Het artikel
Op een dag kreeg de heer L. het verzoek een artikel in de krant te schrijven. Er moest boven staan: Onze samenleving. De heer L. nam het aanbod aan. Het onderwerp lag hem wel. Hij had er zich altijd al voor geïnteresseerd. Alle artikelen op dit gebied had hij trouw gelezen. En langzamerhand was hij tot de ontdekking gekomen, dat onze samenleving niet deugde. Gelukkig, nu kon hij eens schrijven hoe hij er over dacht. En de heer L. ging aan het werk
Het werd een prachtig artikel. Iedereen riep er over. De mensen in de buurt hielden hem zelfs op straat aan om te zeggen dat ze het met hem eens waren. Ze zeiden, dat eindelijk eens iemand precies gezegd had waar het op stond. Ze zeiden ook, dat niemand dat tegenwoordig durft en dat de maatschappij zulke mensen als de heer L. nodig heeft.i De heer L. was erg trots. Hij ging naar huis, pakte de krant en met een voldaan gevoel las hij het artikel nog eens over. Alles en iedereen had een veeg uit de pan gehad. Drank, drugs en sex. Rassendiscriminatie en economie. Ontrouw en onrecht. Defensie en politie. Luchtverontreiniging en partijvorming. De jeugd niet te vergeten. De kerken en het onderwijs. Niemand bleef gespaard. Recht moest er komen en verantwoording moest bij gebracht worden. Dan zou de samenleving nog te redden zijn!
Toen hij het stuk uit had was het voldane gevoel weg. Hij bleef lang zitten nadenken : Het artikel was niet goed. Hij schaamde zich. Hoe heb ik gedurfd dit te schrijven, dacht hij. Man en paard heb ik genoemd, dat is waar, maar zelf ben ik buiten schot gebleven. Alsof ik een heilige ben Was ik dan helemaal deze belijdenis vergeten:
T'en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten, maar,
lek ben 't, o Heer, ick ben 't die u dit heb misdaan,
Want dit is al geschied, eylaas, om mijne zonden?
Er moet onmiddellijk een nieuw artikel komen, besloot hij. Er er kwam een nieuw artikel, 't Was niet zo goed als het eerste, maar het was wel de waarheid. Er stoncl ongeveer dit in:
Vanmorgen ben ik weer eens te lang in bed blijven liggen., Ik snauwde tegen mijn vrouw, want er lag weer niets „op z'n plaats". M'n zoontje kreeg een draai om z'n oren, omdat hij zo „zeurde". Omdat ik zo laat was, reed ik veel te hard en wees met m'n vinger naar m'n voorhoofd, omdat een andere automobilist niet snel genoeg reageerde naar m'n zin. Op 't kantoor moest ik eerst uitrusten, en ging dus niet direct aan 't werk. Ook de koffiepauze werd te lang gerekt. Ik las in het laatste sexblad. Niet zelf gekocht hoor. 'k Las mee over de schouder van een collega. Een andere collega schold op de baas en het kapitalisme. Ik deed mee, want ik vergat even dat m'n splinternieuwe Fiat-sport op de parkeerplaats stond.
Die avond kwamen de vroegere buren op bezoek. „Bah, die zeur", zei ik, toen m'n vrouw het vertelde. Maar toen de bel ging, deed ik de deur open en zei: „Enig dat jullie gekomen zijn. Kom er in", 'k Vergat die avond te bidden 't Was ook zo laat geworden
Aan 't eind schreef de heer L.: Hoe onze samenleving ook mag zijn, waartegen u of ik ook strijd moeten voeren — beter dan dit tijdelijke leven is Uwe goedertierenheid!
Jesaja wist dat ook: Bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken. Weet u dat ook? Dat was ik nu vergeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1971
Daniel | 16 Pagina's