stof voor een verenigingsavond
1931-1971: een vergelijking
Vanavond willen we voor onze jeugdvereniging een onderwerp behandelen dat U wellicht wat vreemd aan zal doen. Het draagt als titel:1931-1971: en vergelijking. We willen eens kijken wat er zoal veranderd is in deze veertig jaar.
1930 - 1.940.
Laten we beginnen met de dertiger jaren, de tijd waarin de bezoekers van vanavond jong waren. Voor ons jongeren is deze tijd alweer geschiedenis, die we slechts uit boeken kennen. De dertiger jaren: een tijd van grote verwarring na een oorlog, die zijn weerga in de geschiedenis niet kende. Na de eerste wereldoorlog kwam er een tijcl van betrekkelijke welvaart. Toen brak 24 oktober 1929 aan, een dag die een zwarte bladzij in de geschiedenis zal blijven. Er kwamen alarmerende berichten uit Wallstreet in New York. De effectenbeurs klapte in elkaar. De gevolgen waren zeer ernstig: grote werkeloosheid in de V..S., ook Europa werd meegesleept in de lawine van werkloosheid.
Een socioloog heeft eens gezegd, dat er voor een maatschappij niets erger is dan een grote werkeloosheid. Gezinnen werden uit elkaar gescheurd en de zedelijke verwildering nam schrikbarend toe. Juist in deze tijd liggen de wortels van het heden, van onze huidige maatschappij. De dertiger jaren zijn ongelooflijk belangrijk voor onze tijd. In deze tijd verliest Europa haar leidende positie in deze wereld. Eeuwenlang, ruim 2000 jaar, was Europa het centrum geweest voor wetenschap, theologie en kunst. Europa — verdeeld en geschonden door de talloze oorlogen — is niet langer meer het werelddeel van waaruit de wereld geregeerd wordt. Nog eenmaal zal een Europees land trachten zijn wil aan de wereld op te leggen. In Duitsland komt het Nationaal - Socialisme op. Een van de stellingen van het nazidom was, dat gehoorzaamheid tot welvaart en macht zou leiden. En door die waanzinnige gehoorzaamheid viel de nacht over Europa, hetgeen uitmondde in een wereldoorlog, waarbij de eerste wereldoorlog als sabelgekletter vergeleken kan worden.
De geest geweken.
Tot zover in grote lijnen de toestand tijdens de dertiger jaren. Het is de vraag of men zich in die tijd bewust was van het gevaar waarin men leefde. Enkelen zijn er geweest die de crisis — zoals die zich in de gehele cultuur voordeed — hebben onderkend. Een voorbeeld daarvan is Prof i J. Huizinga — cultuurhistoricus — in Leiden. In 1936 schreef hij een boek met de veelzeggende titel: , , In de schaduwen van morgen". In dit werk geeft hij bijna een profetische blik op de naderende ramp over Europa en cle gehele wereld. Een stukje uit dit werk haal ik letterlijk aan. Huizinga verzucht: „Wij leven in een bezeten wereld, en wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken".
Duidelijke taal: vooral het laatste: de geest geweken. Wat bedoelt Huizinga daar nu precies mee? Bijna 2000 jaar heeft het Europese denken gesteund op twee pilaren: n.1. het Christendom en de Griekse wijsheid. Het is dan in de dertiger jaren dat het denken van Nietzsche — een Duitse wijsgeer uit de vorige eeuw — begint door te dringen tot de grote massa. Deze Nietzsche, die een felle aanval onderneemt op het Christendom en het christelijk denken, spreekt duidelijke taal. Hij haat het Christendom. Hij noemt het een schandvlek van de mensheid, omdat het alles ontkent wat levensecht is. Het Christendom moet vernietigd worden, de christelijke moraal moet vernietigd worden, God moet vernietigd worden. Maar wat is dan de zin van het leven? Héél het leven, héél de wereld is één grote chaos, ' Er is geen God, die het wereldbestuur in handen houdt, er is geen God, die het leven van ieder mens begeleidt, er is geen genade, er is geen Golgotha Wat stelt Nietzsche daar nu tegenover? Nietzsche „ontwerpt" een nieuwe mens n.1. de Uebermensch. Deze mens leeft los van alles, los van God, los van het verleden, los van alle tradities, los van alle
bovenmenselijke waarden. Nietzsche heeft zijn conclusie in een samenspraak samengevat: „Wat gelooft heden de wereld? Dat de oude God dood is. Is hij dan totaal verdwenen? Neen door de aard van de mens zullen er nog eeuwenlang holen zijn waarin Gods schaduw zich verschuilt. Maar wij zullen ook Zijn schaduw doden: Wij zijn Zijn moordenaars!"
