JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het profetische woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het profetische woord

Is er geen Koning?

6 minuten leestijd

Micha 4 : 9 en 10

Is er geen Koning?

Als een moeder tot een schreiend kind — zo komt de Heere tot Zijn Israël in deze beide verzen. Tot onze verrassing lezen we hier van Babel! Wonderlijk, Micha leefde zo rond 730, en' de wegvoering naar Babel is pas in 587 — bijna 150 jaar later. Wonderlijk.

Het is als wanneer een tijdgenoot van Napoleon zou hebben geprofeteerd van de eerste landing van een mens cp de maan in 1969: onmogelijk, zeggen wij. Vele „theologen" menen dan ook, dat deze woorden onmogelijk van Micha kunnen zijn. Ze zijn van een „latere hand", zoals dat zo mooi heet. Men bedoelt: ze zijn pas in de profetieën van Micha ingevoegd na de ballingschap in Babel. Een onbekende schrijver uit later eeuwen zou zo dus zijn eigen woorden hebben ingevoegd in de Godssprake van de profest.

Zo bedrijven velen in cleze tijd theologie. In feite een herleving van die oeroude dwaling: wat mijn hersencellen niet bevatten kunnen, kan niet waar zijn! Zo worden de profetieën van Jesaja in tweeën of zelfs in drieën geknipt: de eerste 39 hoofdstukken zijn (gedeeltelijk) dan nog wel van Jesaja. Maar bij hoofdstuk 40 begint de zgn. Deutero-Jesaja: de tweede Jesaja! Immers, in Jesaja 45 wordt gesproken over Kores, koning van Perzië. Nu, zegt de (valselijk dusgenaamde!) wetenschap: Jesaja leefde in de achtste esuw, Kores in de zesde, ergo: na Jesaja 39 lezen wij woorden, niet van Jesaja, maar weer van „latere hand". Kom nu toch, wie gelooft er nu toch dat Jesaja een notie kan hebben gehad van de naam van Kores! Dat is nèt zo ongerijmd als wanneer b.v. ds. Hellenbroek de naam van president Nixon zou hebben genoemd-

Wij hebben beducht te zijn voor dergelijke redeneringen. Ze „pakken" onze middelbare scholieren nogal gauw. Ze speculeren op ons gezond verstand, op ons gevoel voor logica. Maar ze ruïneren buitengewoon grondig — of ze trachten dat te doen — het kinderlijk geloof in de waarheid Gods. Zalig is hij, die de voosheid van al dit soort puur-intellectualistische theorieën mag zien. Wat vergeten de „Schriftgeleerden dezer werelcl"? Zij vergeten in de eerste plaats de onvoorstelbare beperktheid en nietigheid van hun eigen verstand. Zij vergeten in de tweede plaats dat een profeet des Heeren' wel eens zulk een vergezicht in de toekomst krijgen kan, dat de eeuwen voor hem worden als uren. Zij vergeten in de derde plaats, dat de Schrift het geinspireerde Woord Gods is. Of liever, dat vergeten zij niet: ze lachen erom. Achterhaald kerkvolksgeloof noemen zij dat.

Maar wij geloven en belijden met de kerk van alle eeuwen, die de Heere vreesde, dat cleze woorden van Micha ds woorden Gods zijn door de mond van Micha, de profeet, en dat deze woorden ons zeer willen vertroosten! Laten wij ze eerst eens wat nauwkeuriger bekijken.

Nu, zegt het Woord Gods: waarom zoudt gij zo groot geschrei maken? 't Is als een moeder die komt aanlopen naar haar huilende kind: meisje, wat is er? Waarom huil je zo? O, heeft het Woord ons wel eens zó mogen toefluisteren: waarom huil je zo? Mochten wij jongstleden Pasen zo Jezus' stem horen als toen Hij sprak tot Maria Magclalena: vrouw, wat weent gij? Ds Heere doet dat vaak zo, dat Hij ons iets vraagt, opdat wij zouden losbreken, te voorschijn komen met onze nood. Maar het wonderlijke in déze verzen is, dat Micha het volk troost in een nood, die nog 150 jaar in de toekomst ligt verborgen!

