Jezus, Zacheüs en U
......en hij zocht Jezus te zien". (Lucas 19 : 1—10)
Wie was deze Zacheüs? Hij was een overste der tollenaren en hij was zeer rijk. Veel heeft Zacheüs over Jezus gehoord; ook van Levi, die ontslag had genomen. Er was een vacature ontstaan in de tollenaarswereld. Zacheüs had gehoord dat „die" Jezus zo geheel anders was: Hij sprak hen vriendelijk aan, Hij spuwde niet verachtelijk op de grond als er een tollenaar voorbij ging. Dat deden de Joden wel. Jezus haatte hen helemaal niet. Integendeel, Hij was vol belangstelling en begrip. Deze wonderlijke Rabbi zag om naar tollenaars. Zacheüs wil er meer van weten en daarom gaat hij er op uit, naar de weg waarlangs Jezus zal komen. Hij ziet dat er een enorme belangstelling voor Jezus is. Een grote schare wacht op zijn komst. Ze omringen Jezus en niemand maakt plaats voor Zacheüs, voor de overste der tollenaren. Tenslotte blijft er maar één weg over om Jezus te kunnen zien: hij klimt als een kwajongen in een boom.
Ziet u hem daar zitten? En nu maar wachten op de dingen die komen zullen. Zacheüs tuurt de weg af. Hij wil en moet Jezus zien. Hij wil weten wie Hij is. Dan komt er plotseling beweging in de grote massa mensen. Daar komt Hij! Zacheüs loert tussen de bladeren en jawel hoor nu ziet hij Hem ook. Vol belangstelling ziet hij Jezus naderen. Ja, het is waar, wat kijkt die Jezus anders clan de trotse Farizeeën. Jezus komt steeds dichter bij de boom waar Zacheüs in geklommen is.
Waar Zacheüs nooit aan gedacht heeft, gebeurt: ezus staat stil onder de boom waarin hij zit. Jezus bilkt omhoog, de ogen van Christus kruisen de ogen van Zacheüs. Volk van God, onbekeerde medereiziger, daar zag Jezus hem voor de tweede keer! Jezus had hem ook gezien in de nooit begonnen eeuwigheid, als een gift des Vaders. Heilige Vader, ze waren de Uwe en Gij hebt ze Mij gegeven. Ontroerend was dat opzien van Jezus, die zalige blik in de ogen van een tollenaar. Jezus als de Knecht cles Vaders had het de schare geleerd: l wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen (Joh. 6 : 37). Niemand, kan tot Mij komen tenzij dat de Vader Die Mij gezonden heeft, hem trekke. En Ik zal hem (Zacheüs) opwekken uit de doedstaat ten uiterste dage. Wat een gezegende belofte (Joh. 6 : 44)!
Nee, daar had Zacheüs beslist niet op gerekend, dat Jezus stil zou staan onder de boom waarin hij verborgen zat. O, wat zal Zacheüs geschrokken zijn en tegelijk ontroerd. Wat kan hij nu goed die vriendelijke Jezus zien. Ja het is waar wat ze allemaal van hem verteld hadden. Zielkundig is niet te zeggen wat er in zijn hart omgegaan is. , , Zacheüs"! Hoor, wat is dat nu? Jezus ziet hem aan en Hij roept hem. Ja Christus zal hem voeren uit der bozen netten (Psalm 25). Wat was het een wonder dat Hij wilde stilstaan onder die boom. Maar nu roept Jezus hem zelfs bij zijn naam, duidelijk hoorbaar: Zacheüs haast u en kom af! Wat een eeuwig wonder. Geroepen door die vriendelijke Jezus. Wat zal hij geluisterd hebben, alle ontroering, blijdschap en emoties ten spijt. Tot zijn zaligheid. De schare ziet en hoort en staat zeer verwonderd dat Jezus belangstelling heeft voor die tollenaar, die verschrikkelijke. Lezer(es), aan welke kant staat u? Aan de kant van de schare? Dat kan. Aan de kant van Jezus? Dat is genade. Aan de zijde van Zacheüs die uitging om Jezus te zien'? We leggen deze vragen aan uw consciëntie. Overweeg en bedenk ze! Zal het wel zijn op weg naar de eeuwigheid dan is ook u van node geroepen te zijn uit uw dcoclstaat. Wat heeft de Heere dan al dikwijls geroepen. Beseft u dat wel? Geroepen door Zijn Woord, door Zijn claden, door Zijn goedertierenheden, door Zijn roepen in wegen van tegenspoed!
Zacheüs wordt geroepen en verneemt het uit de mond van Jezus: Want — dat is een redegevend woord — Ik moet heden in uw huis blijven! Dat wil zeggen: Ik ga nooit meer bij u vandaan. Waar Jezus zaligmakend — vergeet u dat nooit — komt, daar gaat Hij nooit meer vandaan. Dat is naar het welbehagen des Vaders. Hij moest immers ook door Samaria gaan. Hij moest als de Knecht des Vaders ook langs de weg waar
meditatie
Jericho aan ligt en eeuwig wonder daar wordt Zacheüs geroepen. En de schare luistert en kijkt. Ze begrijpen er niets van, dat Jezus zich met zo één wenst in te laten. Zich bemoeit met zo'n verschrikkelijk mannetje. Ja, daar staat het rechtzinnig verstand ten ene male stil. maar daar gaat het geloof nu door en de liefde van Jezus houdt niet op, maar gaat naar het doel: de zaligheid van Zacheüs. Weet u het nog, u die door genade weet wat genade inhoudt? Geen leed zal het ooit uit mijn geheugen wissen. Dat kan niet! Die plaats vergeten ze nooit meer, al worden ze honderd jaar. Jezus leert, spreekt en roept als Machthebbende. De doden zullen horen Zacheüs lag ook dood in de zonden en misdaden, maar is nu door de almachtige kracht Gods levend gemaakt. Dat is de wedergeboorte, de bekering des harten: leer mij naar Uw wil te handelen, 'k zal clan in uw waarheid wandelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1971
Daniel | 16 Pagina's