Juist in de dertiger jaren heeft de theorie van Nietzsche een grote ingang gehad in het denken van de mens, vooral door de gevolgen van de economische crisis.
Crisis der zekerheden.
En nu gaan we naar 1971, de tijcl waarin we nu leven. We leven in een overgangsperiode van de cultuur. Overal om ons heen komt dat tot uiting. Velen twijfelen aan waarden die tot nog toe golden. Waarheden en zekerheden die vandaag gelden, hebben morgen hun kracht verloren en staan in een totaal ander licht. De onzekerheden, de twijfels worden steeds groter in onze dagen. De ideeën van Nietzsche — met ais bittere conclusie, dat God dood is — hebben in nog grotere kringen ingang gevonden. Deze ideeën zijn verder uitgewerkt door de Fransman Jean Paul Sartre die nog verder gaat dan Nietzsche. In één van zijn romans geeft Sartre de volgende gedachten weer': De titel van het boek is veelzeggend, n.1. Walging. De sfeer die hij in dit boek tekent is de grauwe, grijze, lege sfeer, waarin de huidige mens leeft n.1. losgeslagen van alle waarden. Het bestaan van een mens is totaal zinloos. Er is niets waar een mens zijn zorgen op kan werpen. De mens is als een eenzame in een woestijn. Het doet de Nederlandse dichter Marsman uitroepen: , , Ik sta alleen, geen God of maatschappij die mijn bestaan betrekt in een bezield verband!" Iets dergelijks stelt de dichter Martinus Nijhoff wanneer hij in een gedicht zegt: „Wij zijn alleen, God heeft ons op de weg alleen gelaten". En zo zijn er nog meer voorbeelden te noemen. Het gevolg van de zinloosheid van het leven is angst, verlatenheid, eenzaamheid en leegheid. Er is geen God, die in nood uitkomst biedt. Je staat alleen in het leven; je moet er alleen door. Tot zover Sartre en zijn theorie. Dat deze theorie vergiftigend werkt is duidelijk. Er valt ook veel af te leiden uit deze theorie.) Zo heeft het oude afgedaan voor de mens in 1971. Het verleden spreekt niet meer. We leven in het hier en nu, het verleden is bijna een taboe geworden. Het gevolg is dat de tradities — dus de oude gebruiken — losgelaten worden.
Ouders - kinderen.
Als we dan terugblikken naar de dertiger jaren, dan zien we een ander beeld als nu. Toen was er een hechte eenheid tussen kerk, school en gezin. Dit was zelfs het motto van een verkiezingsplaat van de Anti-Revolutionaire Partij in 1929. En zo voelde en beleefde men het ook! Men was met het wel en wee van zijn partij verbonden. Een grote ruggesteun voor dit feit was de schoolstrijd geweest. Er is toen iets geweldigs gepresteerd. De strijdkreet was:In het isolement ligt onze kracht, m.a.w. in de principiële afzondering van de wereld, daarin ligt onze kracht. De scheiding tussen kerk en wereld was in die dagen veel
groter, dan nu het geval is. Nu is de scheiding tussen kerk en wereld vervaagd., Ik denk aan het laatstgehouden reli-popfestival „Palaver" in Utrecht. En omdat de grenzen tussen kerk en wereld verdwijnen en de tradities verworpen worden, is er sprake van een grote mate van onzekerheid. Je weet niet meer, waar je aan toe bent. Als wre dit alles stellen tegenover de dertiger jaren, dan zien we dat nu gezin en kerk te weinig tegenwicht geven En dit komt ook, omdat het ontwikkelingspeil stijgt. Er kan nu veel meer gestudeerd worden. De kinderen komen op school in aanraking met theorieën die de ouders niet kennen. En dit geeft problemen in het gezin: de ouders begrijpen de kinderen niet en de kinderen de ouders niet meer.
