Over de grenzen
Het geestelijke leven in Midden-Duitsland
Wie vanuit Keulen ongeveer honderd kilometer oostwaarts rijdt, komt aan in het Siegerland, genoemd naar het riviertje de Sieg, dat daar ontspringt.
Wie van de natuur houdt, moet daar eens met vakantie naar toe gaan. Het is een hooggelegen, bergachtig" gebied, tamelijk dunbevolkt, voor een groot deel bedekt met prachtige, uitgestrekte wouden. Gelukkig heeft het merendeel der toeristen dit mooie stukje Duitsland nog niet in zijn reisprogramma opgenomen.
Sarcerius en Olevianus.
De Lutherse Reformatie kreeg in de eerste jaren na 1530 haar beslag. In 1536 heeft Graaf Willem van Nassau op aanraden van Melanchton en Bugenhagen de bekende theoloog Sarcerius naar Siegen laten komen. Deze Sarcerius is voor het kerkelijke leven en voor het onderwijs op de scholen van grote betekenis geweest. Er komt echter een wending. De leer van Calvijn vindt meer en meer ingang in het Siegerland.
In 1581 wordt de Heidelbergse Catechismus als leerboek voor kerk en school ingevoerd. In 1584 werd de goed-calvinistische Hogeschool in Herborn (vlak bij Dillenburg) gesticht. De naam van Caspar Olevianus is aan deze hogeschool verbonden. Aan deze school hebben 5700 jonge mannen gestudeerd. Er was een theologische, een juristische en een natuurwetenschappelijke faculteit. Reeds in de dertigjarige oorlog (1618 - 1648) gaat de invloed ervan sterk achteruit, totdat in 1817 de hogeschool opgeheven wordt.
De verwoestende invloed van het rationalisme.
De achttiende eeuw met het rationalisme heeft ook de kerk in Midden-Duitsland geen goed gedaan. Godsdienst wordt in rationalistische geest alleen maar deugd, plichtenleer. Heel duidelijk zien wij dit aan de Kerkorde van Nassau-Siegen uit het jaar 1777. Alleen de titel al is kenmerkend: ..Edict betreffende de uitbreiding van deugd en goede zeden". De Heidelbergse Catechismus verdween langzamerhand uit het onderwijs van kerk en school. Toen de gelovige dominee Otterbein uit Burbach voor de laatste maal zijn catechisanten uit de H.C. mocht onderwijzen, sprak hij er openlijk zijn leedwezen over uit. Ook de in de oude Gereformeerde Kerk gebruikelijke Bijbellezingen op een doordeweekse dag, werden beëindigd, evenals de bidstonden, de maandelijkse bededagen en de zondagmiddagdiensten.
Er breekt brand uit.
Wat een waarschuwing gaat er toch van het voorgaande uit! Daar waar Gods Woord in het middelpunt stond, na verloop van een paar honderd jaar een droevig' verval., Toch houdt de geschiedbeschrijving hier niet op. Wij mogen wel zeggen: dank zij Gods Genade!
Toen Jung-Stilling nog een kleine jongen was kwam dominee Stolbein op huisbezoek. De eerste vraag, die dominee stelde aan de jongen, was: „Kent gij de Catechismus ook? " Jung-Stilling antwoordde: „Nog niet helemaal". „Wat, nog niet helemaal? Dat is het eerste, wat de kinderen leren moeten", gaf de predikant ten antwoord. „Neen dominee, dat is niet het eerste. Kinderen
moeten eerst leren bidden, dat God hun verstand mocht geven om de Catechismus te begrijpen". Bij de stillen in den lande bleef de tere godsvrucht bewaard, alle rationalisme ten spijt.
„Er is brand uitgebroken!" Aldus riep op een zondag in het jaar 1822 ds. Fuchs uit Freudenberg van de kansel. „Dat hij geblust worde", ging hij voort in zijn prediking. Wie was de brandstichter? De Heere Zelf. De Heilige Geest veroorzaakte een vuur in de harten van zondaren. De rationalistische ds. Fuchs moest er niets van hebben.
De opwekking in Siegerland.
Thans volgt de voorgeschiedenis van dit vuur. In 1816 werden te Elberfeld twee dominees beroepen, die in geestelijke zin predikers des Woords waren: Gottfried Daniel Krimmacher en Karl August Döring Er kwam een echte opwekking. Freudenberg in het Siegerland kwam daarvan ook onder de invloed. Het is clan het jaar 1822. Onder de prediking van ds. Fuchs konden de „Erweckten" het niet meer uithouden. Er volgde een periode van inwendige en van uitwendige groei. Er ontstond een leesgezelschap in Freudenberg. De preken van G. D. Krummacher en die van F. W. Krummacher („Elia en Eliza", „Salomo en Sulamith") werden graag gelezen, evenals de geschriften van F. A. Lampe en G. Tersteegen. Dank zij de verbinding met het Wuppertal (Elberfeld) kreeg de opwekking in het Siegerland een gereformeerde grondslag.
De geestelijke vader van de opwekking in Freudenberg wordt Tillmann Siebel (1804-1875). De nagedachtenis aan hem wordt tot op de huidige dag in ere gehouden, Tillmann Siebel was van beroep lederbereider (Gerbermeister). Hij kreeg de leiding van het leesgezelschap. Men las iets goeds en men sprak over ervaringen in het leven van een Christen. Dat het er gemoedelijk toeging op zo'n gezelschap, blijkt uit het feit, dat er een pijpje tabak gerookt werd. Overal in het Siegerland ontstonden gezelschappen. Deze groeiden later uit tot de z.g. „Gemeinschaften". De huiskamers werden te klein en men begon gebouwtjes neer te zetten, de „Vereinshäuser". In 1863 richtte Tillmann Siebel een blad cp: „Der Evangelist aus dem Siegerland", dat ec-n keer per maand verscheen en dat op het ogenblik een keer in de veertien dagen verschijnt. Dit blad is een verbindend element tussen de verschillende Gemeinschaften. De kerk stond aanvankelijk zeer gereserveerd tegenover deze geestelijke beweging. De samenkomsten vonden altijd plaats op een tijd, dat er geen kerkdienst gehouden werd. Men wilde beslist niet sectarisch worden. Daar in de kerk ieder-
een tot het Avondmaal werd toegelaten, konden de vromen geen vrijmoedigheid vinden mede aan te gaan. Zij gingen nu zelf Avondmaal vieren. Dit is tot op de huidige dag zo gebleven., Alleen gedoopt wordt er in de kerk.
Karakter van de Gemeinschaften.
Het karakter van de Gemeinschaften verschilt ook van dat van de eerste leesgezelschappen. De vrije Woord-verkondiging staat nu in het middelpunt. Er is een Broederraad; wie daar deel van uitmaakt, mag een stichtelijk woord spreken. Het „Gemeinschafts-Liederbuch" is een prachtige liederenbundel, waaruit tijdens de diensten gezongen wordt. Deze bevat de mooiste liederen uit de tijd van het Piëtisme.
De invloed van de Gemeinschaft op de kerk kan verheugend genoemd worden.
Reeds T. Siebel bad om een bekeerde dominee voor Freudenberg. En die is er ook gekomen. Ook in andere plaatsen komen langzamerhand gelovige predikanten. Rond de eeuwwisseling krijgen de belijcleniscatechisanten weer voor het eerst onderricht uit de Heidelberger.
Zo is het te verklaren, clat in een tijd van ontkerstening en leeglopen van de kerken, de bevolking van het Siegerland kerks gebleven is. De Gemeinschaften zijn de pilaren van de kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juli 1971
Daniel | 16 Pagina's