1931 1971
Het komende jubileum en een vraag aan U
Veertig jaar
Het pas begonnen jaar 1971 is voor de Bond van Jeugdverenigingen van onze Gemeenten een jubileumjaar. In mei, zal het, zo de Heere wil, veertig jaar geleden zijn, dat deze Bond werd opgericht. Wanneer v/e zien naar deze lange periode, nu bijna verstreken, mag in alle bescheidenheid erkend worden, dat het jeugdwerk een plaats gekregen heeft in onze gemeenten. De Heere heeft niet gedaan naar zonde en schuld, die met dit werk gepaard gingen, maar Hij heeft deze eenvoudige arbeid willen gebruiken als een nietig instrument in Zijn hand om jonge mensen te bewaren bij de leer der Schrift. Daarom maant het komende jubileum ons allen tot verootmoediging, tot erkenning van Gods trouwe zorg over deze zo klein begonnen arbeid. , , 'k Zal gedenken hoe voor dezen ons de Heer' heeft gunst bewezen".
In de middellijke weg
In 1971 is het vijftig jaar geleden, dat ds. W. den Hengst en ds. G. H. Kersten in „De Saambinder" de gemeenten wezen op de noodzaak om aandacht te besteden aan d.e rijpere jeugd. Het werd hen niet altijd in dank afgenomen. Dit heeft hen' echter niet weerhouden om te pleiten voor het gaan van de middellijke weg. Diep doordrongen waren zij van het besef, dat de Heere in Zijn grote genade middel-lijk werken en bewaren wil.
Deze voluit Schriftuurlijke gedachte was en is de achtergrond van het jeugdwerk, dat in het verlengde moet worden gezien van cle lagere school-pericde. In onze gemeenten zijn al vroeg eigen lagere scholen gesticht. Niet omdat men ook zo graag iets „eigens" wilde hebben, maar omdat de doopbelofte, eenmaal als voor Gods aangezicht in het midden van de gemeente afgelegd, zwaar weeg.
De Heere vraagt van ons, dat onze kinderen zullen worden opgevoed in de zuivere, gereformeerde leer. Zouden we dan onze jonge mensen uit het oog mogen verliezen, wanneer zij de lagere school of het voortgezet onderwijs verlaten hebben? Zij staan dan voor een bijzonder moeilijke periode in hun leven. Wat kan het stormen van binnen. Hoe groot is de zuigkracht van de wereld. Juist tijdens het op weg zijn naar cle volwassenheid, kan het jeugdwerk van zo'n groot belang zijn. Mede door die arbeid worden zij gebracht tot het onderzoek van de Schrift onder goede leiding tot het gezamenlijk bespreken, van allerlei vragen in het licht van Gods Woord. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij het houdt naar Uw Woord.
Kerke1ijk gebonden jeugdwerk
De bediening van het Woord des Heeren in de bijeenkomst van de gemeenten en het ambtelijke onderwijs op de catechisatie gaan voorop. Het jeugdwerk is een hulpmiddel, doch dit cloet niets af van het kerkelijke karakter.
Het werk-ten-dienste-van-cle jeugd wordt verricht op kerkelijk erf. Immers, de leden van de vereniging zijn als regel dooplid van de gemeente. Het is cle jeugd van cle kerk. Daarom is in onze gemeenten zeer beslist gekozen voor kerkelijk gebonden jeugdwerk. Deze arbeid ten behoeve van de rijpere jeugd is geen hobby van deze of gene, maar behoort bij de gemeente. Het staat clan ook onder ambtelijk tcezicht van de kerkeraad. Daarom ook is het Deputaatschap voor Jeugdzorg, waarmede het bondsbestuur op een prettige en vruchtbare wijze mag samenwerken, ingesteld. Dit Deputaatschap is belast met het bevorderen van het verenigingsleven en het begeleiden van alle regionaal en landelijk werk.
Een vraag aan U
De laatste jaren maakt het jeugdwerk in onze gemeenten een verheugende, gestadige groei door. In vele plaatsen werden nieuwe verenigingen opgericht. Door het gehele land wordt voorlichting en leiding aan de bestuursleden gegeven door de jeugdwerkleider. Verantwoord studiemateriaal wordt in veel groter mate dan vroeger of kosteloos of tegen een prijs die lager ligt clan de kostprijs beschikbaar gesteld. Door de integratie van het benedenzestien-jarigen-werk per 1 januari j.1. is het werkterrein van de bond opnieuw aanzienlijk uitgebreid. Zo zou er nog veel meer te noemen zijn.
