JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het profetische woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het profetische woord

7 minuten leestijd

Micha 3 : 1-4

„Ik bid wel. Al jaren bid ik. Maar het is alsof ik geen antwoord krijg. Het is alsof mijn gebeden niet verder komen dan het plafond. Het lijkt wel alsof God mij maar wat !aa+ aantobben".

Zulke woorden hoor je veel. O, in wiens hart zal nog nooit die gedachte gerezen zijn: ik krijg geen antwoord meer? En dat kan ook in het leven van jonge mensen een brandende vraag zijn; wat voor zin heeft het, dat ik nog bid? En wat kom je dan toch spoedig tot een zeker zelfbeklag: O, de Heere laat me maar roepen!

Maar daar moeten we toch bij het waarachtige, heldere licht van Gods Woord nog eens wat dieper over doordenken. En dat woord stelt ons drie indringende vragen. Op die vragen komen we als we de vier verzen uit Micha 3 lezen, die nu aan de orde zijn. Zullen we eens naar die drie vragen luisteren, en dan de Heere om antwoord op die vragen bidden?

Wie krijgen geen antwoord?

Dat is een pijnlijke vraag, die eerste. Gods Woord stelt altijd van die pijnlijke vragen. En als je dan deze verzen leest, moet je eerlijk zeggen: wie er geen antwoord krijgen? Wel, zij die de zonde koesteren, en toch godsdienstig willen zijn. Lees maar eens rustig en ernstig, hoe Micha met enkele plastische beelden de vinger legt aan de wonde plek: de zonde. In dit geval: de zonde van afpersing en uitzuigerij van de armen door de rijken. Au! Dat doet zeer, als dat zo gezegd wordt. Ja, maar dat doet de Heere altijd zo! Als Hij in je leven gaat werken en trekken, dan zegt Hij niet: jij bent een zondaar. Want dat weet je allang. Dat geef je zelf nog wel toe ook!

Neen, als de Heere komt, dan doet Hij het altijd zo, als hier bij Micha. Dan neemt Hij de toorts van het Geesteslicht, en bij dat licht toont Hij je, wat je zonden zijn, wat je „dadelijke" zonden zijn! En dan zegt Hij: kijk eens hier, jongen, meisje. Dan neemt Hij je mee tot in je prilste jeugd, en Hij zegt: zie nu eens, Mijn zoon, Mijn dochter! hoe goed Ik altijd voor je was. Hoe Ik je heel je leven heb gekoesterd als een herder een lam in zijn armen koestert. Hoe Ik je heb neergelegd in de grazige weiden van Mijn heerlijk Woord, opdat je het goed zou hebben bij Mij. En nu, wat heb je gedaan? Zie eens hier, en zie eens daar En dan zie je het. Dan zie je, hoe je leven één rebellerende schreeuw, één helse revolutie was tegen tegen de liefde Gods. Dan leer je het stamelen: 't En zijn de joden niet, Heer Jesu, die U kruisten

Dan leer je het ook wel af, te klagen, dat de Heere je geen antwoord geeft. Want clan zeg je: Heere, ik had op een antwoord ook geen enkel recht. Want het was bij mij net als bij die rijken, waar Micha het over heeft: ik wilde de Heere aan het lijntje houden, met de zonde in de hand. Om als dan de nood aan de man komt, gauw tot God te schreeuwen: Help me nou! Gocl is best, maar we houden Hem voor 't lest ziedaar de levenspraktijk van duizenden. Maar dan zal er geen antwoord zijn van Godswege. Herken je je eigen leven? Moet je zeggen: o God, zó is het bij mij, zó ben ik er aan toe? Zit je zo gekluisterd in de zonde, dat je verwacht géén antwoord meer te krijgen als je op je knieën gaat? Luister dan naar de tweede vraag.

Wie krijgen antwoord?

