Hoe is onze houding in de maatschappij ?
(slot)
Is de geringe aandacht voor de kinderen niet de oorzaak, dat jongeren provocerend gaan handelen?
Zou de verwaarlozing van het gezinsleven ook niet samenhangen met het grijpen naar drugs, om maar te vluchten uit de werkelijkheid en de angst voor het alleen' zijn. Kinderen, waarvan de ouders nergens meer aan doen, krijgen ook geen enkele houvast mee wanneer ze grote worden.
Het kan je soms zo aangrijpen, wanneer je veel jongelui bij elkaar ziet. Eigenlijk voelen ze zich zo alleen.
Dan komt de vraag onwillekeurig bij je op: zullen onze kinderen over tien jaar ook zo zijn? De Heere kan ze alleen vasthouden. Mocht de Heere ons wijsheid geven' om ze te leiden zoals Hij het wil. Wanneer we onze kinderen bij ons hebben als ze nog klein zijn, komen meestal de vragen: b.v.: Als ik nu sterf, waar ga ik dan naar toe? Wat is het steeds weer nodig om te zeggen dat ze een nieuw hartje moeten hebben. Maar ook moeilijk om het uit te leggen!
Zo vroeg een van de kinderen: „Ik ben een schaapje van cle Heere hè? " „Waarom denk je dat? " „Nou, dat zegt juf." „Heb je dan een nieuw hartje? " „Dat weet ik niet." „Als je een nieuw hartje krijgt weet je dat wel. Je moet er altijd om vragen." „O, dat doe ik hoor.'' Verder gaat hij er niet meer op in. Wat is er voor kinderen' veel gebed nodig. Altijd en vooral wanneer ze niet op scholen zijn, waar geleerd wordt, dat ze bekeerd moeten worden en dat er ook in hun hart geen goed woont. Wat is het gelukkig dat de Heere bekeert, dat hij ook kinderen kan bekeren waar het niet mogelijk is een eigen school te bezoeken. Laten degenen die het hebben, het toch
waarderen! Kinderen nemen wanneer ze jong zijn goed op en vergeten er vaak weinig van.
Er staat zo: Wacht u zelf dat uw hart niet te eniger tijd bezwaard wordt met brasserijen en dronkenschap en de zorgvuldigheden des levens.
We moeten altijd waken en vragen of de Heere ons vast houdt om te waken, want de zorgvuldigheden des levens leggen zo vaak listig beslag op ons. Dan denken we: morgen zal ik er over denken, of morgen zal ik er met de kinderen over praten. Ik heb nu geen tijd, ik moet nog even dit, of ik moet nog even daarheen. Maar met deze dingen zegt de Heere: Nü is het de dag der zaligheid.
De rijke man zei: Morgen zal ik nog grotere schuren bouwen, maar het was anders. We lezen daar: Gij dwaas, deze nacht zal uw ziel van u geëist worden.
Wat hebben we de Heere in alles nodig voor ons zelf en voor ons gezin om wijsheid te krijgen, om de kinderen toch begrip bij te brengen aangaande het koninkrijk Gods. Dat ze het vooral niet zien als een juk te zwaar om te dragen, maar als een liefdedienst. Wat vind ik dat moeilijk om kinderen en jonge mensen vooral niet het gevoel te geven van „gebod op gebod" en „regel op regel".
Want als ze vragen: waarom mag dat nu niet en „zijn dat slechte mensen? '' dan moeten we zeggen: Wij zijn even slecht, maar nu heeft de Heere zijn woord gegeven en daar kunnen we dat nu in lezen. Want wanneer je kwaad doet, doe je er de Heere verdriet mee en Hij zorgt elke dag voor je, je hebt elke dag eten, andere kinderen niet, je hebt een bed en een huis, een vader en' een moeder, er zijn kinderen die dit helemaal niet hebben. Boven alles zegt de Heere: „Bekeer je".
