JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Over de grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over de grenzen

God gebruikt niet alleen blanke mensen

9 minuten leestijd

„Ik heb in New Delhi eens een korte voordracht gehouden voor Indiase jongeren over de religieuze crisis in het Westen. Toen ik klaar was, zeiden ze: „Zo is het bij ons ook. Het moet maar eens uit zijn met de overheersing van de religie. Wij geloxien alleen nog in de wetenschap". Ilan Fortmann in Oosterse Renaissance, Bilihoven, '70, blz. 50.

In het bovenstaande citaat wordt met een enkel woord de omtrek geschetst van de problematiek, die te maken heeft met alles wat wij proberen te vangen in de begrippen: zending, werelddiakonaat, ontwikkelingssamenwerking, nationalisme, verdeling van cle welvaart, kerk-zijn in een ontwakende wereld enz. enz.

Dit eerste artikel wil die problemen beknopt aanduiden in het algemeen, terwijl we ze daarna zullen illustreren aan de hand van enkele bladzijden uit het album met portretten uit de geschiedenis van een „jonge" zelfstandige kerk: de Toradjakerk op het eiland Sulawesi in Indonesië.

Lopen zendingsmensen altijd uit de pas?

Algemeen wordt de veranderde situatie waarin zending en werelddiakonaat zich in

de twintigste eeuw bevinden omschreven als gevolg van het verdwijnen van het kolonialisme en de sterke drang tot nationalisme ook in de jonge kerken. We willen straks proberen de omvang van de samenhangende problemen' af te tasten.

Vooraf echter een verduidelijkende opmerking. Zendingsmensen — we behoren ze te zien als de vooruitgeschoven posten van de gemeente van Christus — blijken vaak politiek wat uit de pas te lopen. Ze huppelen vaak vooruit, nog duidelijker: ze lijken vaak erg progressief.

Zo begrepen zendingsmensen veelal eerder wat er in Indonesië aan de hand was aan de vooravond van de zelfstandigwording, dan de leidende politici. De geschiedenis heeft uiteindelijk het gelijk van eerstgenoemden onverbiddelijk vastgesteld. Dat is niet eens zozeer te danken aan de omstandigheid, dat de zendingsmensen met de neus op de feiten zaten — dat kan ook oorzaak gaan vormen van blikverenging — maar geeft eerder een bewijs voor hun kennis van de zendingsgeschiedenis. Omdat het juiste begrip van het volgende verband houdt met deze opmerking, twee voorbeelden.

Alleen verplaatste kandelaren?

Vroeger leerden we op school — het is mij althans zo bijgebracht — dat omstreeks 400 na Chr. in Noord-Afrika een bloeiende kerk bestond. Grote namen als Tertullianus, Cyprianus en Augustinus zijn daar blijvend mee verbonden. De bloei was van korte duur. In 697 werd Carthago door de Arabieren veroverd, waarna binnen enkele tientallen jaren de zegetocht van de Islam voltooid werd.

„En kinderen" — zo leerde de onderwijzer — „zo zien we hoe God de kandelaren van Woord en Sacramenten verplaatst, als de mensen zich duurzaam aan de eisen van het Evangelie onttrekken." In zijn eenvoud is die verklaring aantrekkelijk, later ontstaan de denkrimpels. De zendingsgeschiedenis wijst andere oorzaken aan. De kerk was sterk geconcentreerd in de steden, de woonplaatsen van de „koloniale" Romeinen. Het Latijn werd gebruikt als voertaal en er bestond geen Punische vertaling van de bijbel, waardoor de bevolking uit het achterland niet of nagenoeg niet wezenlijk gekerstend was en dus weinig weerstand kon bieden aan de naderende stoomwals van de Islam. In de zestiende eeuw zien we de Portugezen een nieuwe poging ondernemen. De koning van Congo (een gebied dat thans behoort tot Angola!) gaf toestemming aan de Portugezen cm heidenen te dopen. De Portugezen stemden in ruil daarvoor toe in de export van slaven!

