JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hervormingsdag 1971 Woorden van Luther

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hervormingsdag 1971 Woorden van Luther

3 minuten leestijd

Het staat vast, dat de mens aan zichzelf moet vertwijfelen om geschikt te worden voor de ontvangst van de genade van Christus.

Dit is immers wat de Wet wil, dat de mens aan zichzelf vertwijfelt. Daarom brengt de Wet ons in de hel, maakt ze ons arm en laat ze ons zien, dat we zondaren zijn in alles, wat we doen, zoals de apostel in Romeinen 2 en 3 doet, wanneer hij zegt: „Ons is duidelijk geworden, dat we allen onder de zonde zijn". Wie zich uit eigen kracht tot het uiterste inspant en meent, dat hij daarmee, al is het in nog zo geringe mate, iets goeds doet, erkent niet, dat hij volkomen niets is, hij vertwijfelt niet aan zijn eigen mogelijkheden, integendeel, hij is zo aanmatigend, dat hij cm genade te verkrijgen op eigen kracht vertrouwt.

Niet hij is rechtvaardig, die veel werken doet, maar hij, die zonder werken veel in Christus gelooft.

Want de gerechtigheid Gods wordt niet op groncl van al maar herhaalde werken verworden, zoals Aristoteles leert, maar ze wordt door het geloof geschonken. „De rechtvaardige leeft uit het geloof", zegt Rom. 1 (17). En Rom. 10 (10): „Wie van harte gelooft, wordt gerechtvaardigd". Daarcm wil ik dat „zonder werken" zo opgevat hebben: niet, dat de gerechtvaardigde niet zou werken, maar zijn werken brengen hem zijn gerechtigheid niet. Eerder is het andersom: de gerechtigheid brengt de werken voort. Zonder ons toedoen wordt cns genade en geloof geschonken en dan volgen de werken vanzelf. Zo staat het in Rom. 3 (20): „Geen vlees kan door de werken der Wet voor Hem gerechtvaardigd worden" en (vers 28): „Zo zijn wij dus van oordeel, dat de mens gerechtvaardigd wordt zonder de werken der Wet, alleen door het geloof, d.w.z. tot de gerechtigheid dragen de werken totaal niets bij.

Wie zo uit het geloof leeft en werkt, weet dus, dat zijn werken niet de zijne, maar Gods werken zijn. Daarom tracht hij niet daardoor gerechtvaardigd te worden of er eer mee te behalen, hij tracht naar God. De gerechtigheid door het geloof is hem genoeg, d.w.z. Christus is zijn wijsheid, gerechtigheid, enz., zoals het in 1 Cor. 1 (30) staat. Hijzelf is niet anders dan een werk of werktuig van Christus.

Stelling 18 en 25 uit „De Heidelberger Disputatie" in „Door het geloof alleen". Bloemlezing uit de werken van Luther, Utrecht, 1955. Vertaling Prof. Dr. W. J. Kooiman.

(Met deze stellingen verdedigde Luther zijn opvattingen op het generale kapittel van de Augustijner orde, een half jaar na het aanslaan van de stellingen tegen de aflaat.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1971

Daniel | 16 Pagina's

Hervormingsdag 1971 Woorden van Luther

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1971

Daniel | 16 Pagina's