Het profetische woord
Een ontdekkende preek
hoort de roede!
Micha gaat voort in de Naam des HEEREN te worstelen met het weerspannige en dwarse volk. De verzen die nu onze aandacht vragen plaatsen ons voor het ontdekkende - karakter van Gods Woord. De samenspraak tussen de HEERE en Zijn Israël is nu voorbij. Wat volgt, is de roede. De tuchtiging dus. Wie niet horen wil meet voelen. Zo is het in een gezin wel eens, zo is het ook in het Koninkrijk der hemelen. God begint niet met dreigen, o neen. Hij is begonnen met het verwijt van Zijn gekrenkte liefde: Mijn volk! wat heb Ik u gedaan? (vrs. 3) Toen kwam de aansporing: ijn volk, gedenk toch! (vrs. 5) Een vervolgens de eis: ij heeft u bekend gemaakt, o mens wat goed is (vrs. 8). Wij hebben deze „roede", die nu volgt, dus wel in het juiste verband te zien, namelijk in het verband van Gods verbond. Dit verbond kent niet alleen beloften, het kent ook niet alleen eisen, maar dit verbond kent zegen en vloek, belofte en eis, vertroosting en dreiging. Maar zelfs met de Micha 6 : 9-16 dreiging, zelfs met de vloek, beoogt de HEERE Zijn verbond te bevestigen. Hij beoogt met Zijn bedreigingen Zijn kinderen naar Zich toe te drijven zoals een herder met z'n puntige stok zijn schapen kort bij zich houdt, bij de kloven en spleten vandaan. Zo'n stok doet wel even zeer, maar dat is niet zo erg. Erg wordt het pas, als de herder zijn stok niet meer zou gebruiken.
de stem des HEEREN
Ja, 't is alsof God Zelf van de hemel naar de aarde roept. Micha matigt zich hier maar niet wat aan! Hij treedt hier metterdaad op als de stem des HEEREN. De stem des HEEREN roept tot de stad. De stad, dat is hier natuurlijk Jeruzalem. Wat roept de stem des HEEREN? Hoort de roede, en Wie ze besteld (d.w.z. beschikt) heeft! De roede, dat is het woord van bestraffing, dat volgt. Wie ze besteld heeft, daarmee wordt God de Heere bedoeld. Nu gaan we eens luisteren naar de inhoud van die bestraffing. Wilt u daarom éérst eens voor
uezelf die verzen 10-16 van Micha 6 rustig overlezen, en dan pas weer verder gaan met het lezen van dit artikel? En als u dat gedaan hebt, mag ik u dan eens vragen: bent u eigenlijk niet een beetje teleurgesteld? O ja, de dreiging liegt er niet om, dat is waar. Maar wat ik bedoel met „teleurgesteld" is dit. Ik stel me voor, dat als Micha nu eens niet een profeet geweest zou zijn uit de achtste eeuw voor Christus, maar als hij gewoon ene ds. Micha zou zijn in het jaar 1971, dat wij, door en door gereformeerde kerkmensen die wij zijn, wel een beetje de schouders over hem zouden ophalen. U weet wel, we kunnen een deminee zo aardig in de hoek zetten. Vriendelijk over hem doen en toch geen spaan van hem heel laten. Hoe zouden wij oordelen over de preek van ds. Miciia? Mag ik u een paar mogelijke reacties laten horen?
„Een aardige man, die Micha, maar hij moet nog wel wat leren "
„Dat was een kort preekje vandaag met weinig evangelie, als je het mij vraagt".
Een „lichte" broeder: „Ja, ik zal me daar een beetje door zo'n wereldvreemde dominee laten vertellen, hoe ik mijn zaken moet doen!"