Ten dienste van onze jongens en meisjes zou nog veel meer kunnen worden gedaan dan nu reeds geschiedt. De bondskas biedt hiervoor echter geen enkele mogelijkheid. De bodem is door de groei van het werk bijna steeds volledig in zicht. Vandaar dat de verenigingen in dit jubileumjaar willen zorgen voor een geschenk, bestaande uit een bedrag aan geld. Uit dit jubileumfonds zullen allerlei dringende zaken kunnen werden bekostigd.
In de maand februari D.V. zullen de jeugdverenigingen in een groot aantal gemeenten alle gezinnen bezoeken om een bijdrage vcor dit fonds. Het bondsbestuur wil deze aktie gaarne in uw aandacht en milddadigheid aanbevelen. De wereld offert bij miljoenen tegelijk vcor zondig en dwaas vermaak. Zouden wij dan het werk vcor onze eigen jongens en meisjes niet steunen? Wij hopen' dat in de vorming van dit jubileumfonds, er is een groot bedrag nodig, de liefde voor het kerkelijke jeugdwerk in onze gemeenten zal mogen blijken.
Jeugd binnen onze gemeenten
Bovenal willen wij U vragen met de noden van onze opgroeiende jeugd in het gebed tot de Heere te gaan. Er is zo veel jeugd in onze gemeenten. Wanneer we de leeftijd waarop belijdenis wordt gedaan, stellen op 23 jaar, betekent dit dat de helft van de gemeenten bestaat uit kinderen en jonge mensen beneden deze leeftijd. Dat zijn er ongeveer 37.000! Zou het ons niet moeten uitdrijven tot Hem, die zoveel jonge mensen aan onze gemeenten heeft toevertrouwd? Laten we het eens mogen opmerken als een onverdiende zegen van Gods hand.
Hoe groot is dan ook onze verantwoordelijkheid. Van de ouders in de eerste plaats, maar ook van de ambtsdragers, onderwijzers, leraren en allen die leiding geven aan het jeugdwerk.
De tijd waarin wij leven is beangstigend. In deze wereld vol verwording, normloosheid en openbare uitgieting van goddeloosheid zijn onze jonge mensen gesteld. Wie zou niet begeren dat er aan onze jongens en meisjes met zo veel vrije tijd liefdevolle aandacht en zorg wordt besteed? Zeker, de Heere houdt door alles heen Zijn kerk in stand. Doch dit ontslaat ons niet van de opdracht cm de middellijke weg te gaan, opdat door Góds zegen en door Zijn genade komende geslachten mogen blijven' bij de leer der Schrift en zich innerlijk verbonden mogen gevoelen met onze Gemeenten, die de Heere tot op de dag van heden nog een plaats geeft in ons land.
Verstaan wij onze opdracht?
Gaarne willen wij besluiten met een citaat uit een recent artikel van ds. P. Blok, voorzitter van het Deputaatschap voor Jeugdzorg, in „De Saambinder" van 17 dec. 1970, dat geheel voor zichzelf spreekt. „Wil het de gemeente Gods wel gaan, dan is, onder beding van genade en de onmisbare leiding van de Heilige Geest, nodig, dat de jeugd wordt gevormd. Onze ouden zeiden: „Het vat smaakt naar de eerste wijn." Deze dringt in de duigen! Het Woord des Heeren leert: Leert de jongen de eerste beginselen des wegs, als zij oud geworden zijn, zullen zij daarvan n, iet afwijken."
Verstaan wij onze opdracht in deze? Dan zal er aktief gewerkt moeten worden'! De wereld zit niet stil. De ongeloofstheorieën worden vrijelijk verkondigd, de harten zijn geneigd tot alle kwaad. Willen wij de vijand durven zien en onze ogen niet toesluiten, dan moet de bazuin geblazen worden. De Heere geve dat het geen onzeker geluid is.
Dit alles vraagt offers, veel offers. Ook uw stoffelijk offer. Gods zaak is het waard en het zieleheil van onze kinderen vraagt het. Het gaat om de leer van vrije genade, om de zuivere verkondiging van Gods Woord. Ouders, let op uw zaak!"
Namens het Bondsbestuur,
Ds. H. Rijksen, le voorzitter
Ds. D. Hakkenberg, 2e voorzitter
I. A. Kole, le sekretaris
G. Schouwstra, penningmeester.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1971
Daniel | 16 Pagina's