Kerk en gezin.
Een heel ander punt dat niet los van dit probleem staat, is de verhouding ouderen - jongeren. Als men verschillende boeken over de dertiger jaren leest, dan ontkomt men niet aan de indruk dat het gzag een veel grotere plaats innam dan dat nu het geval is. Het gezag was groot. Denk bijv. aan de zaak - Geelkerken in 1926. Dr. J. G. Geelkerken, gereformeerd predikant te Amsterdam, weigerde de boom der kennis, des goeds en des kwaads én het spreken van de slang in de paradijsgeschiedenis als een zintuiglijk waarneembare werkelijkheid op te vatten., Hij werd door de synode in Assen afgezet. De synode oordeelde dat de opvatting van Dr. Geelkerken een rechtstreekse aanval op het gezag van de Bijbel was. Nu, in onze tijd, wordt er aan het gezag van de Bijbel aan alle zijden getornd en getrokken.
Het synodebesluit over de afzetting van Dr. Geelkerken is herroepen in 1968. En denk ook aan de zaak-Kuitert op de synode van Sneek in 1970.
De verhouding ouderen - jongeren is ook veranderd. Men krijgt de indruk dat de kloof tussen ouderen en jongeren groter wordt onder invloed van het moderne gezin. Vaak leeft men langs elkaar heen, omdat men in een eigen wereldje leeft. En dit is weer het gevolg van de specialisering, die elk beroep met zich meebrengt.
Studenten.
Een ander punt ter vergelijking kunnen de studenten zijn. Ook in de dertiger jaren roerden de studenten zich. Toen de studenten van de V.U., die voortgekomen zijn
uit de „kleine luyden", zoals Kuiper dc: gewone mensen noemde, ter ere van een lustrum het toneelstuk „De tante van Charly" wilden opvoeren, was de verontwaardiging in den lande groot. Toneel op de V.U.! Dat was onmogelijk! Het stuk ging door, al deed het veel stof opwaaien. De tegenwoordige V.TJ. zou vreemd opkijken, als er tegen een toneelstuk protest werd aangetekend.
De studenten op zichzelf zijn ook veranderd onder invloed van de moderne ideeën en denkbeelden van Sartre en de nieuwe ster aan de universiteitshemel: Marcuse. De theorie van de laatste is heel in het kort als volgt: De moderne mens leeft in een welvaartsstaat. De maatschappij waarin hij leeft, is gericht op de handhaving van de gevestigde orde: het establishment. In deze maatschappij zijn de mensen massamensen, die niet bouwen aan een nieuwe toekomst, maar berusten in hetgeen ze ontvangen. Het bestaan van de mens wordt — naar de titel van een van Marcuses boeken — eendimensionaal, d.w.z. het kent alleen maar de dimensie van het gegevene, terwijl de ogen gesloten blijven voor de open toekomst die voor ons ligt. Daarom wil Marcuse door een revolutie verandering brengen in deze maatschappij.
Marx gebruikte voor de revolutie de arbeiders., Voor Marcuse is de arbeider — de mens die tevreden is (de eendimensionale mens) — onbruikbaar. Daarom geeft Marcuse de voorkeur aan studenten. Zij moeten de revolutie tegen het bestaande machtsapparaat ontketenen. Zij zijn de volgelingen van de profeet Marcuse. Maar bij één revolutie kan het niet blijven. Dan zou immers na de revolutie de gevestigde orde weer ontstaan. Daarom zal de weg naar de toekomst zijn een weg van constante revoluties, die steeds een hogere en betere maatschappij zullen schenken.
Het geloof van de moderne mens.
Ziehier de moderne mens: los van het verleden, los van God, los van de christelijke moraal. De moderne mens, die niet leeft vanuit het gegeven van de Bijbel, maar de Bijbel gewoon opzij heeft gezet. De Bijbel zegt dat alle gezag in deze wereld afgeleid is van Gods gezag. De moderne mens accepteert dit niet. Immers de conclusie van deze tijd is: God is dood. De hele maatschappij en cultuur gaan van dit gegeven uit. In alle levensverbanden komt dit tot uiting. Dit proces zet door, zelfs in de theologie. Inplaats van het uitgaan tót de wereld mét het Evangelie, zoals men o., a. ook voorstond in de dertiger jaren is men nu gekomen tot de definitie van de moderne christen: het staan in de wereld zónder het Evangelie. Was voorheen de leuze: de wereld moet kunnen merken dat we Christen zijn, nu geldt als hoogste wijsheid, zoals Harvey Cox een Amerikaanse theoloog dit uitdrukt: „De wereld moet ons juist niet herkennen als Christenen, we moeten alleen maar mens met onze medemens zijn en verder genieten van alles wat de wereld ons heeft te bieden!" Dit is het geloof van de moderne mens.