Voetius

In de 17e eeuw vinden we bij de Utrechtse hoogleraar Voetius de tamelijk hedendaagse omschrijving van zending als de bekering van heidenen', moslims en joden en voorts de planting van de kerk. Nederlandse predikanten — die cp kosten vande VOC naar Indië vertrokken - droegen deze kennis dus mee in hun geestelijke bagage. Hun pogingen mislukten echter jammerlijk. In het bestel van de Compagnie v/as geen ruimte voor een zelfstandige kerk. Kenmerkend bleef wat G. G. Coen in 1622 als reden opgaf, waarom hij alle vergaderingen van de pas gevormde kerkeraad in Djakarta verbood. Hij wilde geen samenkomsten gedogen, waarin de regering niet de hoogste zeggenschap had. Teleurgesteld keerden de beste zendingspredikanten naar Nederland terug (Justus Heurnius!). Er werd een domper op het zendingswerk gezet. De Schrift getuigt zelf, dat een licht onder een korenmaat niet al te best floreert.

Met respekt voor de historische verschillen en begrip voor de tijdgebonden antwoorden — die wij nu gemakkelijk kunnen veroordelen — leren beide voorbeelden, dat het in de zending nooit kan gaan om het domweg overpoten van westerse verworvenheden. Politiek, technisch en economisch niet, maar ook liturgisch en dogmatisch niet. Wij hebben nog steeds moeite om in de bonte schakeringen van de

kerk op aarde de veelkleurige wijsheid Gods te herkennen. Zoals Paulus de Jood een Jood liet en de Griek een Griek, moeten wij er voor bewaard worden geen „zwarte Europeanen" te maken.

Volkeren waaronder Hij Zijn naam wil doen wonen

Dit inzicht is tegenwoordig algemeen geldend in de zendingswetenschap. Een kerk is — naar een bekende trits — zelfstandig, als zij zichzelf kan onderhouden, regeren en uitbreiden. Voor de oorlog verdiepte de zending zich diep in de geloofsen denkwereld van de mensen waaraan het Woord van God verkondigd werd. Wat Indonesië betreft zijn hier namen als Kruyt, Bavinck en Schuurman met ere genoemd. Pas na of tijdens de politieke zelfstandigwording breekt de gedachte baan, dat de jonge kerk moet wortelen in de bodem van de nieuwe staat. Het Evangelie doet geen greep naar het hart alleen, maar tracht beslag te leggen op alle bredere levensverbanden. Er is daarom niet alleen blijdschap in de hemel over een papoea die zich bekeert, maar evenzeer over een fragment van de bijbel dat na jarenlange arbeid vertaald werd, over een ziekenhuisje dat afgebouwd werd, over een brug of weg die gereed kwam. De Heere wil Zijn Naam onder de volkeren doen wonen. De voortgang van Zijn Evangelie hangt vaak van minder verbazingwekkende dingen af, dan wij denken.

Theorie en praktijk

Dit alles is dan thans gemeengoed geworden. Letten we nu op de problemen die opdoemen bij de verwerkelijking van wat in theorie zo klaar is als een klontje. Het gaat dan eigenlijk om een uitwerking van het vraagstuk dat werd aangeduid in het aan het begin weergegeven citaat.

De zending verklaart de wereld tot schepping Gods. De wereld is wereld. Niet meer en niet minder. Daarmee verwijdert de mens uit de derde wereld zich meer en meer van de religieuze achtergrond die vroeger zijn leven beheerste. Draagt de zending bij tot deze verwereldlijking, „het grijze leger van practici" dat daarna komt doet alles nog eens dunnetjes over.

Het onder wijs

Het onderwijs voedt via talrijke westerse specialisten op in westerse geest. Ontwikkelingshulp — hoe absoluut noodzakelijk

ook — heeft als schaduwzijde, dat zij zorgt voor overdracht van onverschilligheid jegens de godsdienst, zoals we dat hier kennen. Begaafde jongeren uit de derde wereld krijgen een studiebeurs om bij ons in aanraking te komen met de van God losgemaakte wetenschap. Op die manier koloniseren we niet meer met wapenen, maar destemeer met geest en denkwijze. „Een schijntje welvaart" — zo zei een Aziaat vorig jaar tegen mij — „vraagt in feite dat we ja en amen zeggen op het vervloekte gif, dat de westerse cultuur in zich draagt."

De in het westen afgestudeerde intellektuelen keren terug naar hun geboorteland en dragen positief veel bij aan de totstandkoming van moderne geïndustrialiseerde steden. Tegelijkertijd ontstaan de negatieve bijverschijnselen, die een enorme uitdaging vormen voor de jonge kerken: de tegenstelling stad en platteland, die gezinnen uiteenrukt; de werkeloosheid, met als trieste gevolgen prostitutie,

misdaad en drankmisbruik; het ontstaan van grote levensgemeenschappen waarop de oude stamgodsdiensten geen greep meer kunnen krijgen. Het zijn „onze problemen", die ook andere kuituren beginnen te verontrusten: verdwijnen van tradities, het gezagsprobleem, de ontkerstening van de religie. Godsdienst wordt ook voor die jongeren een obstakel op de weg naar de vooruitgang. Naast het oude geloof dat verdwijnt ontstaat een wezenlijk ongevuld vacuüm.

