jeugd moet je zorgen je ouders te vriend te houden, totdat je een eigen baantje hebt. Je zoekt zo gauw mogelijk een eigen kamer. En als vader en moeder oud worden, moet je geen gezeur van oude en humeurige mensen over de vloer, maar je ziet ze zo gauw mogelijk in een bejaardentehuis te krijgen. De zoon veracht de vader, óók in het groot, in de maatschappelijke verbanden. Wie in onze tijd het woord gezag laat vallen, is bij voorbaat ouderwets. Wie — op puur bijbelse gronden! — iets waagt op te merken over handhaving van een door God de Heere gewild gezag, wordt in elk geval voor „uiterst rechts" gescholden, en soms ook voor fascist. Dit is de bedorven wortel van onze samenleving: het gezin. En waar die wortel bederft, verziekt de gehele maatschappij. Zalig hij, die in deze tijd in alle ootmoed wenst te leven óók bij het vijfde gebod hetwelk het eerste gebod is met een belofte.

gespreksvragen :

1) Hoe zijn de vele vormen van naastenliefde, die ook de wereld kent (zoek de voorbeelden maar in je eigen omgeving) te rijmen met het feit dat de Schrift zegt dat er niemand is die goed doet, ook niet tot één toe?

2) Vergelijk Micha 7 : 6 eens met Mattheüs 10 : 35 en 36. De verzen zijn bijna woordelijk hetzelfde, maar bedoelen toch iets geheel anders te zeggen. Waar ligt het verschil?

3) Wat zouden oorzaken kunnen zijn van de ontwrichting van zovele gezinnen in onze tijd?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1971

Daniel | 16 Pagina's

Het profetische woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1971

Daniel | 16 Pagina's