„Ontdek mijn ogen”
(Ps. 119 : 18a)
Toen Christus de blindgeborene genezen had, sprak Hij: „Ik ben tot een oordeel in de wereld gekomen, opdat degenen, die niet ziien, zien mogen en die zien, blind worden". Als de Farizeeën Christus dit horen spreken, worden zij kwaad en vragen: „Zijn wij dan ook blind? " Die Farizeeën begrepen het wel wie Christus bedoelde. Christus had namelijk inderdaad hen op het oog en allen, die een hoge dunk van hun wijsheid hebben en deze stellen tegenover de kennis door de Heilige Geest geleerd aan Zijn kinderen.
De Farizeeën beroemden zich in hun kennis en onderhouding van de wet, maar zij gingen voort in de zonden van de verharding des harten en van ongeloof. Zij verwierpen het Evangelie van vrije genade. En daarom, zij meenden, dat ze zo goed zagen, dat ze zulke goede geestelijke ogen hadden en ze hadden er geen erg in, dat ze totaal blind waren.
Lezers, geen zieken zijn zo moeilijk te behandelen als ingebeelde zieken; zij, die menen, dat ze gezond zijn en er geen erg in hebben, dat ze met de dood in hun schoenen lopen. Hoort u soms ook nog tot hen, die menen te zien en in werkelijkheid geheel blind zijn?
Met de dichter van Psalm 119 was het anders. Hij had geleerd, dat hij en wij allen van nature blind zijn voor de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen, voor de heilgeheimen van zalig worden, totdat door de genade des Heeren ons de schellen van de ogen vallen. Ja zelfs zij, over wie God gesproken heeft: „Er zij licht" en in wier hart des Heeren licht geschenen heeft, hebben nodig gedurig weer licht vanuit de hemel te ontvangen.
Gods ware kinderen moeten altijd maar weer klagen over hun eigen blindheid. De sluier van duisternis, die voor onze ogen hangt, moet steeds weer weggenomen worden.
Daarom bidt de dichter: „Ontdek mijn ogen", dat wil zeggen: ontsluit mijn ogen. Neem de sluier weg, opdat ik moge aanschouwen de heilgeheimen van zaligheid, die in Christus gevonden worden.
Dat hebben wij allen nodig, lezers, het wegnemen van de sluier die onze ogen bedekt en het ontvangen van licht om te zien.
Dat schenkt de Heere uit genade om Christus' wil, daar de Heere de ogen der blinden opent en de gebogenen opricht. „Ik raad u", zegt Christus, „dat gij van Mij koopt ogenzalf, opdat gij zien moogt".
Deze ogenzalf is te verkrijgen in de apotheek van vrije genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1971
Daniel | 16 Pagina's