JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het profetische woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het profetische woord

WAT EIST DE HEERE?

8 minuten leestijd

Micha 6 : 6—8

WAT EIST DE HEERE?

De „twist", het rechtsgeding dat de HEE-RE heeft met. Zijn volk, gaat verder. De HEERE heeft Zijn klacht geuit: o Mijn volk, wat heb Ik u gedaan, en waarmee hesb Ik u vermoeid?

Het voik wist hierop niets te zeggen. Toen ging de HEERE Zelf eens opsommen wat Hij zoal gedaan heeft: opgevoerd uit Egypte, verlost uit het diensthuis, geleid door Moz.es, Aaron en Mirjam. Ook hiertegen wist het volk niets in te brengen'. Tenslotte klonk uit Gcds mond het verwijt: Mijn v-oik! gedenk toch

Wat moet het volk gedenken? Wat geschied is van Sittim af tot Gilgal tos. Sittim/*dieptep'unt van zonde, waar het volk begon te hoereren met de dochters der Moabie-ten, direct na cle wonderlijke zegening van Bileam. Gilgal, hoogtepunt van verbondstrouw, plaats van de vernieuwing van het verbond na de veilige doortocht door de J'ordaan. Zie voer Sittim Nu-meri 25, voor Gilgal Joaua 5. - Sittim en Gilgal, - het zijn de polen waartussen het leven der genade zich beweegt. Het zijn ook de beide dingen waarvan God de HEERE wil dat wij eraan gedenken. Sittim: ten eerste bedenke een ieder bij zichzelf zijn zonde en vervloeking, opdat hij zichzelf mishage, en zich voor God verootmeedige Gilgal: ten andere onderzoeke een ieder zijn hart, of hij ook deze gewisse belofte van God gelooft...... zie het Avondmaalsformulier. Sittim en Gilgal, zoncie en genade, ellende en verlossing.

ons aanbod

De HEERE zwijgt nu, het woord is aan het volk. Het vclk kan komen met haar verdediging. Dat is vanzelfsprekend in een rechtsgeding, nietwaar. Beide partijen moeten cie gelegenheid hebben te voorschijn te komen met klachten en grieven. En had de HEERE Zelf het volk niet aangespoord maar voor cle dag te komen1: Mijn volk, betuig tegen Mij! De HEERE, Die de harten kent en de nieren proeft, Hi.i weet zo > gced wie wij zijn. Hij weet wel, dat het op de bodem van ons hart gist en gonst van de verborgen verwijten en aanklachten tegen Hem. Het > !s altijd weer hetzelfde: als wij zondigen, als wij God vergeten, en wij plukken van ons eigen gedrag cle bittere vruchten, dan krijgt Hij de schuld, Die ons nog nooit kwaad - gedaan heeft. Wij hebben' harde gedachten van de Heers. In feite is Hij cveral de schuld van. En we zijn misschien te gereformeerd om onze Schepper openlijk aan te klagen, maar dan deen we het toch wel bedekt, zoals Adam: de vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt

Toch, als we het antwoord van het volk lezen (vers 6 en 7), merken we dat het volk wel wat onder de indruk is. Daar is in elk geval geen spoor van een zelfverdediging, geen spoor van een aanklacht te-gen de HEERE. Het. zachte verwijt van Gods gekrenkte liefde heeft deze mensen toch wel iets gedaan. Ze voelen wel: hier kunnen" we niet zomaar langsheen. Daar is zéifs een overtuiging van zonde: in vers 7 spreekt het volk over „mijn overtreding", „de zonde mijner ziel". Nu wordt er over dit antwoord van het volk wel verschillend 'geoordeeld. Sommigen vatten het zeer positief op, en lezen erin de vraag van een beangstigd, van schuld overtuigd hart: wat meet ik doen cai zalig te worden? Maar ik dacht dat deze uitleg wat te ver .gaat. Ik dacht dat het volk nog net een beetje te goed weet wat het moet doen om zalig te worden; het somt nogal aardig •wat „mogelijkheden" op! Anderzijds mogen wij de woorden van het volk toch ook weer niet verstaan als een brutale, huichelachtige, spottende sneer. Dat is het andere uiterste, dat óók geen recht doet aan de tekst. Ik meen dat de waarheid hier in het midden ligt.

