JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het profetische Woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het profetische Woord

Tweeërlei prediking

7 minuten leestijd

Micha 3 : 5-8

Volksverleiders

Éérst heeft Micha in dit derde hoofdstuk van zijn profetieën de volksleiders aangepakt, de „hoofden Jakobs", de „oversten Israëls" (vs. 1). Nu richt hij in cle verzen die wij onder ogen hebben de spits van zijn aanklacht tegen de volksverleiders: de valse profeten. Vers 5 zegt ons nuchter en haarscherp, waar het op staat.

Daar was in de dagen van Micha (even ter herinnering: de tijd dus van koning Hizkia, van de profeet Jesaja, rond 720 voor Christus) een slag van pseudc-profeten, die Micha het leven verzuurden en het volk bedierven. O, zij preekten mooi. Je kon uren naar deze mannen luisteren. Boeiend, schoon, verkwikkend. En dan moest het volk wel eens een beetje meewarig glimlachen als het Amos hoorde. Zo'n boer, zo'n ossenherder, die wilde vijgen aflas. Zó achter de kudde vandaan, en preken maar, haha! Nou, 't was er naar. Zo zal het volk geschamperd hebben om de boer uit Tekoa. Zo had het volk ook rondweg het land aan die Micha. Dwarse man, zwartkijker, die Micha. Oervervelend om naar te luisteren ook nog. Nee, dan ónze dominees!

Zo praatte het volk, de massa wel te verstaan, niet het oprechte volk des Heeren. Dat had genoeg aan de onopgesmukte, ronde woorden van een Amos, dat boog het hoofd en weende bij de striemende boeteprediking van een Micha. Maar de massa... die hield het maar bij die anderen. Wie waren dat dan, die anderen? Lees maar eens. Het zijn de populaire volkshelden. Voor hen is de aanbidding door d.e massa het summum van geluk. Voor hen is de massa ook gul. Zij zijn graag geziene gasten op feestjes, jan en alleman stopt hen wat toe. O, zegt Micha vlijmscherp, als ze maar wat hebben om met hun tanden in te bijten, dan vinden ze het allang goed 't Zijn eigenlijk alleen maar ordinaire smulpapen. Wee hem, die niet meezingt in het koor van hun aanbidders! Wee hem, die niets geeft in hun mond! Tegen dien heiligen zij een krijg! Wee hem, die wijst op de vlakheid, de inhoudloosheid van hun „prediking". Hij krijgt de wind van voren. Hij wordt door hen bestreden met de grofste en laagste strijdmiddelen.

Nacht

Maar, zegt de HEERE, voor jullie zal het nacht worden. Denk niet gering over de ernst van deze dreiging., Zeg eens, als je de HEERE vreest: is er wel iets erger, dan wanneer de Heere het licht van Zijn vriendelijk Aangezicht wegneemt en het nacht maakt in je leven? Neen, zul je moeten zeggen, daar is niets ergers dan dat ik de Heere niet meer zie en moet dwalen in de nacht van mijn zonden en ellenden. Immers, de zonde maakt ons leven donker en grauw. Wie zondigt, dwaalt als een schaap in 't rond, en wandelt niet in 't vrolijk levenslicht. Versta je daarom de ernst van deze dreiging Gods: het zal nacht voor ulieden worden? (vs. 6). Nacht vanwege het gezicht, staat er. Wij mogen ook vertalen: nacht, zodat gij geen gezicht, geen omgang met Gód dus, zult hebben! (Zie de kanttekening). Zo ook dus het volgende: het zal duisternis worden, zónder waarzegging. Conclusie: op eigen houtje profeteren haalt een dodelijke donkerheid over je leven. Niet alleen in Micha's dagen, maar óók in 1971. Elke prediker, elke „profeet", die „zelf gaat lopen" haalt een duisternis over zijn ziel en voert de zielen van anderen ten verderve. Wij moeten dit eerlijk tegen elkaar zeggen, óók in deze tijd. Een ongeroepen of onbekeerde dominee is een ongelukkig mens. Een tweede en geheel andere vraag is: hoe wordt een dienstknecht dan geroepen? Wat behoort tot de kenmerken van een ware roeping? Omdat het hier alleen gaat over de tweeërlei prediking (n.1. van de óngeroepenen en van de geroepen profeten) is dit niet de plaats hier diep op in te gaan, al houdt het de geesten wel bezig. Voor nu slechts dit: nóóit mogen wij de levende God willen binden aan onze gedachten en systemen of keurig sluitende schema's. Ga voor jezelf maar eens na in de Heilige Schrift (ook hierin ons énige richtsnoer!) op hoe veelvuldige, rijk geschakeerde wijze de Heere Zijn profeten, priesters, apostelen en discipelen roept., Het is heilzaam, je b.v. eens een week lang in je avond-of ochtendoverdenkingen bezig te houden met de roepingen van Samuël, Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Simon Petrus, Paulus en... Timotheus! Dan heb je voor een week stof. Wat zeg ik? Voor jaren.

