Brief uit Merksem
Twee collectes
Merksem, mei 1971.
Beste Merksemvrienden,
Het is nu ruim twee jaren geleden dat wij een evangelisatiepost vestigden op het St. Jansplein te Antwerpen. Sindsdien hebben wij elke week des zondags om 5 uur aldaar een kerkdienst gehouden, met ook iedere week weer een wisselend aantal toehoorders. Soms waren het er maar weinig en u begrijpt hoe onmisbaar voor de samenzang dan een orgeltje is, temeer daar er telkens belangstellenden zijn, die de psalmen noch in woorden, noch in berijming kennen.
Een klein orgeltje hadden wij indertijd voor een zacht prijsje kunnen kopen. Het bleek echter geen succes te zijn. Dit wekte het medelijden op van medelevende jonge vrienden uit Rotterdam-Z. Deze vrienden spraken er over op hun jeugdvereniging en aangezien dit een echte hand-aan-de-ploeg - vereniging is, was het zaakje gauw beslist en werd het besluit genomen: wij gaan een collecte houden voor een nieuw orgeltje in Antwerpen. Met goedkeuring van de kerkeraad en een woord van aanbeveling van de Pastor Loei, Ds. Schipaanboord, zijn ze van start gegaan en het resultaat was geweldig. Zaterdag 15 mei j.1. kwam bestuur en vereniging ons het orgeltje aanbieden en wat voor één een prachtig electronisch, merk „Solina"., Wij zijn er geweldig blij mee. Onze jonge organiste natuurlijk niet het minst. Hartelijk dank initiatiefnemers, bestuur, vereniging! Hartelijk dank Dominee, Kerkeraad! Hartelijk dank gemeente van Rotterdam-Z.!
En laat er nu nooit iemand meer kwaad spreken van onze Rotterdamse jeugd, want dan lopen ze de kans door een Belgische herder te worden gebeten.
Deze jonge mensen hebben met heel wat betere bedoelingen gecollecteerd, dan ik dat in mijn leven eens gedaan heb. Dit wil ik hier wel eens eerlijk opbiechten. Vijftig jaren geleden werd er in onze kerk altijd nog gecollecteerd met die lange hengelstokken aan welks einde een zak bevestigd was. Het was altijd een kunststuk en vereiste geen kleine behendigheid om de collecte tot een goed einde te brengen. Als er dan ook een nieuwe collectant dienst deed, dan had dit van ons jongens de volle aandacht, temeer daar er wel eens een doffe dreun klonk, doordat het achtereinde van de lange hengelstok op het kale hoofd belandde van een of ander eerwaardige kerkganger. Ook gebeurde het nogal eens een keertje, dat de hoed van een der juffers getorpedeerd werd. Dat was altijd maar ten dele, want die grote hoeden zaten toentertijd met twee of drie hoedespelden van dertig centimeter lang aan het haar vastgeprikt.
Het gebeurde d.an, dat zo'n grote hoed een opstopper kreeg, kapseisde en heel scheef op het hoofd van de deftige mevrouw kwam te staan, wat natuurlijk ons een heel moeilijk in te houden pret bezorgde. Wij woonden bij de kerk en wij wilden dat collecteren toch ook wel eens leren.
Welnu, we gingen met enkele vriendjes de kerk in, namen ieder een hengel en begonnen te collecteren langs de lege banken. Er kwam echter niets in de zakken. Om de werkelijkheid zoveel mogelijk nabij te komen en gewicht in de zak te hebben persten we in iedere zak een kerkbij beitje. Het spelletje ging geruime tijd door, tot tenslotte de hengelstokken weer op hun plaats werden gehangen en wij, moegespeeld, huiswaarts keerden.
Het is zondagmorgen, de dienst is begonnen en het eerste deel verloopt heel normaal, totdat er in de midclenzang gecollecteerd zal worden.
De diakenen stappen deftig hun bank uit. pakken de hengelstok beet, halen de zak naar zich toe om hun milde gave er in te deponeren. Doch opeens, wat is dat?
Daar stuiten ze op een bijbeltje. Sommige waren er zo vast in geperst dat er twee diakenen nodig waren om een zak te ledigen.
Het zingen ging door, al werd veler aandacht afgeleid. Het eerste versje was bijna teneinde toen er op de diakenbank zes bijbeltjes lagen opgestapeld en tenslotte de broeders diakenen hun werk der barmhartigheid konden voortzetten.
Vader Kieviet stond boven op de preekstoel dit alles met gefronste wenkbrauwen gade te slaan. Hij begreep alras waar de
schuldigen te zoeken waren en zijn gelaatsuitdrukking voorspelde niet veel goeds voor na kerktijd.
Prompt ontlastte zich het onweer bij thuiskomst en volgde er een trommelvuur op dat deel van het lichaam, dat er het beste tegen kan.
Het einde van die hele collecteaffaire was ook wel muziek, maar niet zo harmonieus als wat er uit het nieuwe orgeltje komt.
Waarmee ik maar zeggen wil! Ja, oordeelt u zelf maar!
Jeugd van toen, jeugd van nu. Collecteren toen, collecteren nu. Wij zijn allen van dezelfde lap. Een wonder was nodig toen, een wonder is nodig nu.
Hartelijk gegroet van een oude deugniet uit Merksem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1971
Daniel | 16 Pagina's