Goede Vrijdag
De Kruisberg wordt zo stil, zo angstig donker, zo zwart als op de dag dat God zei: „Daar zij licht!" Geen licht van zon of maan, geen stergeflonker: God slaat Zijn handen voor Zijn lichtend aangezicht. Nu moet Zijn Zoon, Zijn Eerstgeboorne, sterven, en Hij, Die in de donk're nacht geboren werd, moet in nog dieper nacht Zijn Vader derven, de duivel heeft de weg voor engelen versperd. Hier kunnen zij hun: „Eer zij God" niet zingen, het licht van Efratha lijkt eeuwig uitgedoofd, en vrede op aarde is een van die dingen waar slechts een dwaas, waar slechts een kind nog in gelooft. 't Wordt donkerder op Golgotha — Gods handen, waarop de Vader steeds de Zoon gedragen heeft, en die de hemel en de aard omspanden, zij laten Jezus los — en d' aarde heeft gebeefd. — Nu zal de duisternis de aard bedekken, de engel van de dood zweeft om de heuveltop, de derde dag zal God Zijn Zoon weer wekken, dan is het Pasen. — Zie, de Morgenster gaat op!
(„Een boom in de wind")
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1971
Daniel | 16 Pagina's