JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

jeugdfontein

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

jeugdfontein

8 minuten leestijd

Al heel lang zit er een lang gedicht in mijn map. Ik heb het nog nooit in „Daniël" geplaatst. Ik kan ook niet meer zien van wie ik het gekregen heb.

Vandaag de eerste aflevering van:

EEN CHINSE RECHTSPRAAK (1)

1. Een blad uit Nanking, ene stad in het Chinese rijk, stelt een geschiedenis ten toon, aan 't eerste recht van Davids zoon gewis niet ongelijk.

2. Bij de opstand van de Tapings werd een jonggehuwd Chinees genoodzaakt door de overheid om deel te nemen aan de strijd, ter plaats waar men hem wees.

3. De jonge man nu gaat op reis, gewillig toch of niet; in deze baat er geen verzet; hij wordt gedwongen door de wet, de overheid gebiedt.

4. Verlaten moet hij huis en erf, zijn gade evenzeer en of z' elkaar ooit wederzien is niet te weten, maar misschien is het op aard niet meer.

5. Nadat de strijd geëindigd was en de vrede was hersteld, zo wachtte de verlaten vrouw op hare man, die komen zou, had 't zwaard hem niet geveld.

6. Maar vrucht'loos wachtte zij op hem en ij del bleek haar hoop. Zij hoorde niets van hare man, geen enk'le tijding kreeg z' er van in maanden tijdsverloop.

7. Of zij al wachtend was en bleef, zij zag haar echtgenoot niet wederkeren uit de strijd. Zij schatte hem voor altijd kwijt, geveld door 't moordend lood.

8. Zo leefde zij als weduwvrouw. Haar hope was vergaan. Twee volle jaren wacht zij al en dat haar man nog komen zal, daar denkt zij niet meer aan.

9. Maar aan wat anders dacht de vrouw, die twee jaar achtereen in druk en kommer nederzat; bewand'len moest z' een donker pad, verlaten en alleen.

10. Zij dacht opnieuw een and're steun

te zoeken voor haar hart, die haar in 's levens aardwoestijn ter hulp en deelgenoot kon zijn in vreugde als in smart.

11. En weldra is haar keus bepaald; een tweede echtgenooi ziet zij al ras aan hare zij, en die zo welgemeend als blij. zijn hand en hart haar bood.

En dan nu de laatste puzzel uit deze serie. De vorige keer was de puzzel gemaakt dcor Alie de Jong. Ik geef de oplossing, die Alie er bij gaf.

Puzzel 10 is gemaakt dcor...... Ja, door wie eigenlijk. O ja, ik zie het al, door het trio. En dit trio bestaat uit Corrie Nijsse en Nellie en Gerda Bouwense. Bedankt dames en nu allemaal aan de slag.

G S e n Ti t u s G e t h i e t Beth semes Egypl enaren SemCha mJnfeth PisonFrathGihon eengoude n kleinood TaborNeboEbalHermon

Je ziet als uitkomst duidelijk het woord Gethsemané.

1. x . . . 2. . x . . 3. . . x . . . 4. . . . x . . 5. x . . . 6. . x . 7. x 8. . x . . . 9. . . x . 10. ... x ... . 11. . . . . x . . . 12......x . . . 13. ......x...... 14. .......x 15. x . . . IC. .x..... 17. . . x . 18. . . . x . . . 19. . . . . x . . . 20. x . . 21. .x..... 22. . . x . . 23. . . . x . . 24. x........ 25. .x.....

1. een moordenaar 2. werd uitgespuugd op het strand 3. zoon van Siftam (Numeri) 4. een stadhouder 5. een stad der Filistijnen 6 is de poort 7. hiermee werd Jezus verraden 8. een bijwijf van Elifas (Genesis) 9. een stadje in Galilea 10. een kostelijk gesteente 11. de moeder van Mczes 12. de vader van Jchannes de Doper 13. ontevreden mensen (denk aan de woestijnreis) 14. de jongste van het gezin is de 15. de vader van Safat (Numeri) 16. een grote Filistijn 17. een profeet 18. een bijbelboek (N.T.) 19. de vr-iend van David 20. een stad der priesters 21. een zoon van Elimelech 22. een rivier 23. over deze plaats was David eerst koning 24. de opvolger van Haman 25. Ik ben de ware

Je merkt wel, dat je op de kruisjeslijn een gevraagde tekst krijgt. Niet alleen deze tekst, maar ook alle andere antwoorden inzenden. Dan hebben we dus weer tien puzzels gehad en' dan gaan we de balans opmaken. Nu zal blijken of we steeds trouw meegedaan hebben en ook of we veel fouten gemaakt hebben. Ik weet nog niet of al gauw bekend is waar de boekenbonnen dit jaar heengaan; wacht maar af.

We gaan nu besluiten met een opstel van de J.M.V. uit Capelle aan de IJssel. Er stond niets boven, maar er zou boven kunnen staan:

WIE KAN GODS WIJS BESTEL DOORGRONDEN?

Toen de droevige dagen in Israël gekomen waren, werden er ook veel meisjes weggevoerd. Over één van die meisjes gaat het nu, n.1. over Esther, naar wie ook onze vereniging is genoemd. Mochten wij allen veel op die Esther lijken, vooral in deze donkere tijden.