Hier is iemand aan het woord, die heel goed veelt dat hij te ver gegaan is. Te ver in zijn afgoderij, te ver in zijn vergeten van de levende God, te ver in het verachten van Zijn genade en verbcndstrcuw. Véél te ver. Aan het woord is een geschrokken mens. Ma-ar in c-nze schrik zeggen wij wel eens vreemde dingen, óók in enze godsdienstige schrik Zo ook hier. De grondvergissing van deze man (mens) is, dat hij absoluut nog geen recht zicht heeft op het karakter van de zonde. En dus ook niet op ihet karakter van de ware 'godsdienst. Oók niet op het karakter van de ware offerdienst. Hij heeft nog nooit echt geofferd. O, hij biedt van alles aan. Hij is heus niet te gierig om God z'n beste eenjarige

kalf te geven. Daar schort het niet aan. Hij voelt wei dat hij afschuwelijk heeft gezondigd. Tegen de hoge God! Nu, zegt hij, wat zal ik eraan doen? Wat zai ik doen om het goed te maken? 'k Heb er alles veer over! Duizenden rammen! Tienduizenden oliebeken! Ja, zelfs mijn eerstgeborene

Wat is een mens tcch oen ellendige dwaas. Ais Gods Geest ons hart niet tot ootmoed •brengt zijn wij razend van goddeloosheid of razend van godsdienst. Dan gaan we ens te buiten aan de grofste zonden of aan de wonderlijkste dwaasheden van onze zelfgebrouwde vroomheid, 't Is allebei even ellendig. Deze mens denkt in alle ernst, 'het met de HEERE op een aceoord je te •kunnen gooien door Hem zijn eerstgeboren kind aan te bieden. Bij de 'heidenen was het. kinderoffer schering en' inslag in de dagen van Micha. En Israël keek het af en nam het ever, de koningen vocro-p. We denken aan Achaz, aan zijn 'kleinzoon Manasse vooral. Arme kinderen, die zo ten prooi vielen aan de „godsdienst" van hun ouders.

de offeranden Gods

Nu, de profeet gaat er niet eens op in. Een verstandige vader gaat cok niet altijd in cp de opmerkingen van zijn kinderen. Als ze al te vreemd uit de 'hoek komen kijkt hij ze maar eens aan en zegt hoogstens: dat weet je wel beter Zo ook Micha. Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is Het moet deze man wel dco-r het hart ge snéden zijn, de godsdienstige waanzin van het volk. Het moet zijn hart wel verscheurd hebben dat het volk nóg niet brak onder de ontroerende klacht van de HEERE: Mijn vol'k, gedenk toch! Maar hij zegt maar niets dan alleen dit éne: Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is. Hij gaat maar niet eens in op de dwaasheid van het veile. Hij zegt niet wat hem cp de lippen moet hebben

gebrand: de offeranden G-ods zijn een verbroken geest! God neemt slechts in dit éne geval uw offer aan, wanneer Hij achter uw beste eenjarige kalf uw verbroken hart ziet! God heeft slechts behagen in uw duizenden rammen als Hij ziet dat ge uw hand legt op de kop van zo'n diertje en de stille bede leeft in uw nart: o Heere, vergeef, o Heere, delg uit, o Pleere, reken niet toe! En de HEERE, Die Zijin Eniggeborene gaat geven voor de .overtreding van Zijn volk, heeft geen enkele behoefte aan uw eerstgeborene. Neen, Micha zwijgt over clit alles. Hij formuleert slechts ikort en helder de drievoudige eis van de levende God.

In de eerste plaats recht doen. De HEERE heeft aan onze godsdienstigheid geen enkele behoefte, zolang we het met de eerlijkheid in het leven van alle dag nog niet zo nauw nemen. Laten wij dit niet vergeten! Voor overgeesteLijkheid biedt de Schrift u geen ruimte. Het is hier zelfs de éérste eis van God: recht doen'. Voorts weldadigheid lief te hebben. Ja, want het is mogelijk recht te doen puur in het uiterlijke, zonder het hart. En ook daaraan heeft de HEERE géén behoefte. De godsdienstige mens, die 'in vers 6 en 7 zijn aanbod deed, had van alles voor de HEERE over. Van een eenvoudig brandoffer af tot zijn eerstgeboren zoen toe. Maar we lezen niet dat hij zij.n hart de HEERE schenkt. Tenslotte eist de HEERE van ons, ootmoedig te wandelen mev God. Zoals wij lezen van HenoC'n en Noach, dat zij wandelden met God. Wandelen met Gocl is die tere, verborgen omgang met God beoefenen, •het kennen van Hem in al al onze wegen, het openleggen voor Hem van ons hart en leven. Dat is zo'n kostbare bijbelse uitdrukking, die beter beleefd wordt dan besproken of toeschreven. Wandelen met iemand is dicht naast iemand 'gaan. Wandelen met de HEERE is dicht naast Hem igaan, dat is ver van de zonde, ver van de wereld, dicht bij het Vaderhuis.

Gespreksv ragen:

1) wat is ootmoed?

2) wat deugt er nu niet aan het aanbod •van het volk in vers 6 en 7?

3) wat is wandelen met God?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1971

Daniel | 16 Pagina's

Het profetische woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1971

Daniel | 16 Pagina's