Als je dan voelt dat je niet kunt en niet wilt dan mag je vragen of de Heere je wil bekeren en Hij kan het. Zou je nu toch, terwijl je zeker weet dat het niet mag, de Heere verdriet doen? Kinderen zeggen ook wel eens: Hier mag niets. Dat is niet zo, maar het kost natuurlijk wel eens wat moeite om wat anders te vinden wat ze graag doen en geoorloofd is, vooral, wanneer ze grGter worden. Maar laten' we die moeite ook nemen en die interesse ook aankweken. Ze krijgen anders het gevoel dat ze overal naast staan en dat wil niemand. Laten we vooral ook proberen zo goed mogelijk geinformeerd te zijn om hun
vragen te kunnen beantwoorden op grond van Gods Woord. Om maar eens een voorbeeld te noemen. Gelooft u dat het systeem van verschroeide aarde geoorloofd is met oorlogvoering? Het wordt door de Amerikanen toegepast in Vietnam.
Er is een debat over geweest in de senaat. Er waren 22 stemmen tegen en 66 stemmen voor. Het vreselijke is, dat plant en dier niet meer kunnen leven. Of de grond ooit nog eens gebruikt kan worden is een groot vraagteken. In Deut. 20 vers 19 en 20 verbiedt de Heere vruchtbomen af te houwen, want het is des mensen spijze. Zo beschermt de Heere de mens tegen zichzelf. Want het is voor ons belang en ons gerief dat de Heere dit verbiedt. Daarom moet men zorgzaam zijn voor het leven, maar ook voor het levensonderhoud. Want hoewel het leven méér is dan het voedsel, zal het niets zijn zonder voedsel. Hoe zien wij Gods wijsheid hier in. Bovendien zien we dat Gods Woord altijd levend en krachtig is in welke eeuw we ook leven. Er wordt helemaal geen rekening meer gehouden met Gods Woord. Daardoor zijn we tegen onszelf, wanneer we Gods Woord verlaten. Letten we op al deze dingen, dan worden we bezorgd, zodat we ons afvragen: Wat zal er allemaal nog gebeuren'? Dat we met onze kinderen mogen schuilen bij Hem, want er staat zo: Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.
Wat moeten we zijn in de maatschappij? Een zoutend zout en een lichtend licht. Wat zijn we dat vaak niet. Mocht ons gebed maar veel zijn: O, God wees mij zondaar genadig. Dat we genade mogen krijgen en dienstbaar gesteld worden voor onze naaste. Want Zijn juk is zacht en Zijn last is licht.
De Heere verlichte ons verstand om zo voorzichtig als de slangen te wandelen en oprecht te zijn gelijk de duiven. Afval en verval zijn groot, vooral als men kijkt naar andere kerkgemeenschappen. Dan moeten we waken en bidden! Dat de Heere ons maar veel doet afzien van ons eigen willen en kunnen en vragen: , , Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal." Het is niet belangrijk of we vrouwen zijn en het gaat niet om grote dingen. De Heere wil ook het kleine zegenen. Laten we ons niet schamen overal eerlijk voor uit te komen. Hij schaamt zich niet hunlieder God genaamd te worden. Dat door ons, onze naaste voor Christus gewonnen worde. Want uit de veelheid van zijn onderdanen bestaat des Konings heerlijkheid. Wanneer we daar nog eens voor gebruikt mochten worden, wat zou dat een wonder zijn. Hij zou ons toch ook voorbij kunnen gaan.
Dat Hij ons mocht stellen tot zijn lof op aarde om steeds achter Hem aan te mogen komen, vaak vallend en struikelend, maar Hij richt Zelf die mensen weer op. Bovendien mogen we altijd alles weer vragen, want v/ij zijn niet anders dan bedelaars. Er is in onszelf toch niets waarop wij pleiten kunnen'. Het ligt gelukkig allemaal bij de Heere. Laten we steeds maar opnieuw vragen:
Leer mij naar Uw wil te handelen, 'k Zal dan in Uw waarheid wandelen. Neig mijn hart en voeg het saam Tot de vrees van Uwe Naam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1971
Daniel | 16 Pagina's