Rouw

Vers 7 beschrijft ons de verbijsterde en beschaamde reactie van de valse profeten, wanneer zij het kaartenhuis van hun zelfgebouwde, uit hun eigen hart opgekomen prediking inéén zien storten. Slechts over die zéér merkwaardige woorden moeten we nog iets zeggen: „zij zullen al te zamen de bovenste lip bewimpelen "

Wat is dat? We komen deze uitdrukking ook tegen in Leviticus 13, het hoofdstuk met de wetten voor de melaatsheid. De melaatse moet zijn klederen scheuren, zijn hoofd ontbloten en de „bovenste lip bewimpelen"; voorts moet hij gedurig roepen: onrein! onrein! En in het bekende Ezechiël 24 lezen wij, hoe de Heere Ezechiël's vrouw, de „lust zijner ogen", van hem wegneemt. Maar tevens krijgt de profeet de opdracht: nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen; houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan de voeten; en de bovenste lip zult gij niet bewinden

Het „bewinden" of „bewimpelen" van de bovenlip, het bedekken dus van d.e snor of knevelbaard, blijkt wel heel duidelijk te behoren tot de typisch oosterse tekenen van rouw. Het beschrijft dus hier in Micha 3 : 7 in voor de oosterling zeer begrijpelijke woorden de ellende, de ontgoocheling van de valse profeten wanneer er voor hen géén antwoord Gods meer zal zijn.

Vol van de Geest des Heeren

Ons laatste vers: het achtste. Wat een geloofswoord! Micha had de wind aan alle kanten tegen, en het was soms of ook God hem tegen was. Maar hier sterkt hij zich in de Heere, zijn God. Zijn genade is hem genoeg. De kracht van de Geest des Heeren is alleen in staat ons het hoofd omhoog te heffen. Ik ben vol dapperheid, zegt deze man, die een mens was van gelijke bewegingen als wij, géén held dus. Integendeel, van zichzelf een rustzoeker, een aartslafaard, een zelfhandhaver, zoals wij allen zijn. Adam is zijn dapperheid verloren sinds hij zich verborg in de hof. Hij mag nog wel eens wat flink doen, wat opscheppen, maar dat is allemaal maar schijn.,

Alléén de kracht van de Geest des Heeren maakt ons weer vol dapperheid. Dat wil zeggen: vol met die dapperheid, die nodig is om Jakob zijn overtreding en Israël zijn zonde te verkondigen. Denk daar niet licht over! Het toont ons de tweeërlei prediking.

De valse prediking verzwijgt fundamentele kernen. Je zou kunnen zeggen: de valse profeten bij Micha brengen een prediking met louter evangelie, een schijnevangelie wel te verstaan: vrede, vrede! De gloed van Gods majesteit en vlekkeloze heiligheid, die met de zonde niet bestaan kan, was eruit verdwenen.

De rechte prediking durft Jakob zijn overtreding en Israël zijn zonde te verkondigen. Hoewel daar blijft het niet bij. Een prediking die louter oordeel aanzegt is evenzeer valse prediking als een die louter „evangelie" brengt. Hoor slechts naar Jesaja. Wee de goddeloze! Hoofdstukken lang striemt daar de gesel van Gods heilige wet de harde harten, bitter en bewogen klinken de verwijten van GodswTege. Maar dan klinken door de sombere tonen van oordeel en gericht die woorden: troost, troost, Mijn volk o, alle gij dorstigen, komt tot de wateren om alle treurigen te troosten, om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest als een lam werd Hij ter slachting geleid. Dat is de rechte prediking. Zó ook predikte Micha.

Gespreksvragen

1. Waarom moet een prediker geroepen zijn?

2. Toon aan uit de Schrift, dat het „nacht" wordt in ons leven ais wij zondigen.

3. Wat is de rechte prediking?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1971

Daniel | 16 Pagina's

Het profetische Woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1971

Daniel | 16 Pagina's