Het koninkrijk Gods en het evangelie
„Veertig dagen lang sprekende van de dingen, die het koninkrijk Gods aangaan." (Hand. 1 : 3)
Lukas zegt dat Jezus Christus Zich aan Zijn apostelen vertoond heeft en dat Hij daarbij gehandeld heeft over het koninkrijk Gods. Maar dan moeten wij weten wat hij onder het koninkrijk Gods verstaat Lukas verstaat eronder de geestelijke regering, waardoor Jezus Christus ons bewaart in gehoorzaamheid aan Hem, totdat Hij ons geheel naar Zijn beeld heeft vernieuwd en na ons van dit sterfelijk lichaam te hebben ontdaan, in de hemel zet Het koninkrijk Gods veronderstelt een verandering. Wij dragen in deze wereld niet anders dan ellende en verderf met ons om, om kort te gaan, we zijn als wilde dieren, cle duivel heerst over ons en doet met ons wat Hij wil. Zo is de mens, als Gocl hem niet vernieuwd heeft. Laten we dan dit wel weten en verstaan, wie wij zijn als Jezus Christus ons niet vernieuwt. Want ja, is er groter kwaad dan dat satan over ons heerst en onze meester is? Zo zien we dus waar we aan toe zijn, als God niet naar Zijn oneindige goedheid Zijn hand tot ons uitgestrekt houdt om ons in Zijn koninkrijk in te leiden, dat we aan Hem en aan Zijn gerechtigheid onderworpen zijn.
Ondertussen zien we ook hoe hoog wij moeten schatten de genade die ons gegeven is, en dat Jezus Christus ons tot Zich trekt. Dat is cle gelukzaligheid der mensen, die God tot hun Koning hebben
Dat is het dus, waarin wij in de tweede plaats onderricht worden n.1. om wanneer God ons zo'n grote weldaad geeft, deze te prijzen en naar waarde te schatten. Het middel daartoe is het evangelie. Vandaar, dat Jezus Christus zo herhaaldelijk van het evangelie spreekt en het het koninkrijk Gcds noemt. Want als wij daaraan niet verbonden zijn, zijn wij opstandelingen tegen Gcd en verstoken' van al Zijn genadegaven. Wij kunnen daar immers geen deel aan hebben als wij niet vernieuwd zijn. En dat doet het evangelie door ons tot Jezus Christus te roepen en door ons aan te wijzen, hce wij moeten wedergeboren worden door de Heilige Geest.
Daar het dan zo is, strekt het evangelie, wanneer het ons gepredikt wordt daartoe, dat we vernieuwd worden naar Jezus Christus en dat alles wat van ons is, wordt neergeslagen en dat Jezus Christus ons opheft door Zijn genade. Daarom is het niet zonder reden, dat het evangelie het koninkrijk Gods genoemd wordt. Want zoals zonder het evangelie de duivel heerst, waarom hij ook de overste der wereld genoemd wordt, zo is het metterdaad, wanneer Jezus Christus ons in een land Zijn evangelie doet prediken, alsof Hij zegt: Ik wil over u heerssn en uw Koning zijn.
Dat wil nog niet zeggen, dat allen, die in een land zijn waar het evangelie is, aan God onderdanig zijn. Want wij zien cok hoe sommigen zich verheffen en hun ongerechtigheid openbaar maken, die tevoren bij hen verborgen was. Anderen verachten de leer en ook bij hen is geen vrucht van het koninkrijk Gcds. Maar toch heeft Jezus Christus daar, waar het evangelie gepredikt wordt, altijd een kudde. Waarom? Cmdat er geen koning is zonder onderdanen.
Zo moeten wij besluiten, dat het een onwaardeerbare weldaad is, als God ons Zijn evangelie aanbiedt. Want. wat willen wij meer dan dat Jezus Christus ens zegt: Zie hier ben Ik, Ik neem u onder Mijn hoede, opdat ge onder Mijn vleugelen en onder Mijn bescherming zijt! Wat willen we nog meer dan dat?
In het evangelie toch hebben wij het bewijs, dat clit alles ons gc-geven is. En dat is wel het uiterste van al het goede, dat wij het onze noemen, tenminste als wij er naar horen.
Johannes Calvijn (1509—1564)
Uit: Het gepredikte Woord, Deel III, blz. 92—94
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1971
Daniel | 16 Pagina's