Bij het begin van het nieuwe jaar
Daar 1970 weer voorbij is en wij met elkander het nieuwe jaar zijn binnengegaan, willen wij u allen, besturen en verenigingen, des Heeren zegen toewensen. Voor de tijd en voor de eeuwigheid in ons persoonlijk, huiselijk en kerkelijk leven.
Als we op het voorbijgegane jaar terugzien, wat heeft de Heere het dan in alles wel gemaakt. Hij heeft ons bij de waarheid, bij de gezondheid en bij de vrede willen bewaren, hetwelk alle grote zegeningen zijn, die we niet verdiend hebben. Maar wat doen we nu met al die zegeningen. Zijn we er wel eens verwonderd en beschaamd door dat de Heere ons niet weggedaan heeft of wegdoet? De Heere zegt in Zijn Woord dat de goedertierenheden des Heeren u tot bekering mogen leiden. Is het naar de kerk gaan maar een gewoonte of mogen we daar wel eens beschaamd zitten. Wie zijn we en wie blijven' we? Mogen we soms begerig luisteren als we horen dat er bij de Heere raad is voor een zondaar? Of worden we soms verblijd in de kerk als ons oog ervoor mag open gaan wat de Heere gedaan heeft en wil doen cm een zondaar zalig te maken uit genade. Gij zult Zijn Naam heten Jezus, dat is Zaligmaker. Want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. En dan wordt er gevraagd: Wat is zaligmaken? Het antwoord is: Iemand verlossen van het hoogste kwaad en brengen tot het hoogste goed.
Dat is nu voor ons allen nodig. Zo lang we leven zijn we in die mogelijkheid, dat de Heere het aan ons schenken kan. Als het goede voor de tijd, dat we mogen hebben, komt om en bij die Goddelijke Persoon vandaan. Omdat Hij, de Heere Jezus, alles voor Zijn Volk gedaan en verdiend heeft, mag de hele wereld er van mee eten. Wat een verantwoordelijkheid. Wat maakt de Heere zich vrij van heel de wereld en ook van ons.
De Heere mocht ons Zelf maar bij cle hand willen nemen en bij de hand houden. Hij moge ons alles willeri leren wat nodig is en alle arbeid onder ons willen zegenen. Als er onder ons soms zijn die het moeilijk hebben — misschien kunnen ze er met niemand over spreken — ga clan met alles tot de Heere, die zegt: Roep in de nood tot Mij.
Wij wensen ook alle jeugdverenigingen met hun besturen en ook het Bondsbestuur, alsmede de bondsvoorzitter, ds. Rijksen, de zegen des Heeren toe in alles. Want de zegen des Hoeren maakt rijk en Hij voegt er geen smart bij.
Namens het Bestuur van de Bond van
Vrouwenverenigingen der Ger. Gemeenten,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1971
Daniel | 16 Pagina's