JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bezinning bij eenjubileum

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bezinning bij eenjubileum

0ris Jeugdwerk, welke koers ?

11 minuten leestijd

0ris Jeugdwerk, welke koers ?

Bezinning is op z'n tijd noodzakelijk. Ook in het jeugdwerk. Nu onze Bond van Jeugdverenigingen onlangs haar 40-jarig jubileum mocht vieren, is het goed even na te denken over haar werk.

Het is bepaald overbodig te zeggen dat we in een tijd van grote veranderingen leven. Ook ons jeugdwerk is niet meer wat het 40 jaar geleden was. Dat is een heel begrijpelijke zaak. We moeten echter altijd bedacht zijn op het gevaar van stroomversnelling. Ieder zal begrijpen dat met name in „jeugdwerkland" de rivieren nog wel eens fel willen bruisen. Ook daarom is een ogenblik van bezinning op ons werk wel noodzakelijk.

In onze gemeenten is jeugdwerk lange tijd een wat vreemde eend in de bijt geweest. Er waren heel wat weerstanden te overwinnen. Soms heel terecht! Het deed me echter goed van de gezaghebbende Ds. G. H. Kersten te mogen lezen, dat hij zich beslist niet tegen een saam vergaderen van jonge mensen rondom Gods Woord, wilde verzetten. Zo iets geeft de jongere generatie toch een moreel steuntje achteraf. Die morele steun kregen we ook op de laatste Bondsdag waar de beide sprekers zo warm pleitten voor Schrift-gebonden jeugdwerk.

De vraag waar we nu, na 40 jaar jeugdwerk in d.e Ger. Gemeenten, voor staan is: welke koers gaan we op? Het lijkt me bij de bezinning op deze vraag juist, om een aantal richtingen kort aan te duiden.

I. De richting van vroeger:

De doelstelling van onze voormalige jongelingsverenigingen was, jongelingen in de gelegenheid te stellen: a; meerdere kennis te verkrijgen van de Heilige Schrift en mitsdien van de fundamentele waarheden van Gods Woord; b. Gods leidingen op te sporen, die Hij hield met de Kerk, het vaderland en andere volken der aarde; c. zich te oefenen in het schriftelijk weergeven van het te behandelen onderwerp. De nadruk lag dus op het bijbels/dogmatische vlak óf op de kerk-en vaderlandse geschiedenis. Dikwijls kwamen zelfs beide facetten aan bod: het bijbelse onderwerp vóór de pauze, de geschiedenis erna. Met alle respekt voor deze vroegere aanpak meen ik toch te mogen zeggen, dat één en ander wel een brok intellectualisme met zich mecbracht. Het verwerven van kennis stond duidelijk voorop. Hierdoor werd de verenigingsavond ook gekenmerkt door een bepaalde mate van vrijblijvendheid. De huiver voor het persoonlijke in de gesprekken was vroeger zeker groter dan nu.

Soms kon een zekere starheid het gevolg zijn, mede door een gebrekkiger gesprekstechniek.

2. Het zoeken naar adequatere doelstellingen:

In een plaatselijk verenigingsblaadje las ik onlangs cleze doelstelling: „Het doel van onze vereniging is om jonge mensen, di^ klaar staan de maatschappij in te gaan, of er al in werkzaam zijn, een Bijbels gefundeerde mening te geven over levensvragen van deze tijd, over de dingen in dit leven". Let wel, het bovenstaande stond in een verenigingsblaadje en niet in de statuten! Het werd déze keer eens zo gezegd, omdat dit nodig bleek. Een vergelijking maken tussen de oude doelstelling en déze nieuwe is dan ook niet terzake. Men proeft echter toch wel enig klimaatsverschil.