Het volk zal er wel niet veel van hebben begrepen. Waar heb je het toch over, man, zullen zij hebben gedacht. Babel? We hebben geen boodschap aan Babel! Assyrië, daar zijn ze veel banger voor. Micha spreekt hier — laten we daar goed op letten — in die merkwaardige profetische stijlfiguur, die we „profetisch perfectum" noemen. Dat wil zeggen: hij spreekt over een gebeurtenis in de verre toekomst, alsof die gebeurtenis reeds nü geschiedt! Een prachtig voorbeeld daarvan lezen wij ook in Jesaja 9, als de profeet spreekt over de geboorte van de grote Zone Davids, alsof die geboorte reeds heeft plaats gevonden: want een kind is ons geboren, en een Zoon is ons gegeven

Welnu, zo ook hier: nü zult gij wel uit de stad henenuitgaan, en op het veld wonen, en tot in Babel komen! Nü? zullen Micha's

hoorders hebben' gedacht. Waar praat toch over, man? je

Maar 150 jaar later zal daar wellicht een ellendige balling door ditzelfde woord in het hart worden gegrepen en onuitsprekelijk worden bemoedigd. Want daar zal niet veel gelachen zijn op de weg van Jeruzalem naar Babel. Het afschuwelijk einde van koning Zedekia beide zonen voor z'n cgen gedood, daarna de ogen uitgestoken! — zal velen met verbijstering en afgrijzen hebben vervuld. En daar gingen ze — de stad uit.

Zonder koning, zonder raadgever. Het volk is bevangen met smart, smart als van een barende vrouw. Maar zoals men soms tegen een barende vrouw zegt: houd maar moed, het duurt niet lang meer, houd maar moed, straks zal er vreugde zijn — zó bemoedigt Gods Woord hier reeds Zijn beangste volk ver, ver vóórdat de nood daar is.

Dit is een heilgeheim. Weet u ervan? Ik denk aan Psalm 68. We kunnen dat zo fijn, zo uit volle borst zingen:

U zullen, als op Mozes' beê, Wanneer uw pacl loopt door de zee, Geen golven overstromen.

Da's erg mooi om te zingen als er geen vuiltje aan de lucht is. Maar wat groot, als dit vers mag zingen in ons hart als het water komt tot de lippen! Als de Heilige Geest ons dan herinnert aan al die oude, bekende, vaag gedachtenloos gezongen psalmen, dan worden het onuitsprekelijke bronnen van vertroosting, kracht, genade in de hoogste aanvechting. Zo zullen ook deze beide verzen zeer zeker instrumenten zijn geweest in de hand van de Heilige Geest om verslagen en mismoedige ballingen een hart onder de riem te steken.

Wat een woord: is er geen koning onder u? Inderdaad, Zedekia is weg. Maar is er daarom geen Koning onder u? Is uw raadgever vergaan? Inderdaad, zelfs de meest ervaren oudste des volks is nu radeloos. Maar is daarom uw Raadgever vergaan? Luister eens, zegt hier de Geest tot u, wanhopige om welke reden dan ook. Luister eens: is er geen Koning onder u? U, die wanhoopt aan alles, clie wel met uw hoofd tegen de muur zou willen lopen omdat u geen houvast meer hebt. U, die neerzit bij de puinhopen van wat eens uw hoop was. U, die zich een ellendige balling acht, van Gocl en mensen verlaten. O, nu wil de Geest Zijn hand onder uw kin brengen en uw hoofd omhoog heffen totdat uw oog valt op Hem, Die op de troon zit. Rust, mijn ziel, uw God is Koning, uw Bórg is Koning! Mag alles in het honderd schijnen te lopen in uw leven — de heerschappij is op Zijn schouders! Met het oog op die Koning kunnen wij als balling naar Babel, dringen wij door een bende, springen wij over een muur.

Gespreksvragen:

1) Wat is ons weerwoord tegen de Schriftkritiek? (Ik noem enkele punten: „bronnensplitsing", „tegenstrijdigheden" in de Evangeliën, Jesaja en , .Deutero-Jesaja", enz.)

2) Wat is leven uit Gods beloften?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1971

Daniel | 16 Pagina's

Het profetische woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1971

Daniel | 16 Pagina's