JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Herinnering aan Utrecht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herinnering aan Utrecht

6 minuten leestijd

J.l. 25 mei zijn wij in Utrecht bijeen geweest om de jaarlijkse bondsdag te houden. De belangstelling was weer geweldig. Naar schatting 1100 dames waren er die dag tegenwoordig. Het is een heel goede dag geweest. Goed en gezellig, een dag waarop wij met dankbaarheid mogen terugzien.. De a.s. Contaktdag is vastgesteld op D.Y. donderdag 30 september en zal gehouden worden te Utrecht. U kunt dan in ver - band met de verkoopdagen vast met deze dag rekening houden.

Hieronder vindt u een verslag van de Bondsdag.

Om half elf opende de Ere-voorzitler van de Bond Ds. H. Rijksen deze vergadering met het laten zingen van Ps. 68 : 10; hij las Joh. 11 : 1-27 en ging voor in gebed. Ds. sprak een hartelijk woord van welkom en aangezien hij tevens de Jeugdbond vertegenwoordigde bracht hij namens deze bond een welgemeende groet over.

Naar aanleiding van het voorgelezen schriftgedeelte Joh. 11, zeide Ds. o., a. het volgende tot ons: Lazarus is ziek, ernstig ziek en de Heere Jezus is niet in de buurt, vanwege de vijandschap der Joden. De zusters van Lazarus zenden Hem een boodschap. Kennen wij dat ook in ons leven? Het is het beste adres. Het is wel eens gelukkig als bijzondere noden ons tot Hem uitdrijven.

„Heere, die Gij liefhebt is krank". Dat is een korte boodschap met een grote inhoud. Ze zeggen niet: die U liefheeft is krank. Dat was ook waar. Zou dat van ons gezegd kunnen worden. Die de liefde niet heeft, heeft God niet. Liefdeloos is goddeloos. Kunnen wij zeggen: Heere Gij weet dat ik U liefheb? daar gaat het om.

Deze zusters beroepen zich op Jezus' liefde tot Lazarus. Dat is de ware pleitgrond in Zijn werk, liefde en genade-woord.

Als Hij die boodschap krijgt, zegt de Heere: deze ziekte is niet tot de dood Met die boodschap moet de bode terug.

En als Hij er dan is, dan is Lazarus gestorven en ligt al vier dagen in het graf.

Wat een zware beproeving. Wat een raadselachtig antwoord voor die twee zusters. De Heere heeft het verzoek niet afgewezen, maar uitgesteld. Dat doet de Heere menigmaal, niet afstellen, maar uitstellen. Zijn tijd is de beste. Zijn weg en niet de onze. Als Martha en Maria geen enkele hoop meer hebben, juist dan komt Christus. Als alles hun ontvallen is en ze geen enkele hoop meer hebben. Christus is een hoop voor hopelozen, ook vandaag. Hij komt als ze geen hoop meer hebben.

Martha is Jezus tegemoet gerend. Daar moet zij zijn. Ze valt aan Zijn voeten en zegt: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven. Zo mogen wij ook klagen tot de Heere. Maar zegt zij: ook nu weet ik, dat alles wat Gij van God begeren zult, God het U geven zal. Hoort U dat geloof? Dan opent Jezus haar een deur der hoop. Hij verstoot niemand die aan Zijn voeten komt. Een deur der hoop: Uw broeder zal weder opstaan. Deze belofte is te groot voor het kleine hart van Martha. Ze wijst het niet af, maar verschuift het naar d.e toekomst. Ik weet dat hij opstaan zal, in de opstanding ten laatste dage. Nee Martha, niet pas op de laatste dag. Ik ben de opstanding en het leven, niet dan pas, maar nu! En dat woord spreekt Christus ook vandaag, ook tot ons. Hij zegt niet: Ik ben opgestaan, nee. Ik bén de opstanding en het leven.

Hebben wij die opstanding nodig? In ons werken, vereniging en persoonlijk leven? Wij zijn midden in dit leven door de dood omvangen. Die grote doodsmaaier staat achter ons allen. Wij liggen in de dood.

Wij hebben allen die opstanding nodig. Het is zo rijk dat Christus ook op deze bondsdag Zich voor ons stelt in Zijn: Ik ben de opstanding en het leven.

Dat nu in ons leven Hij de opstanding mag worden, opdat al onze verenigingsarbeid door de kracht van dat leven werd gedragen. Laat dat onze bede zijn: Laten wij ook mogen delen in de kracht van Uw opstanding, Hij heeft beloofd: die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen. Ik ben de opstanding en het leven. Die in Mij gelooft zal niet sterven in eeuwigheid. Zij onze bede: Heere Jezus, wil Uw gouden koord van het geloof om mijn ziel slingeren, opdat U ook in mijn leven mag zijn de opstanding en het leven. De Heere schenke ons een gezegende bondsdag.

Na dit openingswoord maakte Ds. Rijksen de uitslag van de bestuursverkiezingen bekend. De beide aftredenden Mevr. Hardon en Mej. Slinger werden met grote meerderheid van stemmen herkozen. Bovendien werd Mevr. Crum-Nieuwland uit Krabbendijke met 43 stemmen gekozen om in het hoofdbestuur plaats te nemen.

Daarna stelde de voorzitter voor, om zoals dat gebruikelijk is een telegram te zenden aan H.M. Koningin Juliana. Hierna werden gezongen het le en 6e couplet van het Wilhelmus. Dat is toch altijd weer eenplechtig moment.,

Hierna kreeg dhr. P. Kuyt uit Gouda de gelegenheid zijn referaat te houden: , , Wee het land welks koning een kind is".

(Hoogstwaarschijnlijk zal dit onderwerp in zijn geheel in „Daniël" worden geplaatst zodat wij er hier verder aan voorbij gaan.) Voor de middagpauze werd gehouden deed Ds. Rijksen nog de volgende belangrijke mededeling: Onze Bond zal D.V. in 1972 25 jaar bestaan en nu hebben wij besloten ter gelegenheid daarvan een vakantieweek voor gehandicapten te organiseren. Deze organisatie zal geschieden door een commissie die is samengesteld uit leden van onze bond en vertegenwoordigers van de Jeugdbond. Dat de leden van onze Bond met dit besluit instemmen blijkt wel uit het feit dat de kollekte voor dit doel meer dan ƒ 3.000— opbracht.

Na de pauze beantwoordde de spreker de vele vragen, die naar aanleiding van zijn belangrijke onderwerp waren gesteld. Vervolgens kwam Zr. Leny Breedveld naar voren, die op vlotte wijze d.e door Mevr. Hardon aan haar gestelde vragen beantwoordde. Een hartelijk dankwoord was hier dan ook zeer gepast.

Zoals wij gewoon zijn sprak de presidente het slotwoord.. Zij wenste ons toe om met de blindgeborene eens te mogen zeggen: „dit weet ik, dat ik blind was en nu zie". Dat hebben we allemaal nodig. Ons leven vliegt heen, laten wij toch bezig zijn om onze ziel geborgen te krijgen voor de eeuwigheid. Het is een groot voorrecht dat we met alles naar de Heere mogen gaan. Doet uw mond wijd open, zegt Hij.

Na een dankwoord uitgesproken te hebben tot allen, die er aan mee gewerkt hebben deze dag tot een onvergetelijke te maken, werd op haar verzoek gezongen Psalm 147 : 6.

Ds. Rijksen sloot deze mooie en leerzame dag met dankgebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juli 1971

Daniel | 16 Pagina's

Herinnering aan Utrecht

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juli 1971

Daniel | 16 Pagina's