Het conceptreglement, dat elke nieuw op te richten vereniging bij het Bondsbestuur kan aanvragen, heeft naast de punten: bijbelkennis, kennis van de belijdenisgeschriften, kennis van de kerk-en vaderlandse geschiedenis, de volgende die ik duidelijkheidshalve geheel citeer: bestudering van de grondslagen waarop kerk en maatschappij overeenkomstig Gods Woord behoren gebouwd te zijn; en: bespreken en bestuderen van principiële levensvragen. Men zie: de oude doelstelling is hier op een verantwoorde wijze dichter gebracht bij de tijd waarin wij leven^

Er worden in het concept een aantal middelen opgesomd om dit doel te bereiken, zoals: behandeling van gedeelten uit de Bijbel, behandelen van de belijdenisgeschriften, enz. Onderaan het rijtje valt me het volgende even op: overige door het bestuur vast te stellen mogelijkheden. Ik wil dit zinnetje volledig laten staan. Alleen moeten we wel beseffen dat het onderaan staat!

3. De koers naar de randaktiviteiten :

Als we de genoemde zin bovenaan plaatsen kunnen we op onze vereniging bezig zijn met alleen maar randaktiviteiten. Een kontaktavond ter verkrijging van nieuwe leden, of een gastmaaltijd met hetzelfde doek of een ontspanningsavond of - middag, een reisje, een excursie, enz. is niet af te keuren, als we deze aktiviteit maar op de juiste plaats laten staan, n.1. aan de rand van ons verenigingsleven. We dienen, dacht ik, op te passen dat het gezelligheidselement (dat aanwezig moet zijn) niet de boventoon gaat voeren. We moeten er op bedacht zijn, dat we het Woord zo gemakkelijk terzijde schuiven; de vlucht naar de rand kan zo gemakkelijk ontstaan door de innerlijke weerstand tégen dat Woord!

Daarom moeten we hier vooral oppassen voor een blind aktivisme.

De dienstverlening door onze verenigingen wordt momenteel ook groter. Verenigingen worden meer ingeschakeld bij het bezoeken van zieken of bejaarden, bij het ondersteunen van een of andere kerkelijke aktie. Ik dacht niet dat we ook hier van randaktiviteiten moeten spreken. De genoemde voorbeelden behoren tot het kerkelijke werk en een kerkelijk-gebonden jeugdvereniging doet er goed aan hier te doen wat ze kan en mag doen. Er is hier ook de vorming van het met elkaar én in de gemeente met anderen omgaan., Dit mag beslist niet vergeten worden.

4. De bewust progressieve koers:

Niet om stenen te werpen naar een ander, maar deze koers signaleer ik vooral in kerkelijk jeugdwerk buiten onze gemeenten. Het gereformeerde jeugdwerk heeft zoals Thijs Booy zegt een „stille omwenteling" ondergaan, waardoor het doel, dat vroeger ongeveer overeenkwam met het huidige van ons, nu luidt: „Vorming tot mondig christen en vorming tot bewust en (vanuit het bijbelse denken) kritisch engagement met de verschillende samenlevingsverbanden" (ds. Lammens).

Het accent blijkt hier sterk te liggen op de horizontale levensverbanden. In officiële organen wordt het doel in discussie gesteld. Openlijk zegt men: „Een gereformeerde jeugdvereniging die gezelligheid wil, heeft een volkomen legaal doel. Er zal niemand zijn die zegt dat dat niet mag". Het lijkt me toe dat we zó met het jeugdwerk de kerkelijke mist ingaan!

5. De Schrift - gebonden koers:

Ons jeugdwerk dient vormend te zijn. Aan deze vorming zitten verschillende kanten. Men zie de doelstelling. Dat we daarvoor in deze tijd andere methodieken gebruiken is begrijpelijk.

Maar het voornaamste op onze verenigingen zal moeten blijven: het gesprek rondom de geopende bijbel. Gods Woord werkt ten diepste vormend!

En ae jeugdvereniging maakt deel uit van het kerkelijk werk. De kerkeraad moet achter het werk kunnen staan. Het kerkelijk-gebonden karakter van ons jeugdwerk én de centrale plaats van Gods Woord hangen nauw samen.