Partners in gehoorzaamheid

Onlangs verscheen vrij veel literatuur over de zogenaamde Oosterse Renaissance. Het Oosten missioneert met sukses in het Westen, dat te lang de eenzijdige nadruk legde op verstandelijk denken. Daarmee komen de vragen van de hedendaagse zending op ons zelf af.

De jonge kerken staan voor een keuze. Niet alleen tussen Oost en West. De werkelijkheid is veel gekompliceerder. De jonge kerken zoeken naar een oplossing, waarbij redelijke welvaart gepaard kan gaan met een levende kerk, die het christendom betekenis gaf binnen de oude levenswerkelijkheid. Het gaat om een bedding waarin het water van het Evangelie moet vloeien, om een wegennet waarover het zich moet bewegen, om een idioom waarin het zijn uitdrukking kan vinden.

Ondanks de enorme afstanden en grote verschillen herkennen we dezelfde problemen. Niet alleen de uitwendige zending worstelt met een literatuurprobleem. De welvaartsstaat maakte begrippen als schuld en verzoening ook voor ons tot klanken uit een ver verleden. De Evangelisatie tobt over de vraag: Hoe komt de boodschap over?

Het Westen legde eeuwenlang eenzijdig de nadruk op de rede, op het verstand. Het Oosten kan succesvol missioneren in het Westen. Er is sprake van Oosterse Renaissance, hetgeen we in de meest grove vorm herkennen in de jacht naar LSD, drugs etc.

Omdat de vragen op elkaar gaan lijken, kunnen we van elkaar gaan leren. Bezinning op de vragen van de zending nü kan vruchten afwerpen voor de kerk aan het thuisfront.

De boodschap van het Koninkrijk leert dat de kerk zich nooit aan de bestaande, door de zonde ontwrichte orde mag onderwerpen. De kerk spreekt van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Zo grijpt de prediking niet uit liefhebberij, maar uit ernst in op de samenlevingsstrukturen.

Lang lag het zwaartepunt van de wereld in Europa. God heeft de bladzijden in het boek van de wereldgeschiedenis omgeslagen. Azië en Afrika komen in zicht. De Heere wil ook anderen dan blanken gebruiken. Hij heeft zich een volk verkoren uit het heidendom „als rest" (Zacharia 9 : 1—8).

Een wichelroede wijst aan, waar zich een voor het oog onzichtbare waterbron bevindt. De jonge kerken in de derde wereld, zijn als een wichelroede, die aanwijst waar het water van nieuwe culturen en van een nieuw historisch proces onder de grond van de tijd zich bevindt. De wereld wordt steeds kleiner. Daarom gaat het in de zending niet om dingen die ver buiten ons bestaan liggen, maar om beelden die aan onze ogen voorbijglijden als we bidden: Uw Koninkrijk kome.

En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis aan alle volken; en dan zal het einde komen (Matth. 24 : 14).

Literatuur

1. J. van Baal: Mensen in verandering, ontstaan en groei van een nieuwe cultuur in ontwikkelingslanden, A'dam, 1967.

Een uitnemende inleiding op de stof van dit artikel, geschreven door de voorlaatste gcuveneur van West-Irian, momenteel hoogleraar aan de R.U. te Utrecht. Gebruikt het eens voor een inleiding op de jeugdvereniging.

2. M. R. van den Berg: Syncretisme als uitdaging, A'dam, 1966.

Boeiend antwoord van een oud-zendingspredikant onder de Bantoes op de vraag, wat er gebeurt als het christendom in aanraking komt met heidense samenlevingsverbanden.

3. Nationalisme in de derde wereld, Assen, 1970.

Han Fortmann; Oosterse renaissance, Bilthoven, 1970.

Beide boeken zijn zijdelings aangeroerd in dit artikel, bruikbaar maar beslist moeilijker dan de onder 1 en 2 genoemde boeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 augustus 1971

Daniel | 16 Pagina's

Over de grenzen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 augustus 1971

Daniel | 16 Pagina's