KERStLIEd
Die komt tot ons in donkere nacht, Hoe hebben wij op U gewacht In 't felle branden van de dagen! Wij kunnen niet meer tot U klagen En om U vragen, En staan verloren in den nacht.
Die in den nacht gekomen zijt, Hoor hoe ons hart nu naar U schreit Zie onze krachtelooze handen Die zich vergeefs tot bidden spanden. Onze oogen branden In donkere verlatenheid.
Gij die toch eens zijt neergedaald, — Engelen hebben 't ons verhaald — Moeten wij U vergeefs verwachten? De dag verbrandde onze krachten. — In donkre nachten Kom tot onze armoede ingedaald.
Uit: Het Korenland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1970
Daniel | 16 Pagina's