Wat zegt de Bijbel hierop? Ach, het Woord is toch zo wonderlijk, 't Gaat altijd anders dan je zou verwachten. Als je God voor een soort redder in noodgevallen houdt, dan krijg je geen antwoord dan dit éne: bekeert u, bekeert u! En als je verwacht Gods vriendelijk aangezicht nooit meer te zien lichten, als je verwacht Zijn stem nooit meer te zullen horen, dan wordt het woord zo wáár:

Merk op, mijn ziel, wat antwoord Gocl u geeft

Hij spreekt gewis tot eik die voor Hem leeft.

Zijn Naam is Wonderlijk, en Zijn daden, ze zijn wonderen van genade alleen! Dit is het grote geheim dat God al Zijn kinderen leert: rijken worden ledig weggezonden, maar armen vervult Hij met de goederenvan Zijn heil. Hier komt er een tot Christus met z'n zakken vol godsdienst en z'n handen vol zonde. Doch Hij antwoordt hem niet één woord Daar komt er een, vrezende en bevende, want zij zeide: indien ik maar de zoom van Zijn kleed mag aanraken, zal ik gezond worden en

daar krijgt zij, die op geer, woord had durven hopen (alléén maar de zoom van Zijn kleed!) dat heerlijke antwoord: Dochter, uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede en zo gaat het nóg toe in het Koninkrijk der Hemelen.

Waarom krijgen wij antwoord?

Als dit zo is in ons leven, dat wij antwoord, vriendelijk en vertroostend antwoord ontvangen mogen van de hemel, dan vragen we ons altijd weer af: waarom? Dat is de derde vraag die het Woord ons stelt. Waarom geeft die goede God nog antwoord aan ellendige vagebonden en verloren zonen die wij zijn? Op deze vraag is maar één enkel antwoord te geven. Dat antwoord beneemt ons de adem, als wij het verstaan. Het voert ons naar de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, die in het Hebreeuws genaamd wordt Golgotha waar drie kruisen staan. Aan de beide uiterste kruisen hangen moordenaars, en daartussen hangt Een, Die met de overtreders is geteld geweest. Ik geloof niet, dat er ooit aangrijpender ure op aarde geweest is of zijn zal, dan die negende ure. Nooit ook zal er dieper duisternis geweest zijn dan die duisternis, die duurde van de zesde ure aan tot de negende ure toe, over de gehele aarde., Nooit zullen op aarde drie uren langer hebben geduurd dan deze drie uren van uiterste duisternis voor de Borg. Tot de laatste teug moest hier de Heiland de drinkbeker drinken, die Zijn Vader Hem te drinken gaf. Maar in deze drie uren heeft

Hij de pers alléén getreden. Alléén moest Hij sidderen cnder cle ganse last van Gods toorn over de zonde. En drie uren heeft Hij gezwegen.

Maar omtrent de negende ure breekt daalde kreet uit Zijn mond, met gróte stem! — Eli, Eli, Lama Sabachthani? Maar er was niemand, die antwoordde er was voor Gods eigen Zoon géén antwoord meer. Zie, hier is de derde vraag beantwoord. Als je je in ontroerde verwondering moet afvragen: Heere, waarom zijt Gij zó goed dat ik antwoord van U kreeg? — dan wordt je vraag opgelost als je Jezus zingen, klagen, kermen hoort:

't Zij Ik, Mijn God, bij dag moog' bitter klagen,

Gij antwoordt niet;

't Zij Ik des nachts moog' kermen, Ik heb geen rust, ook vind

Ik geen ontfermen

In Mijn verdriet.

Gespreksvragen:

1. Bewijs uit de Schrift, hoe God Zijn kinderen eerst stilzet bij hun „dadelijke" (wat zijn dat? ) zonden.

2. Welk beeld gebruikt Micha nu precies bij zijn schildering van de zonden van de rijke leiders van het volk (vs. 2 en 3)?

3. Lees eens in de berijming enkele verzen uit Psalm 22 en Psalm 69 en ga na, waarom dit „messiaanse" psalmen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1971

Daniel | 16 Pagina's

Het profetische woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1971

Daniel | 16 Pagina's