Gods heilige lach
En Daniël bleef tot het eerste jaar van de koning Kores toe. (Daniël 1 : 21)
Dit slotvers van Daniël 1 klinkt als een heilige lach. „Die in de hemel woont zal lachen". Gcd houdt toch immers het laatste woord. Het was wel de bedoeling geweest, dat Daniël niet blijven zou, althans niet als profeet des Heeren, die de Naam en de heerlijkheid van Israëls God uitriep aan het hof van Babel. Alles was er op aangelegd om de naam van dat volk en van zijn God zo grondig mogelijk te deen' verdwijnen. Daarom moesten Daniël en de zijnen heidense namen dragen en met Babylonische spijzen worden gevoed, opdat zij als echte Babyloniërs, die hun volk en godsdienst vergeten hadden, „staan zouden voor het aangezicht des konings". Maar de wijzen in Babel vergaten één ding, n.1., dat allang vóór dat Nebukadnezar op Daniël beslag wilde leggen, de Heere op hem beslag gelegd had. Hij kwam in Babel als een jongen en bleef er tot hij een grijsaard geworden was. Nebukadnezar was er toen allang niet meer. Evenmin als zijn machtig rijk, het grote Babel, dat hij gebouwd had. Maar Daniël bleef.
Daniël bleef tot het eerste jaar van de koning Kores toe. Het was het jaar, waarin een bevel werd uitgevaardigd, dat de ballingen weer naar hun land mochten terugkeren. Dat mocht Daniël dus nog beleven. De vrijheid! De verlossing van het volk des Heeren! De pogingen om het door geweld cm te brengen — nu eens dcor het vuur van de brandende oven. dan weer dcor de brullende leeuwen in de kuil — waren niet gelukt. Daniël heeft dat alles meegemaakt. Al de stormen zijn over hem heengegaan, al Gods baren en al Gods golven. Maar Daniël bleef! Dit is historie; het is echt geschied. Het is evenzeer profetie: het zal geschieden. Dit is de belofte voor de Kerk van alle eeuwen.
Zoals Daniël bleef totdat door Kores het bevel der bevrijding werd afgekondigd, zo blijft de Kerk, hoe fel ook bestreden en vervolgd en zij zal het uur beleven, dat door de Allerhoogste Koning het bevel der eeuwigdurende verlossing wordt bekend gemaakt. Daniëls blijven aan het hof is hiervan een profetie, die geldt voor de Kerk des Heeren en ook voor elk lid persoonlijk. Die in de hemel woont lacht en de mond der verlosten wordt vervuld met lachen.
Lezer(es), de wereld gaat voorbij en haar begeerlijkheden, maar die de wil Gods doet, blijft in der eeuwigheid. Bent U door genade een levend lidmaat geworden? Die zal blijven!
Wat winden dat er waaien, wat regen dat er plast: het hoge huis van Sion staat onbeweeglijk vast.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1971
Daniel | 16 Pagina's