Vanuit de geopende Bijbel kunnen allerlei onderwerpen belicht worden. Gods Woord is overvloedig rijk! Maar de inhoud van de Bijbel zélf zal voorop staan. Daarom mogen de bijbelse onderwerpen niet van de lijst! We moeten in de eerste plaats nauwkeurige lezers van de Schrift worden. En aandachtige hoorders van het Woord. Daarom Schriftstudie, bijbelse verbanden leren zien, schriftuurlijke lijnen leren trekken! Lijnen naar de belijdenisgeschriften, die Gods Woord willen naspreken.

Lijnen ook naar de maatschappij van 1971. Dan krijgen we zicht op de actualiteit vanuit het eeuwige Woord Gods!

De koers die we in ons jeugdwerk te gaan hebben is die van het luisteren naar de Schrift: de Schriftgebonden koers. We zullen voorzichtig moeten laveren om niet op klippen rechts of links te stoten. Als het nodig blijkt, zullen we koerscorrecties moeten toepassen.

In eigen kracht kunnen we het niet. Het gebed is ook vóór en in het jeugdwerk onmisbaar. Geve de Heere ons dan de bede om wijsheid, om de vreze des Heeren, opdat we de juiste koers blijven gaan.

Cj Bregman

Bekende namen uit de geschiedenis van ons jeugdwerk zijn ongetwijfeld die van dhr. H. Hoogendoorn en dhr. E. Blom. Beiden waren bij cle oprichting van het Landelijk Verband aanwezig, en hebben een lange reeks van jaren respectievelijk als secretaris en penningmeester het jeugdwerk gediend.

Na een langzame groei van het werk van het Landelijk Verband brak in 1940 de tweede wereldoorlog uit. Het waren vijf donkere jaren voor ons jeugdwerk. Landelijk lag het jeugdwerk helemaal stil. Hetzelfde was veelal ook op plaatselijk niveau het geval.

Na de oorlog werden door het bestuur van het L.V. grote activiteiten ontplooid cm het jeugdwerk weer tot bloei te brengen. In het begin van 1946 werd de brochure „Jeugd in Ncod'' uitgegeven. Daarin wordt gewezen op de ontredderde situatie van de toenmalige jeugd. Op weg naar de volwassenheid hadden ze geleefd in een tijd waarin men, om in het noodzakelijkste levensonderhoud te kunnen voorzien, zich van allerlei ongeoorloofde middelen bediende. liet bestuur van het L.V. vraagt in

De omslag van de bekende brochure uit '46' deze brochure om belangstelling, liefde en vooral gebed voor de jongeren. Op de kerkeraden en onderwijzers werd een dringend beroep gedaan om de jeugd met raad en daad terzijde te staan.

Kort daarop verscheen cle eerste Daniël. Voor de oorlog was er al uitvoerig over een eigen jeugdblad gesproken. Toen durfde met het echter, gezien het geringe aantal aangesloten J.V.'s, niet aan. Het eerste nummer verscheen op 21 juni 1946. Het blad stelde zich — aldus Ds. A. Verhagen in zijn „Ter Kennismaking" in het eerste nummer — onder andere ten doel om het onderling contact met de verschillende verenigingen, behorend tot het L.V. van Jongelingsverenigingen, te onderhouden. Grote aandacht werd in de eerste jaren van het bestaan van Daniël besteed aan de militairen uit onze gemeenten. Ze kregen het blad gratis toegestuurd. Regelmatig werden er brieven van soldaten uit Indië opgenomen'. Daarnaast behandelde sergeantmajoor De Zeeuw, onder de schuilnaam „Krijgsman", allerlei principiële zaken rond cle militaire dienst. Ook de vele akties zijn zeker de moeite van het vermelden waard. Regelmatig' werden er boeken — men streefde naar duizend boekjes per drie weken — naar Indië verstuurd. Met nieuwjaar ontvingen alle militairen daar zelfs een nieuwjaarspakket. In eigen land probeerde men in alle kazerneplaatsen contactadressen in het leven te roepen. Uit dit werk is in 1947 het deputaatschap „tot behartiging van de belangen der militairen" ontstaan.

