Christus’ heerschappij
Welzalig erfvolk, daar God Zelf wil wonen, en onder hen Zijn majesteit vertonen, verheerlijkt in hun voorspoed, vreugd eo-deugd, ja vreeslijk in gejuich en lofgezangen. Hoe zou de schrik de vijand niet bevangen, daar God in Sions luister Zich verheugt!
Wat vijand durft, o Salem, u genaken? Heeft iemand lust Gods erfdeel aan te reiken, hij vreez' het glinstrend wraakzwaard van die Held. Heeft iemand lust de schapen Hem t' ontrukken, Hij slaat hen als een aarden vat m stukken; Zijn sterke hand die trotsen nedervelt.
De Christus heeft het Rijksbestuur in handen. Hij sluit de vijand in onbreekbre banden, en maakt hem dienstbaar aan Zijn hoog gezag. tot luister van Zijn almacht en genade. Geen krijgslist, geen geweld doet Sion schade; de Koning waakt en draagt haar nacht en dag.
Verhoog de Vader» prijs Zijn raad en wegen. Aanbid de Zoon, de bron van heil en zegen. Verhef de Geest; roem deze drie in Eén. Leef teder in geloof en met vertrouwen. Op deze Rotssteen zult gij veilig bouwen. Hij voert u zeeg'rijk door het duister heen.
„Geestelijke gezangen en gedichten" Wijze: Psalm 103
Frederik van Houten (1662 - 1711)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1971
Daniel | 16 Pagina's