JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vakantiegangers die wel die niet uitrusten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vakantiegangers die wel die niet uitrusten

5 minuten leestijd

„Ik zie hun wegen en Ik zal hen genezen; en Ik zal hen geleiden en hun vertroostingen wedergeven, namelijk aan hun treurigen. Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede degenen, die verre zijn, en degenen, die nabij zijn, zegt de Heere, en Ik zal hen genezen. Doch de goddelozen zijn als een voortgedreven zee, want die kan niet rusten en haar wateren werpen slijk en modder op. De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede". (Jesaja 57 : 18-21)

In vers 17 zegt de Heere: „Ik was verbolgen over de ongerechtigheid hunner gierigheid, en sloeg hen'; Ik verborg Mij en was verbolgen; evenwel gingen zij afkerig heen in de weg huns harten". De grote zonde van het volk Israël was in die tijd het materialisme, de zucht naar het aardse, het zinnelijke, en men vergat de Heere en verzaakte Zijn waarachtige dienst.

Om deze zonde was God zeer verbolgen. En Hij sloeg het volk. Teen dat niet hielp, verborg Hij Zich. Maar ook dat middel baatte niet. Met grote onbeschaamdheid ging het volk rustig door met zijn afkerigheid. Het volhardde in zijn eigen wegen.

Wat zal God nu doen? Alle middelen hadden gefaald. Maar wat zegt de Heere nu? Wel, God zegt: Als ik zó moet doorgaan met mijn oordelen en gerichten, dan is het einde, dat er geen leven meer mogelijk is. „Want de geest zou van voor Mijn aangezicht overstelpt worden, en de zielen, die Ik gemaakt heb? ' (vers 16). En dat kan God niet doen, dat raakt Zijn hart. En dit is dan ook de reden, waarom Hij met toornen ophoudt. „Want Ik zal niet eeuwiiglijk twisten en Ik zal niet geduriglijk verbolgen zijn" (vers 16). Hoe groot van genade is God! „Ik zie hun wegen", zo zegt de Heere in vers 18 „en Ik zal hen genezen''. Die al Uw ongerechtigheid vergeet, Die al Uw krankheden geneest. „Ik zal hen geleiden", als een kind, dat verdwaald is. „En hun vertroostingen wedergeven".

„Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede". Het volk zal weer juichen en elkaar toeroepen: het is vrede, vrede. Vrede tot aan de uitersten, zowel voor hem, die ver is als voor hem, die dichtbij is. Iemand kan niet zover weggedoold zijn in zijn zonde en ellende, dat Gods ontferming hem niet vinden kan.

„Al Mijn berouw is in Mij ontstoken! Hoe zou Ik U overgeven, o Efraïm, U overleveren, o Juda? " Wie zullen in deze gadeloze ontferming van Gcd in Christus delen? De Heere zegt hier: de treurigen. Die treuren vanwege hun zonden, tegen zulk een goedertieren God in een hartelijk berouw, dat hen tot Hem uitdrijft.

Daarentegen noemt de Heere degenen, die niet treuren, hier de goddelozen. Dat zijn dus zij, die in dat van God afgekeerde, zinnelijke, in het stoffelijke opgaande leven blijven volharden. Die dus zonder Gcd door het leven gaan. Zij zijn, zegt de Heere hier, als een voortgedreven, dat is een opgezweepte, zee. die niet kan rusten en haar wateren werpen slijk en modder op. Dat niet kunnen rusten van de zee, dat is hier het beeld geworden van het rusteloze bestaan van de goddeloze. En dat rusteloze bestaan woelt de diepten van het leven zó cm, dat slijk en modder worden opgeworpen.

„De goddelozen, zegt mijn Gocl, hebben geen vrede". De golfslag van de volkerenzee is veel heviger vandaag, dan in de tijd van de vorige generaties. Wij spreken van het tempo van onze tijd. En wij weten soms niet eens recht, wat wij daarmee aanduiden. Wij werken als regel veel minder uren per clag dan vroeger. Toen was veertien a vijftien uur per dag geen uitzondering. Wij hebben veel meer tijd voor rust en ontspanning, dan men vroeger had. En toch zijn we veel gejaagder! Dat zit niet alleen in de snelheid van het moderne verkeer. Op zichzelf behoeft de snelheid ons niet zo gejaagd te maken'. Men kan in een razendsnel vliegtuig rustig zitten te lezen, veel rustiger clan vroeger in de diligence.

Maar tempo wil zeggen, dat wij innerlijk onze kalmte, onze zelfbeheersing kwijt

zijn. En wij zijn die kwijt, omdat wij innerlijk voortdurend gealarmeerd worden. Daar heeft niet alleen die snelheid schuld aan. Maar ook het lawaai, de hedendaagse werkmethode en vele andere faktoren, die het dagelijkse leven beheersen. En dit rusteloos voortgedreven worden legt op de mensheid een grenzeloze moeheid. De mens is slachtoffer gewerden van het levensgewoel van deze technische tijd.

Een zendeling vertelde, hoe hij eens met een groepje inlanders een tocht maakte. Op een gegeven morgen weigerden zij verder te trekken, want, zo zeiden zij: , , hun geest had hun lichaam nog niet ingehaald". De geest kan de ontwikkeling van het stoffelijk leven in deze tijd niet bijhouden. Dat geeft grote vermoeidheid, de innerlijke onrust. En daar zit achter, dat de zucht naar het stoffelijke overheerst. Daarom is een tijd van rust, een vakantie, vaak echt niet overbodig, maar kan zelfs zeer nodig zijn. Alleen geeft dat op zichzelf de ware rust niet.

„Want de goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede". Buien Gcd is er ook met alle vakantie geen rust, geen vrede. Jesaja wijst ons hier, waar de ware rust gevonden wordt. God zegt ook vandaag: „hun wegen heb Ik gezien". En Hij vraagt: „Waarom weegt gij geld uit voor wat niet verzadigen kan? " En dan horen we van het besluit der liefcle: Ik zal ze genezen! Ik zal ze leiden! Ik zal ze troosten! Ik zal ze doen juichen en' zingen van vrede!

Vakantiegangers, die wel en die niet uitrusten. Het geheim van de ware rust is de liefde Gods, Die in Christus geneest. En de keerzijde van dit geheim is het kennen van een hart, dat moe is van al dat voortgedreven worden door de zenden en deze moeheid uitschreit aan de voeten van de Heere.

Wie deze droefheid over de zonde niet kent, begrijpt ook niets van de vrede en de troost en de rust, waar de Heere in de tekst van spreekt. Ik hcop, dat velen van ons dit geheim megen leren" kennen, ook tijdens de vakantie. Smeek, dat de Heere het ons lere door Zijn Woord en Geest. Hij heeft gezegd: „Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren". „Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijn, Ik zal U rust geven".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1971

Daniel | 16 Pagina's

Vakantiegangers die wel die niet uitrusten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1971

Daniel | 16 Pagina's