Een zendings- gemeente in West-Irian
De erediSIISt bi] de Jali'S (1)
Eredienst, traditie en schrift gegevens.
We kunnen veilig zeggen, dat de voor een bepaalde kerk of groep van kerken typerende vorm van eredienst in hoge mate is bepaald door de traditie. Er was natuurlijk eens een tijd waarin deze vorm nieuw was, of vernieuwd werd. Bij dergelijke vormvernieuwingen in de eredienst heeft men altijd een speciaal doel op het oog gehad, waarbij de ingevoerde vormverandering geacht werd een betere benadering te zijn van wat de Bijbel ons voorhoudt; of ook wel. een bétere accentuering, want de Bijbel bevat nu eenmaal niet zoveel speciale aanwijzingen met betrekking tot de inrichting van de eredienst.
Het is dan ook geen wonder, dat we achter verschillen in de vorm van de eredienst heel wat verschillen in theologische opvattingen of ook alleen maar in culturele positie zien schuilgaan. Het is wel eens goed dat laatste te benadrukken.
Lang niet altijd gaat het bij de inrichting van de eredienst om bepaalde uitgesproken of veronderstelde theologische stellingnamen — al lijkt het daar wel vaak op —, maar om meer laag bij de grondse zaken als persoonlijke smaak, gebondenheid aan een bepaalde traditie in dezen o.i.d.
Er komen dus nogal wat menselijke gevoeligheden aan de vormgeving van de eredienst te pas. En zoals met veel van die gevoeligheden, kunnen zij tot het peil van de kleinzieligheden afdalen, en dat is jammer er. onnodig.
Het is echter aan de andere kant even waar dat de Bijbel wel zeker een aantal vormelementen aangeeft, zonder welke een kerkdienst nauwelijks de naam waard zou zijn. De prediking, het gebed, de offerande, het zingen, — en meer — al deze elementen („diensten") zijn op de een of andere wijze verwerkt of opgenomen in de eredienst, en hun opeenvolging is in de „orde van dienst" geregeld.
Al wordt over de orde van dienst en de betekenis van de onderdelen ervan ook in Nederland neg wel eens gesproken, de algemene gang van zaken schijnt toch wel vast te liggen. Maar het is nuttig te bedenken, dat er gebieden op aarde zijn, waar de vorm van de eredienst eenvoudig wat anders is., Ter illustratie van dat feit hoop ik iets te vertellen over cle eredienst bij de Jali-bevolking in het West-Irianse zendingsterrein van de Geref. Gemeenten. Het gaat daarbij niet om de vraag, welke vorm meer waard is, of Bijbelser, want deze vragen zijn in dit verband niet terzake dienend. Nog veel minder de kwestie, of de Heilige Geest door deze of andere vormen in meer of mindere mate belemmerd zou kunnen worden. Het gaat alleen om de beschrijving van een iets andere vorm van eredienst, zoals die in een andere culturele wereld gestalte heeft gekregen.
De voorgangers.
Sprekend over wie de eredienst leidt, wie daarin de voorganger is, zouden we het onderwerp van de ambten moeten aanroeren. Maar het is wellicht beter daaraan voorbij te gaan. Alleen dit: de voorgangers bij de Jali's zijn de Bijbelschool-jongens. In principe hebben anderen te zwijgen, of te antwoorden. Laten we niet menen, dat dit vanzelfsprekend is. Bij zulke jonge zendingsgemeenten zijn er waarlijk wel meer personen, die wel wat zouden willen zeggen tijdens de dienst, en dat met heel goede bedoelingen overigens. Een enkele maal bij een bijzondere gelegenheid, komt het wel eens voor dat een hoofdman nog zijn zegje zegt, maar het is niet meer gebruikelijk. Natuurlijk was dat vroeger anders. Men kon dan zelfs blij zijn, wanneer een hoofdman zijn goedkeurend woord in eenbijeenkomst uitsprak. Maar na de verbrandingen van heilige voorwerpen is het algemeen erkend, dat in godsdienstige aangelegenheden niet meer de stamleiders het hoogste woord hebben, maar degenen, die door hun opleiding daartoe het meest bekwaam zijn, d.w; Z. de Bijbelschooljongens. Dat de blanke zendeling gewoonlijk ook spreekt, laat ik hier buiten beschouwing.
Op zich is het een wonderlijke zaak, dat in de kerkdienst alleen maar Bijbelschooljongens spreken. Want in termen van vroeger zijn ze maar „udag doron", kleine kinderen. Vroeger zou het onbeschaamd geweest zijn, als zij in het openbaar opgestaan waren en de menigte toegesproken hadden. Maar nu luisteren zelfs de „grote mannen" naar de „kinderen", als die uit het Woord van God vertellen.
Overigens moet men nog alle gedachten aan een officiëel ingesteld en ingezegend kerkelijk ambt laten varen. Dat is er ten enenmale nog niet. Maar blijkbaar kan de functie van voorganger vervuld worden, zonder dat de drager van die functie op een ons vertrouwde manier geordend is.
Het ambtelijke gebed.
In het kerkelijk gebed belijdt de gemeente haar afhankelijkheid van God, niet alleen in de dingen van het dagelijkse leven, maar ook in het gezamenlijk houden van de eredienst. Daarom is de „dienst der gebeden" een uitermate belangrijk onderdeel van de liturgie; en dat is het vanzelfsprekend ook bij de Jali's geworden, nu ook zij hun leven in Gods hand weten-
Met de vorm van het bidden, hebben ze het trouwens eerst wel erg moeilijk gehad. De ogen sluiten, het was zeer ongewoon, dat een levende dat deed; bovendien, was dat niet onvoorzichtig, gezien de altijd aanwezige dreiging van de vijand? Natuurlijk zijn deze dingen nu geen moeilijkheden meer.
Het „ambtelijk" gebed tijdens de kerkdienst wordt alleen uitgesproken door de Bijbelschooljongens. Voor Nederlands besef heel ongewoon is het feit, dat meestal twee jongens na elkaar in gebed voorgaan. Op zich genomen is dit overigens niet zo vreemd, maar het wordt nog begrijpelijker, als we bedenken, dat deze gewoonte stamt van een andere plaats in het Bergland van West-Irian, waar men vanwege de veelheid der mensen, die de kerkdiensten bijwoonden, wel moest overgaan tot het vermenigvuldigen van het gesprokene.; Hoe dit ook zij, het dubbele gebed is een vrij vast onderdeel van de dienst geworden, en voor zover de voorgangers elkaar aanvullen, is het eigenlijk heel nuttig.
Wellicht omdat de gemeenten in Abenago en Landikma nog zo jong zijn is de inhoudelijke verstening van het ambtelijk gebed eigenlijk nauwelijks begonnen. De houding van de mensen in dit opzicht is één van eerlijkheid en onbeschroomdheid. Men durft vragend aan God voor te leggen, wat in de gemeenschap een nood betekent. Speciale gebeds-en preektaal kent men hier eenvoudig niet. In gebed en prediking wordt de gewone taal van alledag gebruikt; dat hoeft trouwens ook niet anders.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1971
Daniel | 16 Pagina's