Naast deze landelijke activiteiten werd ook op plaatselijk niveau harcl gewerkt om het verenigingsleven weer op gang te brengen. En niet zonder resultaat! Het aantal J.V.'s groeide na de oorlog sterk. In 1949 waren er niet minder clan 56 jongelingsverenigingen bij het landelijk verband aangesloten. Deze verenigingen waren onderverdeeld in een aantal ringen, die te vergelijken zijn met de tegenwoordige distrikten. Drie of vier keer per jaar werden door deze ringen vergaderingen belegd, waarop dan meestal twee onderwerpen werden behandeld cloor leden van de J.V.'s uit die

Jammer genoeg kwam het jeugdwerk in cle vijftiger jaren in een moeilijke periode. Een aantal verenigingen werd opgeheven, anderen gingen op non-actief. Op sobere wijze werd in 1956 het 25-jarig jubileum van het landelijk verband herdacht.

Veel grote activiteiten zijn er uit deze periode niet te vermelden. Regelmatig werden er jaarvergaderingen gehouden, terwijl iedereen in Daniël zijn eigen hoekje had.

Het aantal aangesloten verenigingen loopt langzaam terug totdat het er in 1961 nog maar 35 zijn.

In 1964 vindt er echter een grote reorganisatie plaats. De ringen werden omgezet in de huidige distrikten. Verder werd de commissie Salvo in het leven geroepen, die naast het uitgeven van schetsenbundels, de

verenigingen van allerlei adviezen voorzag. Ook werd de naam veranderd. Het Landelijk Verband heette voortaan „Bond van Jeugdverenigingen der Gereformeerde Gemeenten". Een naam, die bij cleze reorganisatie speciale vermelding verdient, is die van Dhr. J. Driessen. Mede clcor zijn werk heeft de Boncl in 1968 rechtspersoonlijkheid verkregen. In datzelfde jaar werd voor het eerst een rijkssubsidie verkregen en kon worden overgegaan tot het aanstellen van een eigen jeugdwerkleider, in de persoon van Dhr. M. Golverdingen. Sinds zijn komst kenmerkt het jeugdwerk zich door een ver-

dere uitbouw. Met name aan de kadervorming wercl en wordt grote aandacht besteed. Daarnaast zijn er in de kleine drie jaar dat we een eigen jeugdwerkleidcr in dienst hebben, mede door zijn bemiddeling, niet minder dan 16 nieuwe verenigingen ontstaan. Het aantal aangesloten verenigingen is daarmee gekomen op 76. In cle zestiger jaren wercl ook begonnen met het zomerkampwerk. Nadat eerst een zelfstandige commissie kampen had georganiseerd werd deze commissie geintegreerd in het geheel van het bondswerk.

In 1987 werd door de generale synode het Deputaatschap voor de Jeugdzorg benoemd. Het jeugdwerk kreeg daarmee de zo nodige kerkelijke erkenning. Samen' met het bondsbestuur zoeken de deputalen naar middelen en mogelijkheden om het jeugdwerk verder uit te bouwen. Want, hoewel er een groei van het werk valt te constateren wordt met het jeugdwerk toch nog slechts een klein gedeelte van de jeugd uit onze gemeenten bereikt. En dat is beslist niet de bedoeling. Het jeugdwerk, gezien als een kerkelijke opdracht, heeft de gehele jeugd van onze gemeenten op het oog. Niet slechts de liefhebbers. Het grote doel van het jeugdwerk is om, in afhankelijkheid van Gods zegen, de gehele jeugd van onze gemeenten te bewaren bij Zijn Woord. Laten we allen de Heere daarom vragen. Laten we Hem bidden of Hij Zijn genade ook in de toekomst wil werken in het zo grote zaad der gemeente.

M. C. Blok.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1971

Daniel | 19 Pagina's

Bezinning bij eenjubileum

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1971

Daniel | 19 Pagina's