Jeugd toen en n u.
Een andere vergelijking zou kunnen zijn: de jeugd van toen en nu. Het is voor de jeugd in de dertiger jaren geen gemakkelijke tijd geweest. Het was moeilijk om aan de slag te komen. De mogelijkheden om verder te studeren waren veel beperkter dan nu het geval is. Nu kan iedereen studeren. Het is allemaal veel gemakkelijker en toch is de onvrede ontstellend groot. Heel duidelijk komt dit tot uiting in „Het rode boekje voor scholieren". Als men het leest wordt men er huiverig van. Openlijk worden daarin richtlijnen gegeven o.a. voor het druggebruik. Dit stijgt schrikbarend op de middelbare scholen. Velen gebruiken drugs om de werkelijkheid te ontvluchten. Maar het is meer dan dat: er schuilt een oosterse religieuse sfeer achter: een romantiek., En dit komt ook tot uiting in de moderne pop-muziek, waarin men steeds meer een semi-religieus element kan opmerken dat uiteraard de toets van Gods Woord niet kan doorstaan. Een voorbeeld is de populaire song van George Harrison, een' van de voormalige Beatles, „My sweet Lord", (mijn zoete, lieve God). In dit liedje zegt Harrison: God ik wil U zien, ik wil werkelijk bij U zijn, ik wil U kennen, ik wil tot U gaan — maar het duurt zo lang. Een ander voorbeeld is: Jezus is All-right, vrij vertaald: het gaat goed met Jezus. En zo zijn zeer veel voorbeelden te noemen waarin men niet aan de indruk ontkomt, dat de Heere Jezus gezien wordt als een revolutionair, die op een lijn staat met Mao Tse Tung, Che Gueverra en Fidel Castro. Heel sterk is dit het geval met de beruchte film: „De Zoon des mensen", vertoond voor de t.v. waarin Christus als een revolutionair getekend wordt. Dit is onze wereld, waarin alles uit de verbanden getrokken wordt.
Slot.
We hebben vanavond enkele vergelijkingen getrokken en we zouden lang door kunnen
gaan, omdat het gebied zo ontzettend uitgebreid is. We hebben iets gehoord van het moderne denken en van de moderne mens. De conclusie van onze tijd is, dat God dood is en dat er met Hem geen rekening meer wordt gehouden. We leven in een angstige tijd. Een tijd waarin we allen de invloed van het moderne denken ondergaan. Het zal steeds moeilijker worden om zich staande te houden in de golf van ongeloof in deze wereld. En dit staande houden kunnen we niet alleen, ook niet ten dele. Hiervoor hebben we genade nodig van een God die gelukkig niet dood is, maar Die nu leeft en heeft gezegd: „Ziet, ik ben met u tot aan het einde van deze wereld". Dan kunnen ruwe stormen van ongeloof woeden, dan kan de wereld schreeuwen van haat tegen God, maar dan blijkt dat God helpt in nood en dat Zijn werk doorgaat.
Hoe bang en angstig de tijd cok zijn mag, ook nu nog geldt: „Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen!"
Gespreksvragen:
1. Biedt het gezin in 1971 minder tegenwicht van het gezin in 1931? Zo ja, hoe komt dat? Zo nee, hoe verklaart U dan toch die verandering?
2. Biedt de kerk in 1971 minder tegenwicht dan de kerk in 1931? Zo ja, hoe komt dat? Zo nee, hoe verklaart U dan toch die verandering?
3. In de dertiger jaren kwam de jeugd meer dan nu voor hun overtuiging uit. Hoe komt dat?
4. Welke taak heeft de kerk in de opvoeding van de jeugd?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1971
Daniel | 16 Pagina's