Esther had geen vader en moeder meer, dus ze was een wees. O, kinderen, wat zijn we bevoorrecht als we nog een vader en een moeder mogen hebben, want hoeveel kinderen hebben hun ouders al vroeg verloren. Wees toch altijd lief voor vader en moeder, want het is God zelf, Die ze over ons gesteld heeft. Maar Esther had geluk-

kig een lieve neef, die haar aannam als zijn eigen dochter. Geloof maar, dat hij haar met liefde omringd heeft en haar ook gewezen heeft op Hem, op Wie ze altijd vertrouwen kon en al haar nood, verdriet en zorgen voor Zijn troon mocht neerleggen. Esther woonde met Mordechaï op de burcht Susan.

Maar wat was er gebeurd?

Koning Ahasveros had een grote maaltijd gemaakt en toen' hij op een dag iets meer gedronken had dan hij gewoon was beval hij zijn knechten om koningin Vasthi te halen. Hij wilde met haar pronken voor zijn vele vrienden.

De koningin had ook een maaltijd gemaakt voor haar vriendinnen en toen de knechten van de koning haar kwamen halen'

weigerde ze mee te gaan. Wat was de koning boos, toen hij dat hoorde. „Wat moeten we nu met zo'n vrouw dceri", zei de koning tegen de wijzen. Dezen wisten het antwoord wel. „Haar verstoten, koning".

En zo gebeurde het dan ook.

Vele maanden later krijgt de koning toch spijt van zijn onbeheerste daad. Hij had nu geen vrouw meer, die hem kon troosten in de vele moeilijkheden. Er moest een nieuwe koningin komen. Hij zei tegen z'n knechten, dat ze knappe jonge vrouwen uit het hele land moesten opzoeken, dan kon hij daaruit z'n keus doen en één van hen tot koningin aanwijzen. Zo geschiedde. Onder de vele jonge vrouwen, die uitgezocht worden is ook de joodse wees Esther.

De koning zelf koos uit hen de koningin en zijn keus viel op Esther.

Haman was een man, die zeer door de koning Ahasveros bevoorrecht was. Als hij uit rijden ging boog iedereen als een knipmes voor hem. Iedereen, behalve Mordechaï, de neef van Esther. Daarover maakte Haman zich erg boos. Hij zou die jood wel willen doden, maar dan die jood niet alleen, maar heel zijn volk. Hij vroeg hiervoor dan ook vergunning aan de koning en de koning vond het goed. Wel ja, waarom ook niet. Haman was toch een goed, eerlijk en vriendelijk mens? Waarom zou hij hem dat genoegen niet gunnen? Ook koningin Esther kwam dit ter ore, want ze was toch zelf ook van joodse afkomst. Mordechaï schreef haar een brief, waarin hij haar vroeg naar de koning te gaan om genade te smeken voor haar volk en voor haarzelf. Dit was voor Esther wel heel erg moeilijk, daar zij de eerste tijd niet bij de koning mocht komen; toch besloot zij te gaan. Zij trok haar koninklijk kleed aan en ging met kloppend hart naar de koning. Reken er maar op, dat ze bang geweest is, want als de koning haar de gouden scepter niet toereikte dan was haar leven beslist.

Geloof ook maar, dat ze gebeden heeft van te voren of alles goed mocht aflopen. En kijk, toen zij bij de koning kwam reikte deze haar de scepter toe. O, wat zal ze blij en dankbaar geweest zijn dat de Heere het hart van cle koning geneigd had. Nu moest ze met haar grote vraag voor de dag komen, maar dat durfde ze niet in eens. Zij vroeg of de koning en Haman bij haar op de maaltijd wilden komen. Nu daar had de koning helemaal geen bezwaar tegen. En op deze maaltijd vroeg Esther of zij op de andere dag weer zouden willen komen, dan zou zij haar verzoek doen.

De volgende dag vroeg de koning haar weer wat ze wilde. Toen vrosg Esther dan ook of cle koning haar leven en het leven van haar volk wilde sparen. De koning was natuurlijk heel verbaasd. Hij vroeg: „Wie wil u dan doden en uw volk uitroeien. Toen klonk het onverbiddelijk uit Esthers mond: „De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman".

Haman zal bij deze woorden wel in elkaar gedoken zijn van angst en schrik. De koning werd erg boos en toen hij hoorde, dat Haman al een galg had laten maken voor Mordechaï, beval hij dat Haman er zelf aangehangen moest worden. Mordechaï mocht de verheven plaats van Haman innemen.

Maar de wet, dat alle Joden omgebracht moesten worden was er nog en die mocht niet herroepen worden. Wat nu gedaan? Ahasveros maakte een nieuwe wet, waarin stond dat de Joden zich mochten verdedigen. En dat is ook gebeurd.

Mordechaï schreef brieven aan al de joden, dat ze cleze dag nooit meer mcohten vergeten. Voortaan moesten ze ieder jaar op dezelfde datum een feest vieren, het purimfeest.

J.M.V. „Esther"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1971

Daniel | 16 Pagina's

jeugdfontein

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1971

Daniel | 16 Pagina's