Een „zware" broeder: „Nou, die Micha hoeft hier van mij ook niet meer te komen. Hebben julle één woord gehoord over onze bondsbreuk in Adam? Die man steekt niet naar de diepte af, hij weet alleen maar te spreken over de dadelijke zonden".
het ontdekkende woord
U weet het wel, dat is zo'n typische kerkelijke zonde van deze tijd, om de stem des HEERE te smoren met een paar stekelige opmerkingen onder de koffie. Of we nu de lichte of de zware broeder of zuster spelen, er komt heel wat voor kijken voor ons boze hart zich buigt onder het Woord van God. En nu eerst eens vers 10-12. Waarom irriteren deze woorden ons zo? Omdat ze ons willen ontdekken aan onze zonden! We horen graag „ontdekkend" preken, jawel. Maar o wee, als er echt ontdekkend gepreekt wordt! Die prediker kan in elk geval rekenen cp de bovengenoemde vier reacties. En cp nog veel meer. Want we vinden het goed en best als we zondaren genoemd worden, zeker! De dominee zou eens over onze zondestaat heen moeten stappen, hij zou de wind van voren krijgen. Hij mag een uur over onze ellende preken, dat is goed, dat is nodig, dat is gereformeerd. Er zijn zelfs mensen die daar van smullen. Maar wéé zijn gebeente, zo hij ons (juist als Micha) gaat wijzen op onze dadelijke zonden! Ja, op die zonden, die wij zo metterdaad bijvoorbeeld 's morgens om half elf bedrijven, u weet wel. Op die zonden, die wij meestal plegen te omschrijven als karaktergebreken. Zo ben ik nu eenmaal, zeggen wij dan; of, wat vromer: zo is een mens. Op die zonden, waarvan we nog nooit beseften dat het zonden zijn. Zó preekt Micha: ontdekkend! Want houd dit vast: zodra de Heilige Geest in het hart
van een zondaar Zijn geheimvolle werk begint, werkt Hij eerst en voor alles in ons hart een waarachtige droefheid over onze dadelijke zonden. Wat nooit als zonde werd gezien of ervaren, wordt nu schuld voor God. Ja, bijvoorbeeld zo'n schaarse efa, waar Micha het ever heeft. Een efa was een maat, waar je als koopman je waren in kon meten, voor je ze verkocht. Gerst bijvoorbeeld. Een efa gerst was waarschijnlijk zo'n zesendertig liter. Nu, dan verkocht je vijfendertig liter. Een zakelijk handigheidje neem je zciets. Zonde, nou ja En stenen die bij een weegschaal behoren en die nét niet kloppen, dat is ook een voordelige zaak voor een handelaar. Een goddeloze weegschaal! roept Micha. En ongetwijfeld heeft het volk gemord: nu moet hij eens een keer ophouden, die Micha. We hebben het goede met hem voor, maar als hij nou blijft zeuren over onze zakelijke besognes, waar hij geen kaas van heeft gegeten, dan lusten we hem niet meer Maar ongetwijfeld zijn er ook geweest, wie de zonde tot zonde werd. Want nooit keert het Woorcl des HEEREN ledig weer.
En als twee zwarte vlekken staan aan het slot van dit hoofdstuk de namen van Omri en Achab. Vacler en zoon. Exponenten van de zonde. Maar wat erg: zij waren koningen geweest van Israël, niet van Juda. En hier moet Micha, de profeet van Juda, zijn volk verwijten dat zij de zonde van vreemden navolgen. Micha's gemeente keek de zonde af van de wereld. Als Omri zondigt, is dat erg; maar als Juda de zonde van Omri doet, is dat nog veel erger.
Denk intussen niet licht over een stuk als dit. Een profeet is geen schrijfmacihne, die Gods woorden doorgeeft zonder er zelf heet of koud onder te worden. Zo'n oordeelsprofetie snééd in het vlees van deze profeet. Wat een verzoeking, om mooi weer te spelen tegen het volk en de gevierde man te worden. Wat een getrouwheid bij deze Micha in het recht snijden van het Woord van God!
Gespreksvragen
1) wat kan de zin zijn van de (moeilijk verklaarbare!) woorden in vers 9: „want Uw Naam ziet het wezen"?
2) wat is ontdekkende prediking?
3) wat is een schriftuurlijke prediking?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1971
Daniel | 16 Pagina's